Conclusie
1.Inleiding
2.De zaak
(middel 1), tegen de verwerping door het hof van het door de verdediging geschetste alternatieve scenario
(middel 3)en tegen het oordeel van het hof dat de verdachte ten minste voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer
(middel 2). [2]
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
Dit gebruik heeft plaatsgevonden in één van de ruimtes in de woning aan [a-straat 1] in [plaats] , in het proces-verbaal aangeduid als “de kantine”. [4]
Google;
[het hof begrijpt: haar ex-partner, [naam 4] ]te woord te staan die op dat moment belde; [8]
Omstreeks 21.30 uur arriveerde de huisarts [naam 3] . Na onderzoek aan het slachtoffer deelde de huisarts mee dat hij gelet op het aantal bevindingen geen verklaring van natuurlijk overlijden wilde afgeven en hij de zaak wilde overdragen aan een forensisch arts. [25]
Op basis van de gemeten temperatuur van het slachtoffer, de omgevingstemperatuur en het geschatte gewicht van het slachtoffer, is geconcludeerd dat het tijdstip van overlijden hoogstwaarschijnlijk tussen donderdag 9 april 2020 om 05.30 uur en donderdag 9 april 2020 om 14.30 uur heeft gelegen. [26]
Bij de sectie werden inwendige letsels (bloeduitstortingen) in de schuine halsspieren beiderzijds vastgesteld, reikend tot aan beide sleutelbeenderen.
Ook werden tekenen van bij leven ontwikkelde stuwing vastgesteld. Deze letsels/bevindingen zijn ontstaan ten gevolge van uitwendig mechanisch samendrukkend geweld op de hals. Samendrukkend geweld op de hals leidt doorgaans tot zuurstofgebrek in de hersenen (cerebrale hypoxie).
Bij de sectie werden letsels aan de neus en de onderlip vastgesteld. Deze letsels waren bij leven ontstaan door inwerking van uitwendig mechanisch stomp botsend geweld (zoals door stoten, vallen, slaan, tegen iets aankomen), (samen)drukken van de mond en neus (smoren) of een combinatie van voornoemde oorzaken.
Hiermee wordt gedacht aan drukuitoefening (traumatische mechanische compressie) op de borst zoals door stompen, zitten, duwen tegen de borst. Dit kan hebben geleid tot zuurstofgebrek en de dood.
‘burking’genoemd. [29]
De gemeten ethanolconcentratie in het femoraalbloed is een concentratie waarbij, bij een gematigde gebruiker, onder andere opgewektheid, enige ontremming, verhoogde spraakzaamheid, verstoorde waarneming en vertraagde reactietijd kunnen optreden;
De gemeten GHB-concentratie in het femoraalbloed is een hoge concentratie waarbij toxische verschijnselen kunnen optreden, waaronder diepe coma-achtige slaap. Gelijktijdig gebruik van dempende stoffen (GHB en ethanol) leidt tot een sterker dempend effect op het centraal zenuwstelsel dan de stoffen afzonderlijk doen. In dit geval kunnen de effecten van GHB worden versterkt door de aanwezigheid van ethanol;
De effecten zijn echter afhankelijk van de mate van gewenning aan GHB. De toxicoloog concludeert dat de GHB-concentratie een bijdrage kan hebben geleverd aan het overlijden, onder andere door de dempende werking op de ademhaling en het centraal zenuwstelsel, en kan bij uitsluiting van een meer waarschijnlijke doodsoorzaak het overlijden verklaren. [30]
A,B, C en N):
A:Aan het voorhoofd links en deels aan het behaarde hoofd links waren er 3 letsels bestaande uit roodbruine tot zwarte huidverkleuringen van onderhuidse bloeduitstortingen met plaatselijk indroging en geringe oppervlakkige huidbeschadiging. De grootste was maximaal 2 bij 1,1 centimeter. Wonddateringsonderzoek toonde aan dat dit letsel vitaal was (dus bij leven opgeleverd) met een reactie passend bij een meerdere uren vóór het overlijden ontstaan letsel.
B:Verspreid aan de neus waren circa 14 kleine oppervlakkige huidbeschadigingen met roodheid van in de huid gelegen bloeduitstortingen, maximaal circa 0,3 bij 0,1 centimeter.
C: In het slijmvlies van de onderlip (onder de lipriem) en daarnaast rechts waren in totaal 3 bloeduitstortingen.
N: Aan het behaarde hoofd links, aan het voorhoofd links, doorlopend tot aan het linkeroor voorwaarts, was er letsel met een bepaald patroon. Het betrof een gebied van circa 20 bij 7,5 centimeter met daarin circa 37 oppervlakkige krasvormige huidbeschadigingen van circa 4 bij 0,1 centimeter met roodheid van in de huid gelegen bloeduitstortingen. Ze lagen op een onderlinge afstand van circa 0,2-1,4 centimeter en verliepen iets schuin op de lengteas van het lichaam. Wonddateringsonderzoek van dit letsel toonde geen overtuigende kenmerken van vitaal (bij leven opgeleverd) letsel, maar wel lichtmicroscopisch plaatselijk uitgetreden rode bloedcellen (extravasatie van erythrocyten). Macroscopisch was bij sectie evident vitaal letsel zichtbaar. De uitkomst van wonddateringsonderzoek van dit letsel is dus niet in lijn met datgene dat macroscopisch is vastgesteld (mogelijke oorzaken van deze discrepantie zijn: inadequate bemonstering van het letsel of rondom het overlijden ontstaan letsel met
Aen
Nwas er een uitgebreide bloeduitstorting binnenwaarts in de schedelhuid links, in het botvlies en in een groot deel van de linkerslaapspier.
Aen
N), die tot aan de binnenzijde van de schedelhuid en tot in het botvlies van het schedeldak en de linkerslaapspier reikten, heeft de patholoog opgemerkt dat deze letsels bij leven zijn ontstaan door inwerking van uitwendig mechanisch stomp botsend, al of niet tevens drukkend geweld zoals door hevig slaan (al of niet met een voorwerp, zie in dat kader ook het typisch patroon van letsel
N) of hevig vallen (waarbij gezien letsel
Nhevig vallen op een structuur met een bepaald patroon dient te worden overwogen). Deze letsels hebben niet geleid tot letsels inwendig in de schedelholte en zijn niet van belang voor de dood, maar kunnen wel geleid hebben tot bewustzijnsstoornissen.
[het hof begrijpt: de snelheid waarmee het lichaam het middel verwerkt]past de hoogte van de gemeten concentratie bij een inname in de uren voorafgaand aan het overlijden van het slachtoffer en niet bij een inname van GHB tijdens de dag(en) daarvoor. [32]
[het hof begrijpt: een onderdrukkend effect op het hart en de ademhaling]. GHB heeft een nauwe toxische marge en een snel effect na inname. De aangetroffen GHB-concentratie in dit geval is, conform de NFI-rapportage, zeker van dien aard om het overlijden te kunnen verklaren. Er kan aldus worden besloten dat de vastgestelde GHB-concentratie, indien deze al niet fataal was, op zijn minst ernstige symptomen met een indaling van het bewustzijn moet hebben veroorzaakt. De combinatie van de vastgestelde letsels kan op zich de dood veroorzaken volgens de mechanismen van smoring, geweld op de hals, dooddrukking of een combinatie van deze mechanismen. In dit geval kan noch worden uitgesloten, noch worden bewezen, dat deze mechanismen hebben bijgedragen tot de dood. Desalniettemin kan, op basis van de huidige, aan de deskundigen beschikbaar gestelde elementen in het dossier, onvoldoende alternatieve verklaring worden gegeven voor de stuwingsverschijnselen en traumatische letsels, zoals vastgesteld bij de inwendige lijkschouwing.
Men moet de hals dichtknijpen of samendrukken tot voorbij de grens van bewusteloosheid. Als het slachtoffer al bewusteloos is, is dat geen maatstaf. Daaruit kan niet de duur of de kracht worden vastgesteld, maar wel dat het voldoende krachtig geweest kan zijn om de dood te veroorzaken of het overlijden te verklaren. [44]
de of de enigedoodsoorzaak is geweest. Dit neemt echter niet weg dat het samendrukkend geweld op de hals
eendoodsoorzaak is geweest bij het slachtoffer. Daarbij geldt dat de krachtsinwerking op de hals bij leven heeft plaatsgevonden en dat de hoeveelheid GHB op dat moment dus nog niet dodelijk was. [50]
Overwegingen met betrekking tot het bewijs
kanhebben gevormd in de gebeurtenissen die tot het gevolg hebben geleid, en;
met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheiddoor de gedragingen van verdachte is veroorzaakt.
voorzijn bevindingen gaat.
bij levenheeft plaatsgevonden en dat de GHB op dat moment nog niet tot de dood van het slachtoffer had geleid.
wetenschapheeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, niet zonder meer kan volgen dat hij de aanmerkelijke kans op het gevolg ook
bewust heeft aanvaard.
kan voorstellendat deze gang van zaken zich heeft voorgedaan.
A, B, Cen
N) en aan haar romp en inwendige letsels aan het hoofd.
4.Het eerste middel
1. het hof de verklaringen van de deskundigen [deskundige 4] en [deskundige 1] (hierna: [deskundige 1] ) heeft gedenatureerd, althans vaststellingen doet die niet uit de tot het bewijs gebezigde verklaringen van de deskundigen kunnen worden afgeleid, nu het hof het oordeel dat de dood van het slachtoffer aan de verdachte kan worden toegerekend baseert op de vaststelling “dat deskundigen [deskundige 4] en [deskundige 1] tijdens de zitting bij de rechtbank hebben verklaard dat het slachtoffer hoogstwaarschijnlijk (waarmee door [deskundige 4] de hoogste graad van bijna aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wordt bedoeld) is overleden als gevolg van samendrukkend toesnoerend geweld op de hals terwijl zij zwaar geïntoxiceerd was” en de vaststelling dat “het slachtoffer gelet op het pathologisch substraat, de tekenen van samendrukkend geweld op de hals, ook zou zijn overleden zonder de GHB-intoxicatie”, terwijl de kwalificatie ‘hoogst waarschijnlijk’ door de deskundigen is verbonden aan de oorzaak van het letsel (het geweld op de hals) en niet aan het gevolg (het intreden van de dood). Deskundige [deskundige 1] zou deze verklaring in hoger beroep bovendien hebben genuanceerd.
2. het hof nader had moeten motiveren waarom niet aannemelijk is geworden dat de GHB-overdosis tot de dood heeft geleid, nu uit de bewijsmiddelen blijkt dat “de gemeten GHB-concentratie (530 mg/l) een concentratie is die beter past bij personen die zijn overleden aan een overdosis dan bij personen die aan dezelfde GHB-concentratie niet zijn overleden”, en “de GHB-concentratie een bijdrage kan hebben geleverd aan het overlijden”, terwijl uit die bewijsmiddelen eveneens blijkt dat “de combinatie van de vastgestelde letsels […] op zich de dood [kan] veroorzaken volgens de mechanismen van smoring, geweld op de hals, dooddrukking of een combinatie van deze mechanismen”, maar “in dit geval […] noch [kan] worden uitgesloten, noch worden bewezen, dat deze mechanismen hebben bijgedragen tot de dood”.
welter discussie dat tussen het op de hals uitgeoefende geweld en het intreden van de dood van het slachtoffer een causaal verband bestaat.
kanhebben gevormd in de gebeurtenissen die tot het gevolg hebben geleid, en;
met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheiddoor de gedragingen van verdachte is veroorzaakt.
voorzijn bevindingen gaat.
bij levenheeft plaatsgevonden en dat de GHB op dat moment nog niet tot de dood van het slachtoffer had geleid.
dood, maar als oorzaak van het
letsel. Het hof zou de verklaringen van [deskundige 4] en [deskundige 1] zodoende – mede in het licht van een in hoger beroep door deskundige [deskundige 1] afgelegde (nuancerende) verklaring over dit waarschijnlijkheidsoordeel – hebben gedenatureerd.
Verhoren van de deskundigen tijdens de zitting van 14 januari 2022
Gelet op de combinatie van de halsspierbloedingen met de zeer uitgesproken stuwingsverschijnselen in het gelaat, schuift deskundige [deskundige 4] samendrukkend of toesnoerend geweld tegen de hals als meest waarschijnlijke oorzaak naar voren, waarbij hij spreekt van hoogst waarschijnlijk, zijnde de hoogste graad van bijna aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid. Daarbij kan niet gezegd worden of het gaat om strangulatie, een armklem of wurging. [59]
Men moet de hals dichtknijpen of samendrukken tot voorbij de grens van bewusteloosheid. Als het slachtoffer al bewusteloos is, is dat geen maatstaf. Daaruit kan niet de duur of de kracht worden vastgesteld, maar wel dat het voldoende krachtig geweest kan zijn om de dood te veroorzaken of het overlijden te verklaren. [64]
Maar in dit geval hebben we andere argumenten om de hypothesen van toesnoerend geweld heel duidelijk als de meest waarschijnlijke naar voren te schuiven. Dat is de combinatie met de stuwingsverschijnselen in het gelaat die zeer uitgesproken zijn.Als dat alleen door een omgekeerde houding zou zijn, waarbij het hoofd lager komt te liggen dan de rest van het lichaam - wat posturale asfyxie wordt genoemd - en waardoor je kan verstikken, dan zien we minder puntbloedingen in de gelaatshuid. Ik sluit niet uit dat het kan, maar in de meeste gevallen van posturale asfyxie die wij hebben gezien ontbreken die puntbloedingen in de huid. Ze zijn wel bijna altijd aanwezig in de oogbindvliezen. Dat verklaart op generlei wijze de halsspierbloedingen.
De beste hypothese waarin alle verschijnselen tegelijkertijd kunnen worden verklaard is en blijft het samendrukkend of toesnoerend geweld tegen de hals, waarbij we niet kunnen zeggen of het gaat om strangulatie, een armklem of wurging.Puur theoretisch kan men zeggen dat de kans dat het om een slachtoffer gaat dat zich niet heeft verzet veel groter is, vanwege het ontbreken van letsels aan de huid. Maar dat kan niet onderscheiden worden van de situatie dat er een zacht of breed snoer of een arm is gebruikt. Als er huidletsel was geweest dan hadden we meer onderscheid kunnen maken. U merkt op dat het u duidelijk is dat [deskundige 1] naar het geheel kijkt en dan tot een conclusie komt en dat ik hetzelfde standpunt daarin heb. U vraagt of de bloedingen aan de halsspieren naar mijn mening kunnen zijn ontstaan door ongecontroleerd abrupt bewegen als gevolge van GHB-gebruik zoals op de beelden te zien was. Dat volstaat niet om de halsspierbloedingen te veroorzaken.
[…] Terugkomend op de hypothese van het voorover liggen en het dragen van het lichaam, waarbij het hoofd achterover valt: dat biedt voor mij geen voldoende verklaring om alle letsels aan hoofd en hals te verklaren. [67]
We kunnen wel zeggen dat het voldoende krachtig moet zijn geweest om een levensbedreigende toesnoering te zijn. Men moet de bloedvaten zodanig lang toeknijpen dat de hersenen ernstig zuurstofgebrek beginnen te lijden. Het duurt enkele minuten om een ademhalingsstilstand te veroorzaken. Men moet dan knijpen tot voorbij de grens van bewusteloosheid. Als het slachtoffer al bewusteloos is, is dat geen maatstaf. We kunnen daaruit niet de duur of de kracht vaststellen, maar wel dat het voldoende krachtig geweest kan zijn om de dood te veroorzaken of het overlijden te verklaren. Op basis van petechiën kunnen we ook zeggen dat een slag, stoot, stamp of val tegen de hals die puntbloedingen op generlei wijze kan verklaren. Bovendien zien we dan een meer gelokaliseerde plaats van dat impact links of rechts. Hier zijn ze beiderzijds en zien we bijvoorbeeld letsels aan de voorkant van het schildkraakbeen. De belangrijkste reden om een stoot, een val of een stomp uit te sluiten is de aanwezigheid van puntbloedingen. Ik benadruk nogmaals dat we het in zijn geheel moeten bekijken. De duur en de uiteindelijke kracht kunnen we dus niet uit de letsels afleiden.
We kunnen alleen zeggen dat de samendrukking enige tijd heeft geduurd, maar niet hoe lang, en dat er voldoende kracht is uitgeoefend om in theorie het overlijden te verklaren. Het heeft de potentie gehad om dodelijk te zijn.We hebben in de forensische pathologie geen maatstaf/significant verschijnsel met betrekking tot samendrukking van de hals waaruit we die elementen, te weten de duur en de kracht, kunnen afleiden. We kunnen alleen maar zeggen dat we met deze verschijnselen te maken hebben met een potentieel levensbedreigend geweld op de hals.
Maar ik ben het helemaal eens met het uitdrukken in waarschijnlijkheden. Ik zou net als [deskundige 4] hoogst waarschijnlijk zeggen. U vraagt mij of ik van mening ben dat de oorzaak dan hoogst waarschijnlijk verwurging is door toesnoerend samendrukkend geweld op de hals. In ieder geval wat ik in mijn rapport heb vermeld, in mijn definitieve sectierapport pagina's 9 en 10, voor de doodsoorzaak.
De voorzitter vraagt of het klopt dat [deskundige 1] hiervan zegt dat ze zich aansluit bij [deskundige 4] dat daar “hoogst waarschijnlijk" aan kan worden toegekend.
Degene die zegt dat het ene waarschijnlijker is dan het andere, heeft dat uit persoonlijke voorkeur gezegd. Ik ben hier niet om persoonlijke voorkeuren uit te spreken. Ik ben een deskundige. Ik kan niet zeggen dat het ene waarschijnlijker is dan het andere.
iseen doodsoorzaak bij deze persoon. Ik kan niet zeggen dat het samendrukkend geweld op de hals de dood heeft veroorzaakt. Er zijn twee dingen die de dood veroorzaakt kunnen hebben en die kun je niet onderscheiden. De twee doodsoorzaken veroorzaken ook nog effecten in de hersenen, zoals zuurstoftekort, en dat kan ook nog een bijkomend effect op elkaar gehad hebben.
kaneen doodsoorzaak zijn.
zeker weetdat het samendrukkend geweld op de hals de doodsoorzaak is geweest.
“Vanwege het totale beeld aan letsels/bevindingen die bij leven waren ontstaan (waaronder kneuzingen aan het hoofd, de halsspierbloedingen en de uitgebreide stuwingstekenen met onder andere vele petechiën), die niet kunnen worden verklaard op grond van een intoxicatie gaat de voorkeur in het onderhavige geval uit naar geweldpleging door een ander persoon door middel van samendrukken toesnoerend geweld op de hals bij een zwaar geïntoxiceerd persoon (waarbij GHB intoxicatie een bijdrage kan hebben gehad).” U vraagt mij of ik met “de voorkeur” bedoel dat dat de meest waarschijnlijke gang van zaken is.
Ik wilde eigenlijk zeggen dat het niet zo kan zijn dat het slachtoffer overleden kan zijn aan GHB, terwijl je niets doet met het geweld op de hals. Er is sprake van een combinatie: van een geïntoxiceerd persoon met daarbij tekenen van het samendrukkend geweld op de hals.
Voorkeur betekent niet dat het een waarschijnlijkheid is. Ik spreek hier geen voorkeuren voor doodsoorzaken uit. Ik bedoel dus dat er sprake is van geweldpleging door een ander persoon bij een zwaar geïntoxiceerd persoon. Je hoeft het niet los van elkaar te zien, maar ook samen. Je kan de twee dingen aan één lichaam niet scheiden en daarom gaat de voorkeur ernaar uit om het samen te bekijken. Je zegt dus niet: “GHB heeft het gedaan en de rest was er maar bij”. Het heeft te maken met het feit dat ik daarboven twee separate doodsoorzaken noem. Daarna heb ik geschreven dat het forensisch gezien handiger is om het in het geheel te bekijken en niet los van elkaar.
Ik kan geen waarschijnlijkheid uitspreken.
waargenomen letsel.Dat is meen ik, gelet op de context van die verklaring, bijvoorbeeld het geval waar deskundige [deskundige 4] verklaart dat “de beste hypothese waarin alle verschijnselen tegelijkertijd kunnen worden verklaard […] het samendrukkend of toesnoerend geweld tegen de hals is en blijft, waarbij we niet kunnen zeggen of het gaat om strangulatie, een armklem of wurging”.
hoogst waarschijnlijk.
Hoogst waarschijnlijk is de hoogste graad van bijna aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid. […]
Maar ik ben het helemaal eens met het uitdrukken in waarschijnlijkheden. Ik zou net als [deskundige 4] hoogst waarschijnlijk zeggen.”
iseen doodsoorzaak bij deze persoon. Ik kan niet zeggen dat het samendrukkend geweld op de hals de dood heeft veroorzaakt. Er zijn twee dingen die de dood veroorzaakt kunnen hebben en die kun je niet onderscheiden. De twee doodsoorzaken veroorzaken ook nog effecten in de hersenen, zoals zuurstoftekort, en dat kan ook nog een bijkomend effect op elkaar gehad hebben.
kaneen doodsoorzaak zijn.”
terwijl zij zwaar geïntoxiceerd was.De deskundigen beschouwen de twee doodsoorzaken dus in samenhang. Dat blijkt onder meer uit de volgende verklaring van deskundige [deskundige 1] , afgelegd op de zitting van 6 februari 2025:
terwijl zij zwaar geïntoxiceerd washet meest waarschijnlijk achten (en dus: waarschijnlijker dan een scenario waarin het slachtoffer zou zijn overleden aan (enkel) de GHB-intoxicatie). Het hof heeft op basis van deze verklaringen aannemelijk geacht dat het overlijden met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door het door de verdachte gepleegde geweld is veroorzaakt. In het licht van de verklaringen van de deskundigen die het hof aan dat oordeel ten grondslag legt, begrijp ik dit oordeel zo dat het hof meent dat het geweld met een aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid de dood
van een zwaar geïntoxiceerd persoonheeft veroorzaakt. Dat oordeel vind ik niet onbegrijpelijk, nu uit de verklaringen van de deskundigen ook volgt (en door het hof is vastgesteld) dat het geweld op de hals bij leven is toegepast en het geweld naar zijn aard geschikt is om de dood te doen intreden.
hoogstwaarschijnlijk niettot de dood heeft geleid.
.De GHB-intoxicatie is dus betrokken in het scenario dat ten grondslag is gelegd aan de toerekening van de dood aan de verdachte. Dat het hof het scenario waarin het slachtoffer is overleden aan de gevolgen van samendrukkend geweld op de hals terwijl zij zwaar geïntoxiceerd was waarschijnlijker heeft geacht dan het scenario waarin het slachtoffer zou zijn overleden aan (enkel) de GHB-intoxicatie vind ik niet onbegrijpelijk. Daarbij neem ik in aanmerking dat het hof heeft vastgesteld dat (i) het met substantiële kracht en gedurende enige tijd dichtknijpen of samendrukken van de hals naar zijn aard geschikt is om het intreden van de dood teweeg te brengen, (ii) de deskundige [deskundige 3] heeft geconcludeerd dat de gemeten GHB-concentratie het overlijden kan verklaren indien al het andere is uitgesloten en dat als in dit geval een andere, meer waarschijnlijke, doodsoorzaak wordt vastgesteld, dit voor zijn bevindingen gaat, (iii) de deskundige [deskundige 1] heeft verklaard dat het slachtoffer gelet op het pathologisch substraat, de tekenen van samendrukkend geweld op de hals, ook zou zijn overleden zonder de GHB-intoxicatie en (iv) de samendrukkende of toesnoerende krachtsinwerking op de hals
bij levenheeft plaatsgevonden en de GHB op dat moment nog niet tot de dood van het slachtoffer had geleid.
5.Het derde middel
(a) deskundige [deskundige 1] heeft verklaard dat het geschetste alternatieve scenario niet past bij de aard en de ernst van het door haar beschreven letsel en;
(b) de handelingen van de verdachte en de bevindingen van de deskundigen eerder steun bieden voor het scenario waarin de verdachte opzettelijk heeft gehandeld dan voor het scenario waarin sprake is van een ongeluk.
Conclusie: de rechtbank heeft terecht onderstaand scenario van de verdediging gevolgd
er samendrukkend geweld op de halshad plaatsgevonden, maar verschilden van mening hoe dit exact geïnterpreteerd moest worden.
samendrukkend geweld op de hals de meest waarschijnlijke doodsoorzaakwas.
mogelijkheid van posturale asfyxie(verstikking door een ongunstige lichaamshouding).
11 september 2020stelde ze dat:
goed verklaard kan worden door de hoge concentratie GHB.
Verstikking door extern geweld (zoals verwurging) niet uitgesloten kon worden.
Combinatie van factoren mogelijk was, zoals de effecten van GHB en een houding waarin de ademhaling beperkt werd.
14 januari 2022verklaarde ze:
maar ook onbedoeld in een situatie waarin [slachtoffer] al bewusteloos was.”
posturale asfyxieeen mogelijke verklaring was.
dat dit in combinatie met een samendrukkend moment (EM: zoals de manier waarop verdachte [slachtoffer] vasthield) kon leiden tot haar overlijden.
voldoende hoog was om het overlijden volledig te verklaren.
combinatie van GHB en alcohol ademhalingsdepressie veroorzaakteen dat hierdoor [slachtoffer]
bewusteloos kon raken en kon sterven aan zuurstofgebrek
stuwingstekenen en bloedingen in de halsspierenkonden passen bij
verwurging, maar ook bij andere vormen van druk op de hals.
14 januari 2022:
Stelde dat als er geweld was toegepast, dit niet per se een bewuste verwurging hoefde te zijn.
de effecten van GHB cruciaal waren bij haar overlijden.
dat GHB-intoxicatie op zichzelf fataal kon zijnen dat, indien er sprake was van halsdruk, dit
niet per se bewust of opzettelijk hoefde te zijn.
de bloedingen in de halsspieren het gevolg moesten zijn van trauma.
samendrukkend geweld als meest waarschijnlijke oorzaak, maar erkende dat
dit niet per se een bewuste daad hoefde te zijn.
posturale asfyxie als enige doodsoorzaak,maar sloot niet uit dat dit in combinatie met GHB een rol kon spelen.
het geweld dat leidde tot de letsels niet per se intentioneel was.
kracht die [slachtoffer] ’s hoofd naar achteren trok(EM: zoals bij het omhoog tillen).
niet altijd sprake hoeft te zijn van bewuste verwurging. Het samendrukken van de hals. Een armklem behoort bijvoorbeeld ook tot de mogelijkheden (Vonnis, p.8).
krachtige halsdruk als de waarschijnlijke oorzaak, maar deze kon passen bij de manier waarop verdachte haar probeerde te bedwingen.
verdachte [slachtoffer] per ongeluk verstikte toen hij haar tegenhield om te voorkomen dat ze opnieuw GHB zou nemen.
1.GHB-intoxicatie was op zichzelf mogelijk dodelijk
het goed mogelijk dat GHB een belangrijke (zo niet doorslaggevende) rol speelde in haar overlijden.
2.Druk op de hals kon ontstaan door een onbedoelde fysieke interactie
samendrukkend geweld, maar
dat dit niet per se een bewuste verwurging hoefde te zijn.
druk op de hals kon ontstaan bij het vasthouden of optillen van [slachtoffer]
3.Posturale asfyxie was een mogelijkheid, maar niet doorslaggevend
posturale asfyxie(verstikking door een verkeerde houding), vooral in combinatie met GHB.
de combinatie van factoren als aannemelijk
4.Verdachtes fysieke kracht en toestand speelden mogelijk een rol
ook zwaar onder invloed van GHBwas en zich mogelijk
niet volledig bewust was van de kracht die hij uitoefende.
forse, maar onbedoelde druk op de hals.
niet onomstotelijk vaststaat dat verdachte opzettelijk [slachtoffer] heeft gewurgd.
extreme GHB-intoxicatie, een fysieke interactie waarbij verdachte haar probeerde te bedwingen, en de mogelijkheid van een verstikkingshoudingvormden een aannemelijk(er) ongeluksscenario.
geheugenverlieseen bekend fenomeen is.
13 april 2020een verklaring afgelegd. Daaruit komt, samengevat, het volgende naar voren.
ter terechtzitting van 16 iuni 2022heeft verdachte verklaard over wat hij zich kan herinneren of meent te herinneren.
na de verklaring 13 april 2020, op onderdelen anders (of enigszins anders) heeft verklaard.
eigen gesteldheid van verdachte op 9 april 2020, waarbij verdachte zich gebeurtenissen, als gevolg van de effecten van
het GHB-gebruik en het gebruik van lachgas, (deels) helemaal niet of niet goed kan herinneren.
vooraf isgegaan aan het moment dat hij heeft beschreven in de verklaring van 13 april 2020, (het moment dat hij [slachtoffer] op haar billen voorovergebogen voor de bank heeft zien zitten) eerder niet heeft gesproken.
niet onaannemelijk. De beschreven situatie vindt ondersteuning in de verklaringen van de getuigen.
Bespreking van het alternatieve scenario
kan voorstellendat deze gang van zaken zich heeft voorgedaan.
A, B, Cen
N) en aan haar romp en inwendige letsels aan het hoofd.
“De forensische bevindingen laten daarnaast ruimte voor een scenario waarin verdachte, in een dergelijke situatie, het bovenlichaam van [slachtoffer] met zijn arm met de nodige kracht heeft omklemd. Bij het naar boven, op de bank trekken van [slachtoffer] kan zijn arm gemakkelijk naar boven, richting de hals van [slachtoffer] zijn verschoven, waarbij haar hoofd plots dan wel geleidelijk met de nodige kracht naar achteren is getrokken en de hyperextensie is veroorzaakt en enige tijd is aangehouden. In dat hele proces kunnen de halsspierbloedingen zijn ontstaan en ook, door de samendrukkende kracht van zijn arm om haar hals, met als gevolg het dichtknijpen van de bloedvaten in de hals, na 15 tot 30 seconden de stuwingsverschijnselen.”U vraagt mij waarom dit scenario naar mijn mening niet aannemelijk is. Ik mis hier de kracht; het is niet even je arm tegen iemands hals aanhouden. Je zou de neiging krijgen om te denken dat er hier staat dat de arm even tegen de hals is aangekomen. Als dat zo was, zou iedereen wel aan geweld op de hals overlijden. Er is hier sprake van een niet normale krachtsinwerking op de hals. Dat noemen we in lekentaal: wurgen. Het even verplaatsen van een arm tegen de hals kan dit substraat en de puntbloedingen en de stuwingseffecten niet verklaren.
“Terwijl verdachte het slachtoffer vasthad, schoof zijn arm mogelijk omhoog van haar borst naar haar hals. Haar hoofd kon door die beweging met kracht naar achteren zijn geduwd, wat de halsspierbloedingen verklaart. Mogelijk hield verdachte haar te lang of te stevig vast waardoor haar luchtwegen zijn afgesloten geraakt. Dit effect werd versterkt door GHB, die de ademhaling al had onderdrukt, haar bewustzijn ernstig verminderd was en de hersenen minder zuurstof kregen wat kan leiden tot bewusteloosheid en uiteindelijk tot overlijden. Dit proces kan vijftien tot dertig seconden hebben geduurd voordat ernstige verstikking optrad”. U vraagt mij of ik dit scenario kan uitsluiten. Ik begrijp niet zo goed wat u mij voorhoudt. U zegt mij dat u een scenario voorhoudt dat aansluit bij het scenario van de rechtbank. Ik hoorde iets over een hand die verschuift naar de hals en ik hoorde iets over een nekklem. Hoe moet ik dat zien? Zijn dat twee aparte dingen?
hals/nekvan [slachtoffer] . In beide scenario’s komen wel de elementen van het ‘met kracht naar achteren trekken/duwen van het hoofd’ en het ‘gedurende enige tijd in die positie vasthouden van het slachtoffer’ duidelijk naar voren. Het is dus niet zo dat deskundige [deskundige 1] heeft gereageerd op een scenario waarin de arm enkel zou zijn verplaatst naar de hals, en waarin de kracht waarmee dat zou hebben plaatsgevonden niet is meegewogen. Ik begrijp de verklaringen van deskundige [deskundige 1] echter zo, dat zij het met kracht naar achteren duwen/trekken van de hals ten gevolge van een verschuiving van de arm van de borst naar de hals van het slachtoffer niet kan rijmen met het letsel dat zij heeft waargenomen. Daarvoor is, zo maak ik op uit haar verklaring, nodig dat een arm met kracht om de hals van iemand wordt geklemd, waarbij druk wordt uitgeoefend op de bloedvaten. Ik begrijp de verklaring van deskundige [deskundige 1] zo dat ten gevolge van het verschuiven van een arm van de borst naar de hals – ook al wordt iemand met kracht vastgehouden – niet zomaar zo’n langdurige, ‘actieve’ omklemming van de hals ontstaat, waardoor de stuwingsverschijnselen veroorzaakt kunnen zijn.
A, B, Cen
N) en aan haar romp en inwendige letsels aan het hoofd.
A,B, C en N):
A:Aan het voorhoofd links en deels aan het behaarde hoofd links waren er 3 letsels bestaande uit roodbruine tot zwarte huidverkleuringen van onderhuidse bloeduitstortingen met plaatselijk indroging en geringe oppervlakkige huidbeschadiging. De grootste was maximaal 2 bij 1,1 centimeter. Wonddateringsonderzoek toonde aan dat dit letsel vitaal was (dus bij leven opgeleverd) met een reactie passend bij een meerdere uren vóór het overlijden ontstaan letsel.
B:Verspreid aan de neus waren circa 14 kleine oppervlakkige huidbeschadigingen met roodheid van in de huid gelegen bloeduitstortingen, maximaal circa 0,3 bij 0,1 centimeter.
C: In het slijmvlies van de onderlip (onder de lipriem) en daarnaast rechts waren in totaal 3 bloeduitstortingen.
N: Aan het behaarde hoofd links, aan het voorhoofd links, doorlopend tot aan het linkeroor voorwaarts, was er letsel met een bepaald patroon. Het betrof een gebied van circa 20 bij 7,5 centimeter met daarin circa 37 oppervlakkige krasvormige huidbeschadigingen van circa 4 bij 0,1 centimeter met roodheid van in de huid gelegen bloeduitstortingen. Ze lagen op een onderlinge afstand van circa 0,2-1,4 centimeter en verliepen iets schuin op de lengteas van het lichaam. Wonddateringsonderzoek van dit letsel toonde geen overtuigende kenmerken van vitaal (bij leven opgeleverd) letsel, maar wel lichtmicroscopisch plaatselijk uitgetreden rode bloedcellen (extravasatie van erythrocyten). Macroscopisch was bij sectie evident vitaal letsel zichtbaar. De uitkomst van wonddateringsonderzoek van dit letsel is dus niet in lijn met datgene dat macroscopisch is vastgesteld (mogelijke oorzaken van deze discrepantie zijn: inadequate bemonstering van het letsel of rondom het overlijden ontstaan letsel met
Aen
Nwas er een uitgebreide bloeduitstorting binnenwaarts in de schedelhuid links, in het botvlies en in een groot deel van de linkerslaapspier.
Aen
N), die tot aan de binnenzijde van de schedelhuid en tot in het botvlies van het schedeldak en de linkerslaapspier reikten, heeft de patholoog opgemerkt dat deze letsels bij leven zijn ontstaan door inwerking van uitwendig mechanisch stomp botsend, al of niet tevens drukkend geweld zoals door hevig slaan (al of niet met een voorwerp, zie in dat kader ook het typisch patroon van letsel
N) of hevig vallen (waarbij gezien letsel
Nhevig vallen op een structuur met een bepaald patroon dient te worden overwogen). Deze letsels hebben niet geleid tot letsels inwendig in de schedelholte en zijn niet van belang voor de dood, maar kunnen wel geleid hebben tot bewustzijnsstoornissen.”
outbent - en ik had natuurlijk alweer GHB op - dan word je niet zomaar wakker. Ik weet niet hoe de letsels zijn ontstaan. Dit is ook weer invulling. [72]