Conclusie
Nummer23/02763
Inleiding
medeplegen van opzettelijk waren waarop een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst en/of waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertonen als een tekening of model waarop een ander recht heeft dan wel daarmede slechts ondergeschikte verschillen vertonen, verkopen of te koop aanbieden of in voorraad hebben, terwijl de schuldige het plegen van het misdrijf genoemd in artikel 337 eerste Pro lid van het Wetboek van Strafrecht, als bedrijf uitoefent, meermalen gepleegd". Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van het voorarrest als bedoeld in artikel 27 Sr Pro.
Het eerste middel
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 augustus 2016 tot en met 21 november 2016 te [plaats] en/of [plaats] en/of [plaats] , althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk
valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken en/of
waren, die zelf of op hun verpakking valselijk zijn voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft en/of
waren, die ter aanduiding van herkomst, valselijk van de naam van een bepaalde plaats, met bijvoeging van een verdichte handelsnaam, zijn voorzien en/of
waren, waarop of op de verpakking waarvan een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst en/of
waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertonen als een tekening of model waarop een ander recht heeft, dan wel daarmede slechts ondergeschikte verschillen vertonen,
( [a-straat 1] , [postcode 1] [plaats] )
( [b-straat 1] , [postcode 2] [plaats]
( [c-straat 1] , [postcode 3] [plaats] )
- ( [d-straat 1] , [postcode 4] [plaats] E 6-SVV-39)
( [e-straat 1] , [postcode 5] [plaats] )
op tijdstippen in de periode van 1 september 2016 tot en met 21 november 2016 in Nederland, telkens tezamen en in vereniging met een ander telkens opzettelijk waren waarop een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft, zij het dan ook met een geringe afwijking, is nagebootst en/of waren of onderdelen daarvan die valselijk hetzelfde uiterlijk vertonen als een tekening of model waarop een ander recht heeft, dan wel daarmede slechts ondergeschikte verschillen vertonen, te weten
[a-straat 1] , [postcode 1] [plaats] : negen paar Uggs laarzen,
[b-straat 1] , [postcode 2] [plaats] : 111 kledingstukken en accessoires, waaronder drie trainingsvesten (KIDS) met het merk NIKE, vijf trainingsbroeken (KIDS) met het merk NIKE, achttien truien met het merk KENZO, twee truien met het merk STONE ISLAND, drie truien met het merk HUGO BOSS, 36 truien met het merk MONCLER, elf winterjassen met het merk PARAJUMPERS, vier truien met het merk KENZO, twee trainingsbroeken met het merk NIKE, twee trainingsvesten met het merk NIKE, één horloge met het merk BREITLING, één horloge met het merk ROLEX, één horloge met het merk CARTIER, één sjaal met het merk GUCCI, één winterjas met het merk WOOLRICH, één winterjas met het merk STONE ISLAND, één winterjas met het merk CANADA GOOSE, één trainingsset volwassene met het merk NIKE, één trainingsset voetbal met het merk [NIKE],
- [d-straat 1] , [postcode 4] [plaats] E 6-SVV-39: vijf kledingstukken, waaronder twee trainingspakken met het merk NIKE, één bodywarmer met het merk MONCLER, één trui met het merk HUGO BOSS, één spijkerbroek met het merk DSQUARED,
Ad 2: Heeft de verdachte bedrijfsmatig gehandeld?
Uit de hierna in de bewijsbijlage weer te geven bewijsmiddelen blijkt dat verdachte als eenmanszaak op grote schaal merkfraude heeft gepleegd met het doel daarmee zo veel mogelijk winst te genereren. Voor de opslag van zijn handelsvoorraad huurde verdachte op verschillende locaties opslagcapaciteit. Voor de verkoop van zijn artikelen maakte verdachte gebruik van tijdelijke winkels. Ook verkocht verdachte zijn artikelen online op Facebook via een uitgekiende advertentietechniek, waarmee hij in korte tijd een omvangrijke publiek bereikte. Daarnaast had verdachte personeel in dienst, keerde hij bonussen uit aan zijn personeel als de gewenste [dag]omzetten werden behaald en maakte hij gebruik van een werktelefoon.
De klachten van het eerste middel
meermalen gepleegd”is, zich niet goed verhoudt tot de bewezenverklaring voor zover die inhoudt dat de verdachte en zijn medeverdachte bedrijfsmatig hebben gehandeld
.Die verhouding is met name problematisch als het oordeel over de bedrijfsmatige uitoefening (mede) steunt op de vaststelling dat het feit meermalen is gepleegd. In dat geval wordt ‘meermalen plegen’ tweemaal meegewogen. Als ik de stellers van het middel goed begrijp, is die combinatie slechts mogelijk als ten laste gelegd en bewezen verklaard is dat de verdachte het plegen van deze misdrijven
meermaalsals bedrijf heeft uitgeoefend. Omdat de tenlastelegging en de bewezenverklaring niet méér inhouden dan dat de verdachte en de medeverdachte “
het plegen van deze misdrijven als bedrijf hebben uitgeoefend”, is de grondslag van de tenlastelegging verlaten en/of is het bevestigde vonnis innerlijk tegenstrijdig en/of onbegrijpelijk.
De bespreking van de klachten van het eerste middel
ookhet bedrijfsmatig plegen als bedoeld in het derde lid meermalen is gepleegd. Anders dan de stellers van het middel betogen, stelt de Hoge Raad niet de eis dat in de tenlastelegging en de bewezenverklaring is opgenomen dat de bedrijfsmatige uitoefening van het misdrijf meermalen gepleegd is. Wel zal de rechter moeten vaststellen dat de bewezenverklaring meerdere, op zichzelf staande handelingen in de uitoefening van een bedrijf van de verdachte omvat.
bij herhalingheeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk te koop aanbieden, afleveren en in voorraad hebben van waren die zelf of op hun verpakking valselijk waren voorzien van de handelsnaam van een ander of van het merk waarop een ander recht heeft, terwijl de verdachte en zijn mededader het plegen van deze misdrijven telkens als bedrijf uitoefenden. Omdat uit de bewijsvoering kon worden afgeleid dat gedurende een periode van bijna vijf maanden op uiteenlopende tijdstippen meerdere, op zichzelf staande handelingen in de uitoefening van een bedrijf van de verdachte hebben plaatsgevonden, die voorts betrekking hadden op verschillende partijen uiteenlopende waren, achtte de Hoge Raad het oordeel van het hof dat het bewezen verklaarde meermalen is gepleegd niet onbegrijpelijk.
“telkens”tezamen en in vereniging met een ander
“telkens”opzettelijk uiteenlopende waren (kledingstukken, schoenen, horloges, riemen, enz.) waarop – kort gezegd – een handelsnaam van een ander of een merk waarop een ander recht heeft is nagebootst, heeft verkocht en/of te koop heeft aangeboden en/of in voorraad heeft gehad, terwijl de verdachte en zijn medeverdachte het plegen van deze misdrijven als bedrijf hebben uitgeoefend. Bij dat laatste heeft het hof betrokken dat de verdachte als eenmanszaak op grote schaal merkfraude heeft gepleegd, waarvoor hij op verschillende locaties opslagruimte huurde en gebruikmaakte van tijdelijke winkels, dat hij zijn waren ook online te koop aanbood en door middel van advertenties een groot publiek heeft bereikt, dat hij personeel in dienst had en aan dat personeel bonussen werden uitgekeerd als de gewenste omzet werd behaald en ten slotte dat de verdachte gebruikmaakte van een werktelefoon.