ECLI:NL:RBALK:1999:AF0033
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Warnink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens benadeling schuldeisers door overdracht onderneming
Verzoeker heeft op 2 februari 1999 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de mondelinge behandelingen op 25 februari en 11 maart 1999 is vastgesteld dat verzoeker een onderneming dreef die op 1 december 1998 met alle baten en lasten is overgedragen. Deze overdracht vond kort voor de indiening van het verzoekschrift plaats.
De rechtbank constateert dat door deze overdracht de schuldeisers de mogelijkheid is ontnomen om hun vorderingen te verhalen op de activa van de onderneming, waardoor zij in de uitoefening van hun recht zijn benadeeld. Hoewel de activa verpand waren aan de RaBo Bank, is er een aanzienlijke vordering van de Belastingdienst die niet gedekt is, wat de benadeling bevestigt.
Gezien deze feiten acht de rechtbank het aannemelijk dat verzoeker niet te goeder trouw heeft gehandeld in de zin van artikel 288 lid 2 sub b van Pro de Faillissementswet. Daarom wordt het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens benadeling van schuldeisers en gebrek aan goed vertrouwen.