ECLI:NL:RBALK:2004:AO5889
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.J. van Lieshout-Segers
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsvraag rechtbank bij echtscheidingsverzoek met verblijf in Nederland en Australië
In deze echtscheidingszaak verzochten partijen de rechtbank Alkmaar om uitspraak te doen over hun echtscheiding en nevenvoorzieningen. De vrouw, die feitelijk in Sydney, Australië verblijft, stelde primair dat de rechtbank zich niet bevoegd moest verklaren vanwege haar Australische nationaliteit en het feit dat partijen pas in maart 2003 in Nederland zouden zijn gevestigd.
De rechtbank oordeelde dat partijen ten tijde van het verzoekschrift lang genoeg in Nederland waren ingeschreven in de basisregistratie personen (GBA), ondanks tussentijdse verblijven in Engeland en Australië. De tijdelijke aard van de werkzaamheden in Londen en het feit dat partijen hun woning in Nederland hadden aangehouden, wezen op het oogmerk zich in Nederland te vestigen.
De vrouw was in juli 2003 naar Australië vertrokken om te bevallen en was niet teruggekeerd, maar dit deed niet af aan de bevoegdheid van de Nederlandse rechter. De rechtbank verklaarde zich bevoegd en verwees de zaak terug naar de rol voor verdere behandeling, met het verzoek aan de vrouw om originele documenten te overleggen.
Deze beschikking bevestigt het uitgangspunt dat inschrijving in Nederland en het oogmerk van vestiging bepalend zijn voor de rechterlijke bevoegdheid bij echtscheidingszaken, ook bij feitelijke verblijfplaats in het buitenland.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd kennis te nemen van het echtscheidingsverzoek ondanks het feit dat de vrouw in Australië verblijft.