Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het eerste middel
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
eerste lidin de akte worden vermeld, ongewijzigd.
derde lidwordt gewijzigd dat voortaan de identiteit van de persoon waaraan de gerechtelijke mededeling wordt uitgereikt, zo mogelijk wordt vastgesteld aan de hand van een geldig identiteitsbewijs. De soort en het nummer van dit identiteitsbewijs worden genoteerd op de akte van uitreiking. Deze akte wordt ondertekend door degene die de uitreiking verzorgt. Dit kan ook een elektronische ondertekening zijn (zie het Wetsvoorstel digitale processtukken Strafvordering). Overwogen is ook degene die het gerechtelijk schrijven krijgt uitgereikt te verzoeken de akte te ondertekenen. Hiervan is afgezien omdat voor de akte de verklaring van degene die de uitreiking verzorgt bepalend is. Onwenselijk is dat discussie ontstaat over de akte van uitreiking op het moment dat hierop het tekenen voor ontvangst ontbreekt. Ten opzichte van de tekst van het huidige derde lid zijn verder de toevoegingen «ter plaatse» en «terstond» geschrapt. Reden hiervoor is dat door het gebruik van een handcomputer het formeel opmaken en ondertekenen van de akte van uitreiking van de ter plaatse en op het moment van de uitreiking ingevulde gegevens op een later moment en op een andere plaats kan plaatshebben.”
a contrario– de akten niet naar waarheid zijn ingevuld en dat niet is voldaan aan het vereiste van art. 36h lid 3 Sv. Zo kan degene die met uitreiking van de akte is belast het aanvinken immers gewoonweg zijn vergeten. Uit art. 36h lid 3 Sv volgt dat (in een dergelijk geval) ondertekening door degene die met uitreiking is belast, veronderstelt dat deze de akte naar waarheid heeft ingevuld. [5] Dat de akte ook is uitgereikt in het geval het aanvinkvak “Ik heb de brief uitgereikt en deze akte naar waarheid ingevuld” noch het vak “Ik heb de brief niet uitgereikt en deze akte naar waarheid ingevuld” is aangevinkt, kan onder meer toch worden vastgesteld wanneer de ontvanger voor ontvangst heeft getekend met het plaatsen van diens handtekening op de akte. Dat een handtekening van de ontvanger op zichzelf niet is vereist op grond van art. 36h Sv, zoals volgt uit de geciteerde wetsgeschiedenis onder 3.8, doet daaraan naar mijn oordeel niet af. [6]