ECLI:NL:RBALK:1999:AF0033

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
18 maart 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99.10 R
Instantie
Rechtbank Alkmaar
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H. Warnink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 2 sub b Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens benadeling schuldeisers door overdracht onderneming

Verzoeker heeft op 2 februari 1999 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de mondelinge behandelingen op 25 februari en 11 maart 1999 is vastgesteld dat verzoeker een onderneming dreef die op 1 december 1998 met alle baten en lasten is overgedragen. Deze overdracht vond kort voor de indiening van het verzoekschrift plaats.

De rechtbank constateert dat door deze overdracht de schuldeisers de mogelijkheid is ontnomen om hun vorderingen te verhalen op de activa van de onderneming, waardoor zij in de uitoefening van hun recht zijn benadeeld. Hoewel de activa verpand waren aan de RaBo Bank, is er een aanzienlijke vordering van de Belastingdienst die niet gedekt is, wat de benadeling bevestigt.

Gezien deze feiten acht de rechtbank het aannemelijk dat verzoeker niet te goeder trouw heeft gehandeld in de zin van artikel 288 lid 2 sub b van Pro de Faillissementswet. Daarom wordt het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.

Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens benadeling van schuldeisers en gebrek aan goed vertrouwen.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Alkmaar
Enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken
X. geboren ... te P.
wonende ...
heeft op 2 februari 1999 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
De mondelinge behandelingen hebben plaatsgevonden op 25 februari 1999 en 11 maart 1999, waarbij verzoeker is verschenen.
Verzoeker heeft de rechtbank nog enige stukken doen toekomen.
DE BEDOORDELING VAN HET VERZOEK:
Uit de stukken en hetgeen verzoeker ter gelegenheid van de mondelinge behandelingen naar voren heeft gebracht is onder andere komen vast te staan dat verzoeker een onderneming heeft gedreven welke onderneming op 1 december 1998 met alle baten en lasten is overgedragen.
Door de overdracht van deze onderneming, kort voor de indiening van het onderhavige verzoekschrift, heeft verzoeker de schuldeisers de mogelijkheid ontnomen hun vorderingen te verhalen op de activa van die onderneming, waardoor deze schuldeisers in de uitoefening van hun recht zijn benadeeld.
Weliswaar waren de betrokken activa in pand gegeven aan de RaBo Bank te R., doch gezien de positie van onder ander De Ontvanger der Belastingen, die volgens een overgelegd schrijven van verzoeker tenminste een bedrag van f. 40.000,-- te vorderen heeft, komt het de rechtbank voor dat inderdaad van bovenbedoelde benadeling van schuldeisers sprake is.
De rechtbank acht het gezien het vorenstaande aannemelijk dat verzoeker ten aanzien van het onbetaald laten van zijn schulden niet te goeder trouw is geweest, zoals bedoeld in artikel 288 lid 2 sub b Fw Pro.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling dient derhalve te worden afgewezen.
BESLISSING
De rechtbank:
Wijst het verzoek af.
Gewezen door mr. H. Warnink, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 maart 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.