ECLI:NL:PHR:2026:504

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
19 mei 2026
Zaaknummer
24/03616
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 452 lid 2 SvArt. 27 SrArt. 4.3.3.4 Procesreglement Hoge Raad
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbrekende volmacht advocaat

Het gerechtshof Amsterdam heeft de verdachte veroordeeld voor het voorstellen van een ontmoeting met een minderjarige met het oogmerk ontuchtige handelingen, en legde een gevangenisstraf van 81 dagen op, waarvan 77 dagen voorwaardelijk. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.

De advocaat van de verdachte diende het cassatieberoep in, maar voldeed niet aan de vereiste van art. 452 lid 2 Sv Pro door niet te verklaren dat hij door de verdachte bepaaldelijk was gevolmachtigd. De advocaat kreeg de mogelijkheid om dit verzuim binnen veertien dagen te herstellen, maar maakte hier geen gebruik van.

Hierdoor kon de Hoge Raad de verdachte niet ontvankelijk verklaren in het cassatieberoep. De conclusie van de procureur-generaal is dan ook dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de vereiste volmachtverklaring.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer24/03616
Zitting10 maart 2026
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte

1.Inleiding

1.1
Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 12 september 2024 (parketnr. 23-002637-21) het vonnis van de rechtbank van 15 september 2021 bevestigd behalve voor wat betreft de opgelegde straf en de beslissing op de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij en de daarmee samenhangende schadevergoedingsmaatregel. Het hof heeft de verdachte daarmee veroordeeld wegens “door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst aan een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt een ontmoeting voorstellen met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt terwijl hij enige handeling onderneemt tot het verwezenlijken van die ontmoeting” tot een gevangenisstraf van 81 dagen, waarvan 77 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27 Sr Pro.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.A. Bruinsma, advocaat in Amsterdam, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.

2.De ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2.1
Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het onderhavige cassatieberoep merk ik het volgende op.
2.2
De door de advocaat ingediende schriftuur voldoet niet aan de eisen van art. 452 lid 2 Sv Pro. Hij heeft namelijk niet verklaard door de verdachte bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd om namens hem een schriftuur in te dienen.
2.3
Aan de advocaat is – overeenkomstig art. 4.3.3.4 van het Procesreglement van de Hoge Raad – bij portaalbericht van 25 maart 2025 de gelegenheid geboden het verzuim binnen een termijn van veertien dagen te herstellen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Dat leidt ertoe dat de verdachte niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep.

3.Slotsom

3.1
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG