Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Beoordeling van het verzoek om als belanghebbende te worden toegelaten
ex tuncop de feitelijke grondslag van de bestreden uitspraak en de stukken van het geding in feitelijke aanleg (art. 419 leden Pro 2 en 3 Rv). Nieuwe inbreng door een partij die in feitelijke aanleg niet als belanghebbende aan het geding deelnam, past daarbij slecht.
nietgeconfronteerd met het bedrog in het geding, de overlegging van valse stukken respectievelijk het achterhouden van stukken. In zoverre is redres te hunnen aanzien dus ook niet nodig. Het is alleen anders indien bedrog in het geding gepleegd juist de oorzaak is dat zij niet zijn verschenen of opgeroepen zijn. Dan moet redres voor dat bedrog wel mogelijk zijn.