ECLI:NL:PHR:2026:504
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbrekende volmacht advocaat
Het gerechtshof Amsterdam heeft de verdachte veroordeeld voor het voorstellen van een ontmoeting met een minderjarige met het oogmerk ontuchtige handelingen, en legde een gevangenisstraf van 81 dagen op, waarvan 77 dagen voorwaardelijk. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
De advocaat van de verdachte diende het cassatieberoep in, maar voldeed niet aan de vereiste van art. 452 lid 2 Sv Pro door niet te verklaren dat hij door de verdachte bepaaldelijk was gevolmachtigd. De advocaat kreeg de mogelijkheid om dit verzuim binnen veertien dagen te herstellen, maar maakte hier geen gebruik van.
Hierdoor kon de Hoge Raad de verdachte niet ontvankelijk verklaren in het cassatieberoep. De conclusie van de procureur-generaal is dan ook dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de vereiste volmachtverklaring.