Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
ontnemingsvordering”[cursivering door mij, D.P.] dan wel dat deze vordering dient te worden afgewezen. Het hof heeft het verweer echter breder opgevat en begrepen dat ook in de strafzaak een dergelijk verweer is gevoerd. Ik heb ervoor gekozen deze uitleg van het hof te eerbiedigen, maar er kan worden betwijfeld of onder die omstandigheden in cassatie met vrucht kan worden geklaagd over de verwerping van het gevoerde verweer dan wel het niet voldoen aan de uit art. 359 lid 2 Sv Pro voortvloeiende responsieplicht omtrent dit verweer.
3.Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen
[A] B.V. in de periode van 1 januari 2013 tot en met 12 januari 2016, te [plaats] in de gemeente [plaats] , tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, zonder omgevingsvergunning aan of nabij de [a-straat 1] te [plaats] een project heeft uitgevoerd bestaande uit het in werking hebben van een inrichting als bedoeld in Bijlage 1, onderdeel C categorie 28. Besluit omgevingsrecht, aangezien binnen die inrichting zonder omgevingsvergunning afvalstoffen werden ingezameld en/of opgeslagen en/of overgeslagen en/of bewerkt en/of samengevoegd en/of gemengd;
1. De verklaring van verdachte op de terechtzitting van 7 november 2022, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven
Als activiteiten van de inrichting worden genoemd: *het houden van dieren, *het bewaren van meststoffen, *het opslaan van diervoeders, *het opslaan van brandstoffen.
De inrichting valt (in 2011) onder de categorieën 1, 5, 7, 8 en 9 van bijlage 1 van het Inrichtingen- en vergunningbesluit Milieubeheer.
Vergunde activiteiten zijn voor een pluimveehouderij, met daaraan gekoppelde voorschriften.
Er is geen melding gedaan van activiteiten betreffende de op- overslag, be- verwerking, menging van (afval)stoffen, buiten de geldende melding om, in de loods in gebruik bij [A] BV.
Artikel 1.1 lid Wet Milieubeheer i.v.m. artikel 1.1 lid van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht;
C inrichting gelet op artikel 2.1 lid 2 van het Besluit Omgevingsrecht (IPPC-installatie);
Naast de vergunningsvoorschriften zijn verschillende voorschriften van het Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling van toepassing;
Hoofdactiviteit van de inrichting is het houden van pluimvee en valt daarmee onder categorie 8.a van bijlage 1 van het Besluit Omgevingsrecht.
Door meerdere vervoerders worden afvalstoffen in de loods gelost;
De geloste afvalstoffen worden betrokken van veel verschillende afnemers, in hoofdzaak uit Duitsland;
De gestorte afvalstoffen betreffen in hoofdzaak graanresten;
De gestorte afvalstoffen worden op niet vastgestelde plekken gestort;
Door [medeverdachte 1] worden de afstoffen in een mengmachine gemengd. Hierbij worden verschillende gestorte afvalstoffen door elkaar gebruikt;
In de mengmachine wordt er uit de buiten staande silo's natte fractie bijgemengd;
De twee silo's zijn middels slangen met elkaar verbonden;
Middels een pomp wordt de natte fractie in de mengmachine gepompt;
De natte fractie in de silo's was een samenvoeging van Glycerine, Lecithine en/of Soapstock, gelet op de aanvoer van stoffen naar [plaats] ;
De hoeveelheid bij te mengen natte fractie is afhankelijk van de afnemer;
De bijmenging werd gedaan op ervaringen en wensen van de klant. Hierbij werden geen formules o.i.d. gebruikt;
Na het mengen worden de vrachtauto's door [medeverdachte 1] geladen;
Het gemengde product wordt met verschillende benamingen afgevoerd, GRAANMIX, Graanresten, Graanresten met lecithine olie;
Er zijn meerdere vervoerders en afnemers van de afvalstoffen.
De in de brievenbus aangetroffen documenten Bijlage VII van de EVOA,
omschrijvingen, zoals graanresten, die op sommige vervoersdocumenten stonden vermeld,
op de vervoersdocumenten vermelde afzenders, zoals [M] ,
op het moment van onderzoek aantreffen van een aanvoer van materiaal onder begeleiding van een Bijlage VII en met voertuigen die voorzien waren van een “A”-bord,
wijze van opslag van de aangetroffen materialen in de schuur, namelijk niet beschermd tegen vervuiling en tegen onderlinge vermenging van de stoffen,
uiterlijk van de opgeslagen stoffen,
Indien en voor zover in dit arrest wordt verwezen naar voorschriften uit wet- en regelgeving, wordt daarmee bedoeld de voorschriften uit wet- en regelgeving zoals die luidden ten tijde van het tenlastegelegde, dus in de periode van 1 januari 2013 tot en met 12 januari 2016.
het gaat om een handelen of nalaten van iemand die hetzij uit hoofde van een dienstbetrekking hetzij uit anderen hoofde werkzaam is ten behoeve van de rechtspersoon,
de gedraging past in de normale bedrijfsvoering of taakuitoefening van de rechtspersoon,
de gedraging is de rechtspersoon dienstig geweest in het door hem uitgeoefende bedrijf of in diens taakuitoefening,
de rechtspersoon vermocht erover te beschikken of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en zodanig of vergelijkbaar gedrag werd blijkens de feitelijke gang van zaken door de rechtspersoon aanvaard of placht te worden aanvaard, waarbij onder bedoeld aanvaarden mede begrepen is het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de rechtspersoon kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging.
4.Het tweede middel
5.Het derde middel
de verdachtefysiek betrokken dient te zijn geweest bij de feitelijke uitvoering van het mengproces om te kunnen spreken van medeplegen, miskennen zij dat is bewezenverklaard dat het de rechtspersoon is die het feit heeft medegepleegd en dat de verdachte wordt verweten feitelijke leiding te hebben gegeven aan de verboden gedraging. Het spreekt voor zich dat voor feitelijk leidinggeven geen fysieke betrokkenheid van de verdachte is vereist. Bovendien is ook voor medeplegen niet vereist dat (de vertegenwoordigers van) [A] fysiek is/zijn betrokken bij het bewezenverklaarde feit. [8]
6.Het vierde middel
”