ECLI:NL:PHR:2026:432
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aanvullende conclusie procureur-generaal over verjaring in strafzaak
In deze aanvullende conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad wordt een eerdere misslag gecorrigeerd die betrekking had op de verjaring van het eerste feit in de strafzaak tegen de verdachte geboren in 1966.
De procureur-generaal stelt dat in de eerdere conclusie ten onrechte werd aangenomen dat verjaring was ingetreden. Dit was gebaseerd op een onjuiste inschatting van de toepasselijke verjaringstermijn.
Met ingang van 1 januari 2015 is overtreding van artikel 328ter Sr bedreigd met een gevangenisstraf van maximaal vier jaren, waardoor de verjaringstermijn volgens artikel 70 lid 1 onder Pro 3 Sr twaalf jaren bedraagt en de absolute verjaringstermijn 24 jaren is. Deze termijn is nog niet verstreken, zodat verjaring niet is ingetreden.
De conclusie wordt daarom aangepast door de passages over verjaring te verwijderen, zonder dat dit de uiteindelijke standpunten van de procureur-generaal beïnvloedt.
Uitkomst: De verjaring van het eerste feit is niet ingetreden vanwege de langere absolute verjaringstermijn, waardoor vervolging mogelijk blijft.