ECLI:NL:PHR:2026:399

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
25/01344
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 107 WVW 1994Art. 8 lid 5 WVW 1994Art. 457 lid 1 onder c SvArt. 472 lid 2 SvArt. 7 lid 1 onder a Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening veroordeling wegens rijden zonder rijbewijs na persoonsverwisseling

De aanvrager werd op 10 juli 2023 door de kantonrechter veroordeeld voor rijden zonder rijbewijs, met een gevangenisstraf van twee weken. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en cassatie wegens het ontbreken van middelen, waardoor het vonnis onherroepelijk werd.

De herzieningsaanvraag berust op de stelling dat niet de aanvrager, maar zijn oudere broer het strafbare feit pleegde. De broer zou bij aanhouding de naam van de aanvrager hebben opgegeven, wat blijkt uit biometrische identificatie en een gewijzigde sepotcode voor een gerelateerd feit rijden onder invloed van drugs.

De Procureur-Generaal concludeert dat het biometrische bewijs geen nieuw gegeven is, maar de wijziging van de sepotcode wel. Deze wijziging wekt het ernstige vermoeden dat, indien bekend geweest, het onderzoek tot vrijspraak had geleid. Daarom adviseert hij de herzieningsaanvraag gegrond te verklaren en de zaak door te verwijzen naar een gerechtshof voor behandeling volgens artikel 472 lid 2 Sv Pro.

Uitkomst: De herzieningsaanvraag wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen naar een gerechtshof voor nieuwe behandeling.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer25/01344 H
Zitting21 april 2026
CONCLUSIE
P.T.C. van Kampen
In de zaak
[aangever] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de aanvrager.

1.Inleiding

1.1
De aanvrager is bij vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 10 juli 2023 (parketnummer 96-007523-21) veroordeeld wegens “overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994”, gepleegd op 8 januari 2021. De kantonrechter heeft de aanvrager daarbij een gevangenisstraf voor de duur van twee weken opgelegd. In hoger beroep is de aanvrager niet-ontvankelijk verklaard, omdat het hoger beroep te laat was ingesteld (arrest gerechtshof Amsterdam van 1 februari 2024, parketnummer 23-002391-23). In cassatie is de aanvrager niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen middelen werden ingediend (arrest van 17 december 2024, zaaknummer 24/00501). Het vonnis van de kantonrechter van 10 juli 2023 is daarmee onherroepelijk geworden.
1.2
Bij verzoekschrift van 10 april 2025 heeft de advocaat P. van Dongen een verzoek tot herziening van het vonnis van de kantonrechter ingediend.

2.De stelling waarop de aanvraag berust

2.1
De herzieningsaanvraag berust op de stelling dat niet de aanvrager, maar zijn oudere broer degene is geweest die het strafbare feit heeft gepleegd waarvoor de aanvrager is veroordeeld. Die oudere broer – [betrokkene 1] geheten – zou bij zijn aanhouding op 8 januari 2021 de naam van de aanvrager hebben opgegeven. Er zou daarom sprake zijn van een persoonsverwisseling.

3.De onderbouwing van de herzieningsaanvraag

3.1
De herzieningsaanvraag en de daarbij gevoegde stukken houden, in onderlinge samenhang bezien, het volgende in.
3.2
Het bij de aanvraag tot herziening gevoegde proces-verbaal van 11 januari 2021 (bijlage 4) beschrijft – kort gezegd – hoe een verbalisant op 8 januari 2021 omstreeks 02:21 uur in [plaats] een Volkswagen Caddy staande houdt. De bestuurder had geen rijbewijs bij zich en kon zich ook niet op een andere manier identificeren. Desgevraagd verklaarde hij tegenover de verbalisant dat hij [aangever] was. Uit de raadpleging van het rijbewijzenregister door de verbalisant bleek vervolgens dat aan [aangever] nooit enig rijbewijs B was afgegeven. Verder schrijft de verbalisant dat de identiteit van de verdachte is vastgesteld door middel van vingerafdrukken.
3.3
Dat sprake is geweest van een persoonsverwisseling, wordt in de aanvraag op twee manieren onderbouwd.
3.4
In de eerste plaats wordt gewezen op de opmerking van de verbalisant dat de bestuurder geen identiteitsbewijs bij zich had en dat zijn identiteit is vastgesteld door middel van vingerafdrukken. De “ID staat (Op basis van identificatie met biometrie)” van 8 januari 2021 03:20 uur die bij het hiervoor genoemde proces-verbaal van 11 januari 2021 is gevoegd, vermeldt de naam van [betrokkene 1] en derhalve niet de naam van de aanvrager. Hieruit volgt volgens de aanvraag dat niet hij, maar zijn broer op 8 januari 2021 in [plaats] is staande gehouden.
3.5
In de tweede plaats wordt de gang van zaken rondom een door het openbaar ministerie geseponeerd feit – eveneens gepleegd op 8 januari 2021 te [plaats] – als novum aangevoerd. Uit de Justitiële Documentatie van 15 januari 2024 en uit de als bijlage 6 overlegde brief van de advocaat blijkt dat op 7 juni 2022 is beslist om de aanvrager niet te vervolgen voor het rijden onder invloed van drugs (art. 8 lid 5 WVW Pro 1994), eveneens gepleegd op 8 januari 2021 in [plaats] . [1] De vervolging voor het rijden onder invloed van drugs (het geseponeerde feit) en het rijden zonder rijbewijs (het feit waarvoor herziening wordt gevraagd) vloeien volgens de aanvrager allebei voort uit dezelfde staandehouding in [plaats] op 8 januari 2021. Ten aanzien van het rijden onder invloed van drugs is het openbaar ministerie namens de aanvrager op 30 januari 2024 verzocht om de sepotcode 02 (onvoldoende bewijs) voor dit feit te wijzigen in een sepotcode 01 (ten onrechte als verdachte aangemerkt) (bijlage 6). Daartoe is aangevoerd dat sprake is geweest van een persoonsverwisseling, waarbij is gewezen op het gegeven dat uit de biometrische ID-Staat in het proces-verbaal over het rijden zonder rijbewijs blijkt dat de aangehouden persoon niet de aanvrager maar zijn oudere broer betrof. Uit een mail van het openbaar ministerie van 2 februari 2024 blijkt dat de officier van justitie akkoord is gegaan met het verzoek en dat de wijziging van de sepotcode in gang zal worden gezet. [2]

4.De beoordeling van de herzieningsaanvraag

4.1
Op grond van art. 457 lid 1 onder Pro c Sv kan een onherroepelijke veroordeling worden herzien indien er – kort gezegd – sprake is van een gegeven dat (i) bij het onderzoek ter terechtzitting aan de rechter niet bekend was of bestaanbaar scheen en (ii) het ernstige vermoeden doet ontstaan dat – indien dit gegeven wel bekend was geweest – het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot vrijspraak, ontslag van alle rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie of de toepassing van een minder zware strafbepaling.
4.2
Voor zover in de aanvraag een beroep wordt gedaan op de biometrische ID-staat die is gehecht aan het hiervoor genoemde proces-verbaal van 11 januari 2021 en waaruit blijkt dat de verdachte die op 8 januari 2021 is staande gehouden op basis van vingerafdrukken is geïdentificeerd als [betrokkene 1] , kan het niet als zo’n gegeven worden aangemerkt. Hoewel dit stuk bij mij persoonlijk het ernstige vermoeden wekt dat hier inderdaad sprake is geweest van een persoonsverwisseling, maakte dit stuk reeds onderdeel uit van het procesdossier zoals dat bij de kantonrechter voorlag. Dit stuk kan daarom niet als een gegeven worden aangemerkt dat bij het onderzoek ter terechtzitting niet aan de rechter bekend was.
4.3
De vraag is vervolgens of de wijziging van de sepotcode voor het rijden onder invloed van drugs wel als novum kan worden aangemerkt. Ten tijde van het onderzoek ter terechtzitting was dit feit nog geseponeerd vanwege “onvoldoende bewijs”, hetgeen later – na een daartoe strekkend verzoek – is gewijzigd in “ten onrechte als verdachte aangemerkt”. Blijkens de Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden (2022A004) is die sepotcode (sepotcode 01) “uitsluitend bedoeld voor de gevallen waarin er in het opsporingsonderzoek feiten en/of omstandigheden naar voren zijn gekomen die ondubbelzinnig wijzen op de onschuld van betrokkene”.
4.4
Hoewel ik – ondanks navraag bij de politie [3] – geen definitief uitsluitsel heb kunnen krijgen, is wat mij betreft voldoende aannemelijk dat het feit waarvan herziening wordt gevraagd betrekking heeft op dezelfde staandehouding als het door het openbaar ministerie met sepotcode 01 geseponeerde feit van rijden onder invloed van drugs. Beide feiten zijn immers – zo kan uit de zich bij het stukken bevindende uittreksel Justitiële Documentatie van 15 januari 2024 worden afgeleid – gepleegd in [plaats] en dateren van 8 januari 2021. Daarbij komt dat beide feiten betrekking hebben op deelname aan het verkeer als bestuurder van een motorrijtuig.
4.5
Gelet hierop meen ik dat de wijziging van de sepotgrond voor het rijden onder invloed van drugs naar “ten onrechte als verdachte aangemerkt” – mede gelet op wat door de advocaat aan het verzoek tot wijziging ten grondslag is gelegd en bezien tegen de achtergrond van de reeds bestaande inhoud van het dossier – kan worden aangemerkt als een gegeven dat de kantonrechter bij het onderzoek ter terechtzitting niet bekend was en dat het ernstige vermoeden doet ontstaan dat – indien dit gegeven bekend zou zijn geweest – het onderzoek van de zaak zou hebben geleid tot de vrijspraak van de aanvrager.

5.Slotsom

5.1
Deze conclusie strekt tot gegrondverklaring van de herzieningsaanvraag en tot verwijzing van de zaak naar een gerechtshof dat daarvan nog geen kennis heeft genomen, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als is voorzien in artikel 472 lid 2 Sv Pro.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Deze sepotbrief van 7 juni 2022 bevindt zich overigens niet bij de stukken. Bijlage 5 bij de herzieningsaanvraag betreft wel een brief waarin namens de algemeen directeur van het CJIB wordt meegedeeld dat de officier van justitie heeft besloten om de aanvrager niet te vervolgen voor een strafbaar feit, gepleegd op 8 januari 2021, maar die brief is van 25 februari 2023. De brief bevat verder geen omschrijving van het strafbare feit en vermeldt ook geen parketnummer. Ook na een blik op de verdere Justitiële Documentatie van de aanvrager is mij niet duidelijk geworden waarop de als bijlage 5 overlegde brief betrekking heeft.
2.Dat de sepotcode nadien daadwerkelijk is gewijzigd, vindt steun in de Justitiële Documentatie van de aanvrager. Op een versie van 15 januari 2024 – voorafgaand aan het verzoek – staat bij dit feit nog als sepotgrond “onvoldoende bewijs” vermeld, terwijl het feit op een nieuw (namens mij) opgevraagde versie van de Justitiële Documentatie (d.d. 1 april 2026) verdwenen is. Uit de Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden (2022A004) blijkt dat een op grond van sepotcode 01 geseponeerd feit “als geheel verwijderd [wordt] uit het Justitieel Documentatie Register”. Vgl. ook art. 7 lid 1 onder Pro a van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens.
3.Het proces-verbaal met het nummer “PL1100 Politie Zaanstreek-Waterland – 2021004888”, dat op de Justitiële Documentatie van 15 januari 2024 bij het rijden onder invloed van drugs staat vermeld, bleek niet (meer) raadpleegbaar te zijn in de systemen van de politie.