ECLI:NL:PHR:2026:734

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
26/00562
Type
Conclusie
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 390 RvArt. 382 RvArt. 426 lid 1 RvArt. 358 lid 2 RvArt. 419 leden 2 en 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid Stichting Polishouders in cassatieprocedure herroeping Conservatrix

In deze zaak staat centraal of de Stichting Polishouders als belanghebbende kan worden toegelaten tot het cassatiegeding tussen De Nederlandsche Bank (DNB) en Conservatrix Groep over een herroeping van een beschikking. De Stichting behartigt de belangen van polishouders van Conservatrix, maar heeft in de oorspronkelijke procedure en de herroepingsprocedure niet als belanghebbende deelgenomen.

De rechtbank had de Stichting niet als belanghebbende toegelaten en verklaarde haar verzoek niet-ontvankelijk. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat in cassatie alleen belanghebbenden kunnen optreden die in de eerdere instanties als zodanig zijn verschenen of opgeroepen, tenzij zij door bedrog zijn uitgesloten. De Stichting bestond in 2017 nog niet en kan dus niet onder deze uitzondering vallen.

De conclusie is dat de Stichting niet-ontvankelijk is in haar verzoek om als belanghebbende te worden toegelaten. Dit volgt uit de wettelijke regeling en de aard van het cassatieproces, dat geen nieuwe partijen toelaat die niet in eerdere instanties zijn verschenen. De Stichting heeft passende rechtsbescherming via andere rechtsmiddelen, zoals hoger beroep, indien zij in eerste aanleg niet is verschenen.

De zaak betreft een herroeping van een beschikking van 15 mei 2017 waarbij de rechtbank het overdrachtsplan van Conservatrix goedkeurde. Conservatrix Groep heeft dit plan aangevochten, maar het cassatieberoep werd verworpen. Later werd Conservatrix failliet verklaard en werd een verzoek tot herroeping ingediend, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. De Stichting wilde zich in cassatie voegen, maar dat verzoek is afgewezen.

Uitkomst: De Stichting Polishouders wordt niet als belanghebbende toegelaten in het cassatiegeding wegens niet-verschenen zijn in eerdere instanties en geen sprake van bedrog.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer26/00562
Zitting17 juli 2026
CONCLUSIE IN HET INCIDENT
W.L. Valk
Conclusie in het incident tot toelating als belanghebbende van:
Stichting Polishouders Conservatrix
in de zaak
De Nederlandsche Bank N.V.
tegen
Conservatrix Groep S.A.R.L.
Partijen worden hierna verkort aangeduid als de Stichting respectievelijk DNB respectievelijk Conservatrix Groep.

1.Inleiding en samenvatting

1.1
In dit ‘incident’ [1] is de vraag aan de orde of de Stichting als belanghebbende moet worden toegelaten tot het geding in cassatie tussen DNB en Conservatrix Groep. Dat geding ziet op een herroepingsprocedure op de voet van art. 390 jo Pro. 382 Rv. De Stichting – die de belangen behartigt van polishouders die een verzekering bij Conservatrix hadden afgesloten – heeft in feitelijke aanleg niet als belanghebbende aan het geding deelgenomen, noch in de procedure die leidde tot de beschikking zoals voorwerp van het verzoek tot herroeping van Conservatrix Groep (hierna: de oorspronkelijke procedure), noch in de herroepingszaak.
1.2
Mijns inziens is de Stichting in haar verzoek om als belanghebbende tot het geding te worden toegelaten niet-ontvankelijk, omdat in een herroepingsprocedure uitsluitend als belanghebbende zijn aan te merken degenen die in de oorspronkelijke procedure in de hoedanigheid van belanghebbende zijn verschenen of opgeroepen, dan wel door bedrog in de procedure gepleegd niet verschenen of opgeroepen zijn. Geen van beide gaat ten aanzien van de Stichting op.

2.Feiten en procesverloop

2.1
In dit incident zijn de volgende feiten van belang: [2]
(i) Conservatrix [3] oefende met vergunning en onder prudentieel toezicht van DNB een levensverzekeringsbedrijf uit. DNB heeft op de voet van artikel 3:159u (oud) Wft een verzoekschrift tot goedkeuring van een overdrachtsplan ingediend, inhoudende dat alle door Conservatrix uitgegeven aandelen worden overgedragen aan een derde. Bij beschikking van 15 mei 2017 [4] heeft de rechtbank het overdrachtsplan goedgekeurd en de overdrachtsregeling ten aanzien van Conservatrix uitgesproken.
(ii) Alle aandelen in Conservatrix werden gehouden door Conservatrix Groep.
(iii) Conservatrix Groep is in cassatie gekomen tegen deze beschikking van de rechtbank. Bij beschikking van 17 mei 2019 [5] heeft uw Raad dit cassatieberoep verworpen.
(iv) Op 8 december 2020 is Conservatrix in staat van faillissement verklaard.
2.2
Conservatrix Groep heeft bij verzoekschrift van 20 mei 2025 de rechtbank Amsterdam onder meer verzocht de beschikking van 15 mei 2017 te herroepen. Bij beschikking van 5 februari 2026 heeft de rechtbank [6] Conservatrix Groep haar verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
2.3
Met het oog op dit incident volstaat de volgende zeer korte samenvatting van de beschikking van de rechtbank:
a. Er is sprake van ‘bedrog in het geding gepleegd’ als bedoeld in artikel 382 onder Pro a Rv, omdat een herverzekering door DNB buiten de procedure is gehouden. (onder 5.28)
b. Conservatrix Groep moet echter niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek, omdat de aard van de beschikking zich tegen herroeping verzet. (onder 5.29)
c. De rechtbank ziet aanleiding om DNB de proceskosten van Conservatrix Groep te laten betalen. (onder 5.43)
2.4
Bij procesinleiding van 19 februari 2026 heeft DNB tijdig cassatieberoep [7] ingesteld. Op 10 april 2026 heeft Conservatrix Groep een verweerschrift ingediend.
2.5
Vervolgens heeft de Stichting op 15 mei 2026 een verzoekschrift ingediend met het verzoek om haar als belanghebbende toe te laten in cassatie. Per brief van 19 mei 2026 heeft DNB op dit verzoekschrift gereageerd. Op 5 juni 2026 heeft Conservatrix Groep een verweerschrift tot referte ingediend.

3.Beoordeling van het verzoek om als belanghebbende te worden toegelaten

3.1
Op grond van art. 426 lid 1 Rv Pro kan van beschikkingen slechts beroep in cassatie worden ingesteld door ‘degenen die in een van de vorige instanties verschenen zijn’. De wetgever heeft dit uitgangspunt in 1969 geïntroduceerd en bij gelegenheid van de herziening van het burgerlijk procesrecht in 2002 gehandhaafd. Daarmee staat sinds 1969 voor niet-verschenen belanghebbenden niet langer beroep in cassatie open. [8] Omdat voeging en tussenkomst in verzoekschriftprocedures niet mogelijk zijn, kunnen zulke niet-verschenen belanghebbenden ook niet anderszins aan het geding in cassatie deelnemen. Consequentie is dat in beginsel alleen belanghebbenden die zich reeds in feitelijke instantie in de procedure hebben gemengd, in cassatie partij in de procedure kunnen zijn. Dit is anders dan in het geval van hoger beroep. Dat rechtsmiddel kan ook worden ingesteld door in eerste aanleg niet verschenen belanghebbenden (art. 358 lid 2 Rv Pro).
3.2
Deze afwijking van het regime in feitelijke aanleg wordt gerechtvaardigd door de aard van cassatie-instantie. De vraag of een partij al dan niet als belanghebbende valt te beschouwen, vergt een feitelijke beoordeling en dat is complicerend voor een instantie die voor het overige op een zodanige beoordeling niet gericht is. [9] Ook leidt cassatie uitsluitend tot een beoordeling
ex tuncop de feitelijke grondslag van de bestreden uitspraak en de stukken van het geding in feitelijke aanleg (art. 419 leden Pro 2 en 3 Rv). Nieuwe inbreng door een partij die in feitelijke aanleg niet als belanghebbende aan het geding deelnam, past daarbij slecht.
3.3
Uw Raad heeft een uitzondering aanvaard voor de belanghebbende die buiten zijn schuld niet in de vorige instantie is verschenen. [10] Die uitzondering ligt voor de hand. Cassatieberoep moet mogelijk zijn voor wie terecht erover kan klagen dat hij in de vorige instantie – in strijd met een bestaande hoorplicht – niet is gehoord. [11]
3.4
De Stichting doet op de zojuist bedoelde uitzondering een beroep en voert in dat verband aan dat zij niet bekend was met de procedure tot herroeping van de beschikking van 15 mei 2017. [12]
3.5
Zoals de Stichting ook zelf onder ogen ziet, [13] veronderstelt de bedoelde uitzondering dat de rechter in feitelijke aanleg de voor het eerst in cassatie verschenen belanghebbende had behoren op te roepen. Dat brengt ons bij bijzonderheden met betrekking tot het buitengewone rechtsmiddel van herroeping.
3.6
Volgens de memorie van toelichting bij art. 390 Rv Pro is ten aanzien van het buitengewone rechtsmiddel herroeping ‘als belanghebbende aan te merken degene die als zodanig is verschenen of opgeroepen, dan wel door bedrog in de procedure niet verschenen of opgeroepen is.’ [14] Dat zij inderdaad door bedrog in de procedure die tot de beschikking van 15 mei 2017 heeft geleid niet verschenen of opgeroepen is, voert de Stichting niet aan. Het is ook niet denkbaar, want de Stichting bestond in 2017 nog niet. [15]
3.7
De zojuist bedoelde beperking van de kring van belanghebbenden in een herroepingsprocedure heeft mijns inziens goede grond. Zoals reeds gememoreerd, staat voor een belanghebbende die in eerste aanleg ten onrechte niet in de oorspronkelijke procedure is opgeroepen, het gewone rechtsmiddel van hoger beroep open (hiervoor ‎3.1). Voor wie buiten zijn schuld niet in hoger beroep is verschenen, staat vervolgens het gewone rechtsmiddel van cassatie open (hiervoor ‎3.3). Aldus genieten belanghebbenden passende rechtsbescherming. Wat mag en moet het buitengewone rechtsmiddel van herroeping hieraan toevoegen? Vooral niet te veel, want procedures moeten een keer ophouden. Voor belanghebbenden die in het oorspronkelijke geding zijn verschenen, geldt dat zij op de beperkte gronden van art. 390 jo Pro. 382 Rv herroeping kunnen verzoeken. Die beperkte gronden zien op de wijze waarop door een andere procespartij is geprocedeerd, namelijk zodanig dat kan worden gezegd dat de beschikking berust op bedrog in het geding gepleegd (grond a), berust op stukken waarvan de valsheid later is komen vast te staan (grond b) dan wel na stukken van beslissende aard zijn achtergehouden (grond c). De positie van in het oorspronkelijke geding niet-verschenen belanghebbenden is anders. Zij hebben aan de procedure niet deelgenomen en zijn dus vanzelfsprekend juist
nietgeconfronteerd met het bedrog in het geding, de overlegging van valse stukken respectievelijk het achterhouden van stukken. In zoverre is redres te hunnen aanzien dus ook niet nodig. Het is alleen anders indien bedrog in het geding gepleegd juist de oorzaak is dat zij niet zijn verschenen of opgeroepen zijn. Dan moet redres voor dat bedrog wel mogelijk zijn.
3.8
Kortom, mijns inziens heeft de rechtbank terecht de Stichting niet als belanghebbende opgeroepen en geldt daarom de hoofdregel van art. 426 lid 1 Rv Pro. De Stichting is niet-ontvankelijk in haar verzoek om als belanghebbende tot het geding te worden toegelaten.

4.Conclusie

De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de Stichting in haar verzoek om als belanghebbende tot het geding te worden toegelaten.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G

Voetnoten

1.Het is in verzoekschriftprocedures ongebruikelijk om te spreken van ‘incident’. Als korte aanduiding van de aard van wat nu ter beslissing voorligt, is de term intussen wel degelijk geschikt.
2.Ontleend aan Rechtbank Amsterdam 5 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1107, onder 3.
3.Nederlandsche Algemeene Maatschappij van Levensverzekering ‘Conservatrix’ N.V. (hierna: Conservatrix).
4.Rechtbank Amsterdam 15 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:3309.
5.Hoge Raad 17 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:746.
6.Rechtbank Amsterdam 5 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1107.
7.In herroepingszaken staat geen hoger beroep open. Zie art. 388 lid 2 Rv Pro.
8.Uitvoeriger
9.Vergelijk S. Boekman,
10.Vaste rechtspraak. Laatstelijk HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1967,
11.Vgl.
12.Verzoekschrift Stichting onder 15.
13.Verzoekschrift Stichting onder 20.
14.MvT,
15.De oprichtingsakte dateert van 13 maart 2022. Zie de website van de Stichting: https://stichtingpolishoudersconservatrix.nl/ (geraadpleegd op 15 juli 2026), waar die akte te vinden is op het adres: 2020-03-13-Akte-van-oprichthttps://stichtingpolishoudersconservatrix.nl/app/uploads/2021/01/2020-03-13-Akte-van-oprichting-Stichting-Polishouders-Conservatrix.pdf