ECLI:NL:RBALK:2000:AF0035

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
25 mei 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00/117
Instantie
Rechtbank Alkmaar
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 FaillissementswetArt. 287 lid 2 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wegens ontbreken verklaring

Verzoekers hebben een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Zij vroegen tevens om voorlopige toepassing vanwege een vermeende dreigende ontruiming van het bedrijfspand en beslaglegging op aanwezige goederen.

De rechtbank constateerde echter dat de vennootschappen onder firma van verzoekers geen bedrijfsactiviteiten meer ontplooiden en dat er geen sprake was van een dreigende ontruiming. Bovendien waren de goederen in het pand verpand aan een bank.

Verzoekers hadden geen verklaring verstrekt zoals vereist in artikel 285, eerste lid, van de Faillissementswet. De rechtbank voorzag dat verzoekers binnen de wettelijke termijn niet aan deze verplichting konden voldoen, mede vanwege de tijd die nodig is voor een buitengerechtelijke schuldsanering.

Er waren ook geen andere omstandigheden die voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling rechtvaardigden. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een vereiste verklaring en het ontbreken van spoedeisende omstandigheden.

Uitspraak

insolventienummer: 45786/FT-EA 00.117
Arrondissementsrechtbank te Alkmaar
Enkelvoudige kamer
X. , geboren op ...
wonende te P.
en
Y. , geboren op ...
wonende te Q.
hebben op 19 april 2000 een verzoekschrift ingediend tot toepassing verklaring van de schuldsaneringsregeling
Verzoekers zijn in raadkamer op 25 mei 2000 gehoord.
Verzoekers hebben in verband met een dreigende ontruiming van het bedrijfspand en een dreigende beslaglegging op de daarin nog aanwezige goederen verzocht voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren.
Ter terechtzitting constateert de rechtbank dat de vennootschappen onder firma van verzoekers geen bedrijfsactiviteiten meer ontplooien, terwijl een dreigende ontruiming niet aan de orde blijkt te zijn. De nog aanwezige goederen in bedoeld pand zijn aan een bank verpand.
Verzoekers hebben bij hun verzoek geen gegevens verstrekt zoals bedoeld in artikel 285 eerste Pro lid Faillissementswet. De rechtbank voorziet dat verzoekers binnen de in de wet bij artikel 287 lid 2 Faillissementswet Pro gestelde termijn daarin niet kunnen voorzien, gezien de tijdsduur die nodig zal zijn om de mogelijkheden van een buitengerechtelijke schuldsanering serieus te onderzoeken.
Ook overigens is de rechtbank niet gebleken van omstandigheden die voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling noodzakelijk maken.
Verzoekers dienen in het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Beslissing
De rechtbank:
Verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het gedane verzoek.
Gewezen door mr. P.H.B. Littooy, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 mei 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.