ECLI:NL:PHR:2026:433

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
22 april 2026
Zaaknummer
23/04756
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 328ter SrArt. 70 lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanvullende conclusie procureur-generaal over verjaring in strafzaak

In deze aanvullende conclusie van de procureur-generaal bij de Hoge Raad wordt een eerdere misslag gecorrigeerd betreffende de verjaring van strafbare feiten. De procureur-generaal had eerder geconcludeerd dat bepaalde feiten verjaard waren, maar stelt nu dat deze conclusie onjuist is.

De kern van de correctie betreft de toepassing van de verjaringstermijnen zoals vastgelegd in het Wetboek van Strafrecht. Met ingang van 1 januari 2015 is overtreding van artikel 328ter Sr bedreigd met een maximale gevangenisstraf van vier jaren. Dit heeft gevolgen voor de verjaringstermijnen, waarbij de absolute verjaringstermijn 24 jaren bedraagt.

De procureur-generaal benadrukt dat deze termijn nog niet is verstreken, waardoor het recht tot strafvervolging op grond van artikel 70 lid 1 onder Pro 3 Sr niet is verjaard. De eerdere conclusie dient daarom te worden gelezen zonder de passages die de verjaring betreffen. Deze aanvullende conclusie heeft geen invloed op het uiteindelijk ingenomen standpunt van de procureur-generaal.

Uitkomst: De absolute verjaringstermijn van 24 jaar is nog niet verstreken, waardoor strafvervolging mogelijk blijft.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer23/04756
Zitting24 april 2026

AANVULLENDE CONCLUSIE

V.M.A. Sinnige
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte
Tot mijn spijt moet ik constateren dat mijn op 31 maart 2026 genomen conclusie een misslag bevat. Die is niet van invloed op mijn uiteindelijk ingenomen standpunt, maar ik wil hem toch graag herstellen.
In de randnummers 5.3-5.6 heb ik ambtshalve aandacht besteed aan verjaring. Ik kwam toen tot de conclusie dat ten aanzien van de onder 3, cumulatief/alternatief, ten laste gelegde feiten sprake zou zijn van verjaring.
Dat verjaring op de daar genoemde gronden is ingetreden, is echter onjuist. Ik heb in die overwegingen ten onrechte niet betrokken dat overtreding van art. 328ter Sr met ingang van 1 januari 2015 wordt bedreigd met een maximale gevangenisstraf van vier jaren. Dat betekent dat het recht tot strafvervolging op grond van art. 70 lid 1 onder Pro 3 Sr – buiten het geval van de stuiting ervan – verjaart na 12 jaren en dat de absolute verjaringstermijn dus 24 jaren bedraagt. Die 24 jaren zijn nog niet verstreken.
De conclusie dient daarom te worden gelezen met weglating van de randnummers 5.3-5.6.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden

A-G