ECLI:NL:RBALK:2004:AQ7950
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J. van de Sande
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag en afwijking van het Sociaal Plan bij bedrijfseconomisch ontslag
Eiser was sinds 1962 in dienst bij Philips en werd ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen, waarbij zijn werkzaamheden werden uitbesteed. Philips had een Sociaal Plan met vakorganisaties gesloten, maar eiser was geen lid van deze organisaties en het plan was niet algemeen verbindend verklaard. Philips hanteerde een ontslagdatum van 12 juli 2003, terwijl volgens de wet opzegging tegen het einde van de maand moet plaatsvinden.
Eiser vorderde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging en stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat de geboden financiële compensatie onvoldoende was, mede gezien zijn geringe kansen op de arbeidsmarkt en de inkomensval tot net boven de bijstandsnorm. Philips betwistte deze stellingen en verwees naar de naleving van het Sociaal Plan en inspanningen om passend werk te vinden.
De rechtbank oordeelde dat de opzegging tegen 12 juli 2003 onregelmatig was en veroordeelde Philips tot schadevergoeding over de niet in acht genomen opzegtermijn. Tevens werd geoordeeld dat de compensatie uit het Sociaal Plan voor eiser onredelijk was, gelet op zijn leeftijd, beperkte arbeidsmarktpositie en de inkomensval, en dat Philips een aanvulling tot 100% van het netto laatstverdiende salaris moest betalen tot het moment van flexpensioen. Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Philips is veroordeeld tot schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging en tot aanvulling van de WW-uitkering tot 100% van het netto laatstverdiende salaris tot het flexpensioen.