Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
termijn[
onderstreping hof]. Dat alles impliceert dat, ook met de op verzoek van Qualinorm gemaakte aanpassingen van artikel 3 huurovereenkomst Pro, opzegging tegen het einde van een huurperiode (nog steeds) is vereist om de huurovereenkomst te doen eindigen. Ook artikel 3.4 huurovereenkomst wijst daarop. Andere aanknopingspunten voor haar uitleg heeft Qualinorm niet gesteld.
subonderdeel 1Aheeft het hof miskend dat voor een geldige rechtshandeling, behoudens bijzonderheden (waaromtrent het hof niets overweegt), niet meer is vereist dan een verklaring die de wil openbaart (art. 3:33 BW Pro).
de taalkundige uitlegveronderstelt dat de bedoelde taalkundige uitleg
a priorigegeven zou zijn en daarom ons in cassatie als vertrekpunt zou kunnen dienen. Dat klopt mijns inziens niet. Volgens het hof valt uit de email van 23 december 2019 ‘taalkundig slechts op te maken dat Qualinorm de huurovereenkomst niet met drie jaar wilde verlengen en over de huurtoekomst wilde praten’. Het zou eventueel anders zijn als de gebruikte woorden in redelijkheid geen andere uitleg toelaten. Mijns inziens is dat niet zo. De bewoordingen waarin de email zijn gesteld, zijn als volgt (hiervoor 2.1 onder iv):
in cassatieanders uitlegt dan het hof heeft gedaan. Niet voor niets begint het hof rechtsoverweging 3.13 met de zinsnede: ‘Voor zover Qualinorm met haar betoog ook heeft bedoeld dat zij de huurovereenkomst met haar email van 23 december 2019 heeft opgezegd...’ Het is namelijk maar zeer de vraag of de uitleg die Qualinorm thans in cassatie aan de email van 23 december 2019 geeft, in feitelijke aanleg aan haar verweer ten grondslag is gelegd. Illustratief is in dit verband wat tijdens de mondelinge behandeling ten overstaan van het hof van de zijde van Qualinorm is gezegd (en
nietis gezegd). Door het hof is toen uitdrukkelijk gevraagd of de email van 23 december 2019 als een opzegging moet worden gezien. De directeur-grootaandeelhouder van Qualinorm en diens advocaat hebben dat niet bevestigd. In plaats daarvan hebben zij de nadruk gelegd op een andere redeneerlijn, die in cassatie geen vervolg krijgt (namelijk een lijn volgens welke partijen met de email van 23 december 2019 en de reactie van de rechtsvoorgangster van Aster Invest daarop, voortzetting voor onbepaalde tijd zijn overeengekomen in afwachting van nadere afspraken over de duur van de huurverhouding). Ik citeer het proces-verbaal (onderstrepingen toegevoegd): [7]
U verschilt van mening over wat het gevolg is van de vraag of er al dan niet is opgezegd.
“Onze toekomst is onzeker. Ik wil en ik kan ons huurcontract niet met 3 jaar verlengen. Stel voor dat we binnenkort samen gaan zitten en onze gezamenlijke (huur-) toekomst gaan bespreken.”als een opzegging zien?