Conclusie
1.Inleiding
2.De zaak
fingeren dat [medeverdachte] dit bedrag van verdachte had geleend en tot zekerheid van nakoming van zijn verplichting tot terugbetaling van die ‘lening’ aan verdachte, vermeerderd met rente en kosten, ten gunste van verdachte een recht van hypotheek op de hiervoor genoemde woning met aanhorigheden werd gevestigd, terwijl in werkelijkheid geen sprake was van een lening maar van een zogenaamde loan-back constructie.” De verdachte is daarop veroordeeld wegens het medeplegen van het doen van een valse opgave in een authentieke akte en voor witwassen.
3.De bewezenverklaring en de bewijsvoering van het hof
Overwegingen met betrekking tot het bewijs
Het wordt doorberekend. Het gaat niet om werkelijke aankopen.
“verstrekte en/of te verstrekken geldleningen,
verleende en/of te verlenen kredieten,
door de debiteur ten behoeve van de schuldeiser gestelde en/of te stellen borgtochten en/of contragaranties,
door de schuldeiser afgegeven en/of af te geven borgtochten en/of (schuldeiser)garanties,
huidige en/of toekomstige parallelle schulden jegens de schuldeiser als zekerhedenagent,
huidige en/of toekomstige regresvorderingen,
huidige en/of toekomstige vorderingen krachtens subrogatie,
huidige en/of toekomstige financiële instrumenten, waaronder mede begrepen derivatencontracten, en/of
uit welken anderen hoofde dan ook.”
4.Het eerste middel
of een afschrift daarvante gebruiken of door anderen te doen gebruiken’. Bij het slagen van deze klachten kan ook de bewezenverklaring van feit 2 niet in stand blijven, aldus de stellers van het middel.
loan-backconstructie. Dat leidt het hof tot de conclusie dat tegenover het hypotheekrecht (op dat moment) geen lening of andere financiële verplichting stond. Die redenering van het hof kan ik op zichzelf volgen. Dat geldt echter niet voor het vervolg, dat ik hier voor het lezersgemak zal herhalen: