ECLI:NL:RBALK:2002:AE5198

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
10 juli 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
14.018035-01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor verspreiding kinderpornografische afbeeldingen via internet

De rechtbank Alkmaar heeft op 10 juli 2002 uitspraak gedaan in een zaak waarin de verdachte werd beschuldigd van het verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen via internet op 14 en 17 april 2000. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte via een e-mailadres deze afbeeldingen, waarbij personen onder de zestien jaar betrokken waren, heeft verspreid.

De rechtbank concludeerde dat het bewezenverklaarde strafbaar is en dat de verdachte strafbaar is, mede gelet op zijn eerdere veroordeling voor diefstal. De rechtbank benadrukte het belang van het bestrijden van alle handelingen die direct of indirect bijdragen aan de productie en consumptie van kinderporno.

Hoewel de rechtbank een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf passend achtte, werd rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het lange tijdsverloop in de procedure. Daarom werd een gevangenisstraf van drie maanden opgelegd, waarvan de tenuitvoerlegging werd opgeheven onder een proeftijd van twee jaar, gecombineerd met een taakstraf van 80 uur.

Indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht, kan vervangende hechtenis van 40 dagen worden opgelegd. De verdachte werd vrijgesproken van alle overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden. Het vonnis werd gewezen door drie rechters onder voorzitterschap van H. de Klerk.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een taakstraf van 80 uur wegens verspreiding van kinderpornografische afbeeldingen.

Uitspraak

De RECHTBANK van het arrondissement ALKMAAR
Parketnummer: 14.018035-01
Datum uitspraak: 10 juli 2002
OP TEGENSPRAAK
VERKORT VONNIS van de rechtbank van het arrondissement Alkmaar, Meervoudige Kamer voor Strafzaken, in de zaak van het
OPENBAAR MINISTERIE
tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats + geboorteland] op [geboortedatum],
wonende te [woonplaats], [adres].
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 juni 2002.
1. TENLASTELEGGING
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat
hij op of omstreeks 14 en/of 17 april 2000 in de gemeente [woonplaats], in elk geval in Nederland, één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten: afbeeldingen als gehecht aan deze dagvaarding en welke afbeeldingen worden geacht daarvan deel uit te maken, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen (telkens) (een) persoon/personen die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet had/hadden bereikt, was/waren betrokken, heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in voorraad heeft gehad, immers heeft verdachte toen en daar via de emailadressen [emailadres 1], en/of [emailadres 2] bovenbedoelde afbeeldingen op het internet gezet.
Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zullen deze worden verbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.
2. BEWEZENVERKLARING
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat
hij op 14 en 17 april 2000 in de gemeente [woonplaats], afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten: afbeeldingen als gehecht aan deze dagvaarding als onder A, B, C, D, E, F en G en welke afbeeldingen worden geacht daarvan deel uit te maken, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens (een) persoon/personen die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet had/hadden bereikt, was/waren betrokken, heeft verspreid, immers heeft verdachte toen en daar via het emailadres [emailadres 2] bovenbedoelde afbeeldingen op het internet gezet.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
3. BEWIJS
De rechtbank grondt de beslissing dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
4. STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken, verspreiden, meermalen gepleegd.
5. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.
De verdachte is dus strafbaar.
6. MOTIVERING VAN DE STRAFFEN
De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte.
De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen
Verdachte heeft via het internet een aantal kinderpornografische afbeeldingen verspreid. Aldus heeft hij een bijdrage geleverd aan het instandhouden van de markt die zich bezighoudt met de productie van kinderporno en daarmee met het misbruik van minderjarigen.
De rechtbank is van oordeel dat alle handelingen die direct danwel indirect te maken hebben met de productie en de consumptie van kinderporno met kracht dienen te worden bestreden. Zij acht voor een feit als het onderhavige derhalve in beginsel een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf passend.
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:
- het op naam van de verdachte staand uittreksel uit het Justitieel Documentatie-register, gedateerd 5 juni 2002, waaruit blijkt dat de verdachte eerder terzake diefstal is veroordeeld tot een geldboete.
De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een voorwaardelijke vrijheidsstraf op haar plaats is en dat aan de verdachte tevens een taakstraf, bestaande uit een werkstraf behoort te worden opgelegd.
Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank onder meer rekening gehouden met de omstandigheid dat het tijdsverloop sedert het eerste verhoor van verdachte door de politie en de behandeling van de zaak ter terechtzitting onwenselijk lang is.
7. TOEGEPASTE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht.
8. BESLISSING
De rechtbank:
Verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid, heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert het hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE vermelde strafbare feit.
Verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar.
Veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 3 (drie) maanden.
Beveelt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij anders wordt beslist.
Stelt daarbij een proeftijd van twee jaren vast.
De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:
- de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.
Veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde voorts tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren.
Beveelt voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht dat in plaats van de taakstraf vervangende hechtenis wordt toegepast, welke vervangende hechtenis wordt vastgesteld op 40 dagen.
Bepaalt dat deze taakstraf bestaat uit een werkstraf.
Dit vonnis is gewezen door
mr. H. de Klerk, voorzitter,
mr. H.E.C. de Wit en mr. W. van der Haak, rechters,
in tegenwoordigheid van M. Woudman, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 juli 2002.
De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Parketnr. 14.018035-01
Datum uitspraak 10 juli 2002