Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:PHR:2026:515

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
23 mei 2026
Zaaknummer
23/02763
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 337 SrArt. 27 SrArt. 81 lid 1 ROArt. 6 lid 1 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieadvies over medeplegen bedrijfsmatig merkvervalsing en overschrijding redelijke termijn

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch is veroordeeld voor medeplegen van bedrijfsmatig in voorraad hebben, te koop aanbieden en verkopen van nagemaakte merkkleding en accessoires, in strijd met artikel 337 Sr Pro.

De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan zes voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, met een aanvulling op de strafmotivering. De bewezenverklaring omvatte een groot aantal nagemaakte goederen van diverse merken, verspreid over meerdere locaties en tijdstippen.

De procureur-generaal behandelt twee middelen van cassatie. Het eerste middel klaagt dat het hof de grondslag van de tenlastelegging zou hebben verlaten door het feit meermalen gepleegd te kwalificeren, terwijl dat niet in de tenlastelegging stond. Dit middel wordt verworpen omdat de Hoge Raad eerder heeft geoordeeld dat meermalen plegen kan worden betrokken bij de beoordeling van bedrijfsmatig handelen, ook als dat niet expliciet in de tenlastelegging is opgenomen.

Het tweede middel betreft de overschrijding van de inzendtermijn van stukken in cassatie, wat leidt tot overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro. Hoewel dit middel terecht is voorgesteld, leidt het niet tot cassatie vanwege de geringe duur van de onvoorwaardelijke straf. De conclusie van de procureur-generaal is dat het cassatieberoep moet worden verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de strafoplegging van acht maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, blijft in stand.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer23/02763

Zitting26 mei 2026
CONCLUSIE
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte

Inleiding

1. Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft bij arrest van 13 juli 2023 (parketnr. 20-000940-19) het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 12 maart 2019 bevestigd, met uitzondering van de strafoplegging en met aanvulling van de strafmotivering. De verdachte was door de rechtbank veroordeeld wegens "
medeplegen van opzettelijk waren waarop een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst en/of waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertonen als een tekening of model waarop een ander recht heeft dan wel daarmede slechts ondergeschikte verschillen vertonen, verkopen of te koop aanbieden of in voorraad hebben, terwijl de schuldige het plegen van het misdrijf genoemd in artikel 337 eerste Pro lid van het Wetboek van Strafrecht, als bedrijf uitoefent, meermalen gepleegd". Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van het voorarrest als bedoeld in artikel 27 Sr Pro.
2. Er bestaat samenhang met de zaak 24/01327. Dit betreft de met deze strafzaak samenhangende ontnemingszaak. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld door de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben twee middelen van cassatie voorgesteld.

Het eerste middel

4. In het eerste middel wordt geklaagd dat het hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten (door het vonnis van de rechtbank te bevestigen).
De tenlastelegging, de bewezenverklaring, de relevante bewijsoverwegingen en de kwalificatie
5. Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2016 tot en met 21 november 2016 te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk
a)
valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken en/of
b)
waren, die zelf of op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft en/of
c)
waren, die ter aanduiding van herkomst, valselijk van de naam van een bepaalde plaats, met bijvoeging van een verdichte handelsnaam, zijn voorzien en/of
d)
waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst en/of
e)
waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertonen als een tekening of model waarop een ander recht heeft, dan wel daarmede slechts ondergeschikte verschillen vertonen,
te weten
1.
( [a-straat 1] , [postcode 1] [plaats] )
negen paar Uggs laarzen, (IBN-004-04-04/p. 550)
2.
( [b-straat 1] , [postcode 2] [plaats]
111 kledingstukken en accessoires, waaronder drie trainingsvesten (KIDS) met het merk NIKE, vijf trainingsbroeken (KIDS) met het merk NIKE, achttien truien met het merk KENZO, twee truien met het merk STONE ISLAND, drie truien met het merk HUGO BOSS, 36 truien met het merk MONCLER, vijf truien met het merk DSQUARED, twee petjes/caps met het merk DSQUARED, elf winterjassen met het merk PARAJUMPERS, één trui met het merk PHILIPP PLEIN, vier truien met het merk KENZO, twee trainingsbroeken met het merk NIKE, twee trainingsvesten met het merk NIKE, één horloge met het merk BREITLING, één horloge met het merk ROLEX, één horloge met het merk CARTIER, één sjaal met het merk GUCCI, één winterjas met het merk WOOLRICH, één winterjas met het merk STONE ISLAND, één winterjas met het merk CANADA GOOSE, één trainingsset volwassene met het merk NIKE, één trainingsset voetbal met het merk NIKE, één T-shirt met het merk DSQUARED, (IBN-005/p. 552-574)
3.
( [c-straat 1] , [postcode 3] [plaats] )
vijf kledingstukken, waaronder één joggingpak met het merk EMPORIO ARMANI, één sweater met het merk PHILIPP PLEIN, één polo shirt met het merk PHILIPP PLEIN, één jeans met het merk PHILIPP PLEIN, één jeans met het merk DSQUARED, (IBN-006-01/p. 581)
4.
- ( [d-straat 1] , [postcode 4] [plaats] E 6-SVV-39)
vijf kledingstukken, waaronder twee trainingspakken met het merk NIKE, één bodywarmer met het merk MONCLER, één trui met het merk HUGO BOSS, één spijkerbroek met het merk DSQUARED, (IBN-007-01/p. 611)
- ( [d-straat 1] , [postcode 4] [plaats] )
99 kledingstukken en accessoires, waaronder 75 T-shirts met het merk PHILLIPP PLEIN, drie riemen met het merk LOUIS VUITTON, vier riemen met het merk HERMES, vijf riemen met het merk GUCCI, twaalf riemen met het merk PHILIPP PLEIN, 27 truien met het merk NIKE, 59 trainingspakken met het merk NIKE, veertien broeken met het merk NIKE, tien broeken met het merk ADIDAS, 24 trainingspakken met het merk ADIDAS, tien truien met het merk ADIDAS, één broek met het merk BALMAIN, 28 broeken met het merk ARMANI, 99 broeken met het merk DSQUARED, één broek met het merk JACOB COHEN, één broek met het merk REPLAY, zes broeken met het merk DOLCE & GABBANE, drie broeken met het merk PHILIPP PLEIN, één broek met het merk STONE ISLAND, één broek met het merk JOHN GALLIANO, 54 polo’s met het merk HUGO BOSS, 97 truien met het merk KENZO, één polo lange mouwen (kind) met het merk HUGO BOSS, zeven truien met het merk PHILIPP PLEIN, drie tasjes met het merk PHILIPP PLEIN, 34 truien met het merk STONE ISLAND, dertien truien met het merk ARMANI JEANS, één polo lange mouwen (kind) met het merk EMPORIO ARMANI, 77 truien met het merk DSQUARED, drie truien met het merk MONCLER, vijf truien met het merk GIVENCHY, acht truien met het merk HUGO BOSS, 56 jassen met het merk CANADA GOOSE, negen jassen met het merk MONCLER, 57 jassen met het merk PARAJUMPERS, elf jassen met het merk STONE ISLAND, tien jassen met het merk WOOLRICH, twee jassen met het merk EMPORIO ARMANI, (IBN-007-01/p. 612-615)
5.
( [e-straat 1] , [postcode 5] [plaats] )
één kledingtas met het merk DSQUARED,
in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) kleding en/of tassen en/of schoeisel en/of plastic zakken en/of jassen en/of hangtags en/of horloges en/of riemen en/of accessoires, althans een of meer kledingstuk(ken) en/of aanverwant(e) artikel(en) en/of waren, valselijk voorzien van het beschermd woord- en/of beeldmerk "UGG" en/of "BREITLING" en/of "CANADA GOOSE" en/of "CARTIER" en/of "HUBLOT" en/of "KENZO" en/of "MONCLER" en/of "NIKE" en/of "PARAJUMPERS" en/of "STONE ISLAND" en/of "HERMES" en/of "LOUIS VUITTON" en/of "ADIDAS" en/of '’ARMANI” en/of "EMPORIO ARMANI” en/of "ARMANI JEANS" en/of "GIVENCHY" en/of "HUGO BOSS" en/of "DSQUARED" en/of "WOOLRICH" en/of "PHILIPP PLEIN" en/of "REPLAY" en/of "DOLCE & GABBANE" en/of "BALMAIN" en/of "JACOB COHEN" en/of "JOHN GALLIANO" en/of andere beschermde woord- en/of beeldmerken en/of (een) vals(e) en/of vervalst(e) merk(en), dan wel valselijk voorzien van een anders handelsna(a)m(en) en/of van een merk waar (een) ander(en) recht op heeft/hebben, en/of een of meer (andere) hoeveelhe(i)d(en)
(a) valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, en/of
(b) wa(a)r(en) welke en/of waarvan de verpakking valselijk was/waren voorzien van een handelsnaam en/of een merk, en/of
(c) waren, die ter aanduiding van herkomst, valselijk van de naam van een bepaalde plaats, met bijvoeging van een verdichte handelsnaam, zijn voorzien en/of
(d) wa(a)r(en) waarop en/of op de verpakking een handelsnaam en/of een merk was nagebootst, en/of
(e) wa(a)r(en) welke of onderdelen daarvan valselijk hetzelfde uiterlijk of ondergeschikte verschillen vertonen als een tekening of model waarop (een) ander(en) dan verdachte en/of een of meer van zijn medeverdacht(en) recht had(den),
heeft ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verkocht en/of te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of heeft uitgedeeld en/of in voorraad heeft gehad, zulks terwijl verdachte en/of (een of meer van) zijn medeverdachte(n) van het plegen van dit/deze misdrijf/misdrijven zijn beroep heeft/hebben gemaakt en/of het plegen van dit/deze misdrijf/misdrijven als bedrijf heeft/hebben uitgeoefend.”
6. Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat:

op tijdstippen in de periode van 1 september 2016 tot en met 21 november 2016 in Nederland, telkens tezamen en in vereniging met een ander telkens opzettelijk waren waarop een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst en/of waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertonen als een tekening of model waarop een ander recht heeft, dan wel daarmede slechts ondergeschikte verschillen vertonen, te weten
1.
[a-straat 1] , [postcode 1] [plaats] : negen paar Uggs laarzen,
2.
[b-straat 1] , [postcode 2] [plaats] : 111 kledingstukken en accessoires, waaronder drie trainingsvesten (KIDS) met het merk NIKE, vijf trainingsbroeken (KIDS) met het merk NIKE, achttien truien met het merk KENZO, twee truien met het merk STONE ISLAND, drie truien met het merk HUGO BOSS, 36 truien met het merk MONCLER, elf winterjassen met het merk PARAJUMPERS, vier truien met het merk KENZO, twee trainingsbroeken met het merk NIKE, twee trainingsvesten met het merk NIKE, één horloge met het merk BREITLING, één horloge met het merk ROLEX, één horloge met het merk CARTIER, één sjaal met het merk GUCCI, één winterjas met het merk WOOLRICH, één winterjas met het merk STONE ISLAND, één winterjas met het merk CANADA GOOSE, één trainingsset volwassene met het merk NIKE, één trainingsset voetbal met het merk [NIKE],
4.
- [d-straat 1] , [postcode 4] [plaats] E 6-SVV-39: vijf kledingstukken, waaronder twee trainingspakken met het merk NIKE, één bodywarmer met het merk MONCLER, één trui met het merk HUGO BOSS, één spijkerbroek met het merk DSQUARED,
- [d-straat 1] , [postcode 4] [plaats] : kledingstukken en accessoires, waaronder drie riemen met het merk LOUIS VUITTON, vier riemen met het merk HERMES, 27 truien met het merk NIKE, 59 trainingspakken met het merk NIKE, veertien broeken met het merk NIKE, tien broeken met het merk ADIDAS, 24 trainingspakken met het merk ADIDAS, tien truien met het merk ADIDAS, 28 broeken met het merk ARMANI, één broek met het merk STONE ISLAND, 97 truien met het merk KENZO, 34 truien met het merk STONE ISLAND, dertien truien met het merk ARMANI JEANS, drie truien met het merk MONCLER, acht truien met het merk HUGO BOSS, 56 jassen met het merk CANADA GOOSE, negen jassen met het merk MONCLER, 57 jassen met het merk PARAJUMPERS, elf jassen met het merk STONE ISLAND,
heeft verkocht en/of te koop heeft aangeboden en/of in voorraad heeft gehad, zulks terwijl verdachte en zijn medeverdachte het plegen van deze misdrijven als bedrijf hebben uitgeoefend.”
7. De bewijsoverwegingen over het bedrijfsmatige handelen van de verdachte houden het volgende in:

Ad 2: Heeft de verdachte bedrijfsmatig gehandeld?
Kortheidshalve verwijst de rechtbank voor dit onderdeel naar hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen bij de beoordeling van het door de raadsvrouw gevoerde verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie. De rechtbank heeft daar geconcludeerd dat verdachte de bewezen verklaarde handelingen als bedrijf heeft uitgevoerd. (…)”
Met het voorgaande wordt gedoeld op de volgende overwegingen:

Uit de hierna in de bewijsbijlage weer te geven bewijsmiddelen blijkt dat verdachte als eenmanszaak op grote schaal merkfraude heeft gepleegd met het doel daarmee zo veel mogelijk winst te genereren. Voor de opslag van zijn handelsvoorraad huurde verdachte op verschillende locaties opslagcapaciteit. Voor de verkoop van zijn artikelen maakte verdachte gebruik van tijdelijke winkels. Ook verkocht verdachte zijn artikelen online op Facebook via een uitgekiende advertentietechniek, waarmee hij in korte tijd een omvangrijke publiek bereikte. Daarnaast had verdachte personeel in dienst, keerde hij bonussen uit aan zijn personeel als de gewenste [dag]omzetten werden behaald en maakte hij gebruik van een werktelefoon.
Uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, met name uit de frequentie van de handel, de grote aantallen aangeboden, verkochte en/of in voorraad gehouden goederen en het kennelijke oogmerk van verdachte om winst te maken, concludeert de rechtbank dat de handel van verdachte het hobbymatige (aanzienlijk) oversteeg en dat verdachte de bewezen verklaarde handelingen als bedrijf heeft uitgeoefend. De rechtbank is van oordeel dat verdachte de ten laste gelegde handelingen zodanig grootschalig en bedrijfsmatig heeft uitgevoerd dat daardoor de markt is verstoord.”
8. Het bewezen verklaarde is als volgt gekwalificeerd:
“medeplegen van opzettelijk waren waarop een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst en/of waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertonen als een tekening of model waarop een ander recht heeft dan wel daarmede slechts ondergeschikte verschillen vertonen, verkopen of te koop aanbieden of in voorraad hebben, terwijl de schuldige het plegen van het misdrijf genoemd in artikel 337 eerste Pro lid van het Wetboek van Strafrecht, als bedrijf uitoefent, meermalen gepleegd.”

De klachten van het eerste middel

9. In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat de kwalificatiebeslissing, waarin is opgenomen dat het feit “
meermalen gepleegd”is, zich niet goed verhoudt tot de bewezenverklaring voor zover die inhoudt dat de verdachte en zijn medeverdachte bedrijfsmatig hebben gehandeld
.Die verhouding is met name problematisch als het oordeel over de bedrijfsmatige uitoefening (mede) steunt op de vaststelling dat het feit meermalen is gepleegd. In dat geval wordt ‘meermalen plegen’ tweemaal meegewogen. Als ik de stellers van het middel goed begrijp, is die combinatie slechts mogelijk als ten laste gelegd en bewezen verklaard is dat de verdachte het plegen van deze misdrijven
meermaalsals bedrijf heeft uitgeoefend. Omdat de tenlastelegging en de bewezenverklaring niet méér inhouden dan dat de verdachte en de medeverdachte “
het plegen van deze misdrijven als bedrijf hebben uitgeoefend”, is de grondslag van de tenlastelegging verlaten en/of is het bevestigde vonnis innerlijk tegenstrijdig en/of onbegrijpelijk.

De bespreking van de klachten van het eerste middel

10. De door de stellers van het middel ontvouwde redenering volg ik niet. Ik licht dit toe aan de hand van een met deze zaak vergelijkbare zaak die leidde tot het arrest van HR 19 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:450. Daarin heeft Hoge Raad vooropgesteld dat de rechter bij de vraag of de verdachte het plegen van het misdrijf als bedrijf heeft uitgeoefend in de zin van artikel 337 lid 3 Sr Pro mede kan betrekken of het misdrijf als bedoeld in het eerste lid van artikel 337 Sr Pro meermaals heeft plaatsgevonden. Als dat het geval is, dan sluit die enkele omstandigheid op zichzelf niet uit dat
ookhet bedrijfsmatig plegen als bedoeld in het derde lid meermalen is gepleegd. Anders dan de stellers van het middel betogen, stelt de Hoge Raad niet de eis dat in de tenlastelegging en de bewezenverklaring is opgenomen dat de bedrijfsmatige uitoefening van het misdrijf meermalen gepleegd is. Wel zal de rechter moeten vaststellen dat de bewezenverklaring meerdere, op zichzelf staande handelingen in de uitoefening van een bedrijf van de verdachte omvat.
11. In die zaak had het hof bij de bewezenverklaring van het derde lid van artikel 337 Sr Pro mede betrokken: de stelselmatigheid alsmede de duurzaamheid van de werkwijze van de verdachte en het feit dat de verdachte zich
bij herhalingheeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk te koop aanbieden, afleveren en in voorraad hebben van waren die zelf of op hun verpakking valselijk waren voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft, terwijl de verdachte en zijn mededader het plegen van deze misdrijven telkens als bedrijf uitoefenden. Omdat uit de bewijsvoering kon worden afgeleid dat gedurende een periode van bijna vijf maanden op uiteenlopende tijdstippen meerdere, op zichzelf staande handelingen in de uitoefening van een bedrijf van de verdachte hebben plaatsgevonden, die voorts betrekking hadden op verschillende partijen uiteenlopende waren, achtte de Hoge Raad het oordeel van het hof dat het bewezen verklaarde meermalen is gepleegd niet onbegrijpelijk.
12. Tegen die achtergrond stel ik in de voorliggende zaak het volgende vast. Uit de bewijsvoering volgt dat ten laste van de verdachte bewezen is verklaard dat hij op meerdere tijdstippen gedurende een periode van bijna drie maanden
“telkens”tezamen en in vereniging met een ander
“telkens”opzettelijk uiteenlopende waren (kledingstukken, schoenen, horloges, riemen, enz.) waarop – kort gezegd – een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft is nagebootst, heeft verkocht en/of te koop heeft aangeboden en/of in voorraad heeft gehad, terwijl de verdachte en zijn medeverdachte het plegen van deze misdrijven als bedrijf hebben uitgeoefend. Bij dat laatste heeft het hof betrokken dat de verdachte als eenmanszaak op grote schaal merkfraude heeft gepleegd, waarvoor hij op verschillende locaties opslagruimte huurde en gebruikmaakte van tijdelijke winkels, dat hij zijn waren ook online te koop aanbood en door middel van advertenties een groot publiek heeft bereikt, dat hij personeel in dienst had en aan dat personeel bonussen werden uitgekeerd als de gewenste omzet werd behaald en ten slotte dat de verdachte gebruikmaakte van een werktelefoon.
13. In de bewijsvoering ligt aldus besloten dat de verdachte zich in de uitoefening als bedrijf schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde gedragingen, terwijl die als meerdere, op zichzelf staande handelingen kunnen worden beschouwd. Het oordeel van het hof dat het bewezen verklaarde meermalen is gepleegd acht ik niet onbegrijpelijk en met die kwalificatie heeft het hof de grondslag van de tenlastelegging geenszins verlaten.
14. Het middel faalt.

Het tweede middel

15. Het tweede middel behelst de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
16. Het cassatieberoep is namens de verdachte op 17 juli 2023 ingesteld. De stukken van het geding zijn op 24 januari 2025 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen. Dit brengt mee dat de inzendtermijn van acht maanden is overschreden, terwijl deze overschrijding niet meer kan worden gecompenseerd met een voortvarende afdoening.
17. Bovendien wijs ik er ambtshalve op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep, waarmee de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro wordt overschreden.
18. Het middel is terecht voorgesteld, maar tot cassatie hoeft dit echter niet te leiden. Gelet op de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf, waarvan het onvoorwaardelijke deel twee maanden bedraagt, zal de Hoge Raad kunnen volstaan met de constatering van die overschrijding. [1]

Slotsom

19. Het eerste middel faalt en kan worden afgedaan met de aan artikel 81 lid 1 RO Pro ontleende motivering. Het tweede middel is terecht voorgesteld, maar leidt niet tot cassatie.
20. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
21. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.HR 25 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:492, r.o. 3.2.