ECLI:NL:RBALK:2003:AM2825
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van der Perk
- A.M. van Woensel
- A.J. Dondorp
- Rechtspraak.nl
Gemeente Stede Broec veroordeeld voor illegaal gebruik gronddepot met asbestverontreiniging
De rechtbank Alkmaar heeft op 29 september 2003 geoordeeld dat de gemeente Stede Broec in de periode van 25 oktober 2001 tot en met 28 augustus 2002 zonder vergunning een gronddepot in werking heeft gehad nabij de Verlengde Raadhuislaan te Grootebroek. Dit depot werd gebruikt voor de opslag van overtollige grond, waaronder verontreinigde grond met asbest.
De gemeente had kennis van afspraken die het gebruik van het gronddepot beperkten, maar interpreteerde deze niet als een verbod op verdere stortingen. De rechtbank achtte bewezen dat de gemeente bewust in strijd met deze afspraken handelde, hoewel niet gebleken is dat zij wist van de asbestverontreiniging.
De overtreding betreft een ernstig milieudelict, waarbij de gemeente tekort is geschoten in haar zorgplicht. De rechtbank hield rekening met het ontbreken van kennis over de asbestverontreiniging bij het bepalen van de straf. De gemeente werd veroordeeld tot een geldboete van 5000 euro.
De rechtbank verwierp het verweer van de gemeente dat zij niet op de hoogte was van de illegale status van het gronddepot en benadrukte dat de gemaakte afspraken en het gespreksverslag van 5 april 2001 duidelijk stelden dat het gebruik van het depot zonder vergunning niet was toegestaan.
De uitspraak benadrukt het belang van naleving van milieuregels door overheidsinstanties en bevestigt dat ook rechtspersonen zoals gemeenten strafrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld voor milieudelict.
Uitkomst: De gemeente Stede Broec is veroordeeld tot een geldboete van 5000 euro wegens het zonder vergunning in werking hebben van een gronddepot met verontreinigde grond.