ECLI:NL:RBALK:2003:AN8609
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- A.L. Croes
- Rechtspraak.nl
Weigering verbod op betrokkenheid bij slijterij na non-concurrentiebeding
Op 30 augustus 2000 verkocht gedaagde 1 zijn slijterij aan eiseressen, waarbij een non-concurrentiebeding werd overeengekomen dat gedaagde 1 geen slijterij in en om Schagen zou beginnen. Na de verkoop verkocht gedaagde 1 gedurende ongeveer een jaar dranken via internet. Twee jaar later opende zijn zoon, gedaagde 2, een slijterij in de nabijheid van de voormalige zaak van gedaagde 1.
Eiseressen vorderden in kort geding sluiting van deze slijterij en een verbod voor gedaagden om betrokken te zijn bij een slijterij in en om Schagen, stellende dat gedaagde 1 het non-concurrentiebeding had geschonden en dat gedaagde 2 hiervan misbruik maakte. Gedaagden betwistten de betrokkenheid van gedaagde 1 bij de slijterij van gedaagde 2 en stelden dat het non-concurrentiebeding slechts aan gedaagde 1 persoonlijk is verbonden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het non-concurrentiebeding zeer summier was en niet duidelijk een verbod op betrokkenheid bij een slijterij omvatte. Daarnaast was onvoldoende aannemelijk geworden dat gedaagde 1 wezenlijk betrokken was bij de slijterij van zijn zoon. Ook kon niet worden vastgesteld dat gedaagde 2 misbruik maakte van een wanprestatie van gedaagde 1. De vorderingen van eiseressen werden daarom afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af wegens onvoldoende bewijs van schending van het non-concurrentiebeding en betrokkenheid.