Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
Artikel 2.44 Verboden gebruik motorvoertuig en bromfiets Stiltegebied
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor het zich bevinden met een motorvoertuig in het stiltegebied [natuurgebied] buiten voor gemotoriseerd verkeer opengestelde wegen, in strijd met artikel 2.44 lid 1 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. De overtreding werd vastgesteld op basis van politiecontroles en waarnemingen op 29 november 2020.
De verdachte voerde in verzet aan dat hij niet wist dat hij in een stiltegebied reed en dat er geen borden waren die dit duidelijk maakten op zijn aanrijroute. Het hof stelde vast dat het stiltegebied goed was bebord, maar dat het niet duidelijk was of bij de toegangsweg een bord stond. Wel was er een bord geplaatst bij het zandpad waarop de controle plaatsvond, dat duidelijk aangaf dat motorvoertuigen verboden waren.
Het hof oordeelde dat de verdachte vanaf het moment dat hij bij het verbodsbord kwam, de zorgplicht had om te controleren of hij zich aldaar mocht bevinden. Door door te rijden, ook nadat hij het bord had gepasseerd, schond hij deze zorgplicht. Het hof sprak de verdachte vrij van opzet, waardoor het feit een overtreding en geen misdrijf vormde.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat de bewezenverklaring voldoende is gemotiveerd en dat het hof terecht het verweer van de verdachte heeft verworpen. Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens het zich bevinden met een motorvoertuig in een stiltegebied buiten toegestane wegen blijft in stand.