ECLI:NL:RBALK:2000:AA3492
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vonnis over intrekking exploitatievergunning en sluiting coffeeshop wegens overtreding AHOJ-G-criteria
Eiser 1 had een exploitatievergunning aangevraagd voor zijn coffeeshop, die reeds gedoogd werd. Verweerder verleende de vergunning in september 1997, maar trok deze later in en besloot tot sluiting en verzegeling van de zaak voor een jaar vanwege overtredingen van de vergunningvoorschriften, waaronder aanwezigheid van harddrugs en verkoop van grotere hoeveelheden softdrugs dan toegestaan.
De rechtbank stelt vast dat eiser 1 de voorwaarden van de vergunning heeft overtreden, wat rechtvaardigt dat de vergunning wordt ingetrokken. De overtredingen betroffen onder meer het verstrekken van harddrugs aan een verslaafde vriendin en de verkoop van hoeveelheden softdrugs die de AHOJ-G-norm overschrijden.
Eiser 2, die het bedrijf wilde voortzetten bij afwezigheid van eiser 1, wordt niet als belanghebbende bij de intrekking van de vergunning gezien en is daarom niet-ontvankelijk in zijn bezwaar.
De rechtbank oordeelt echter dat verweerder niet bevoegd was om op grond van artikel 172 van Pro de Gemeentewet de sluiting en verzegeling van de coffeeshop voor een jaar te gelasten, omdat er geen sprake was van een acute verstoring van de openbare orde.
Daarom wordt het besluit tot sluiting en verzegeling vernietigd, terwijl het besluit tot intrekking van de vergunning wordt gehandhaafd. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De intrekking van de exploitatievergunning wordt gehandhaafd, de sluiting en verzegeling van de coffeeshop wordt vernietigd.