ECLI:NL:RBALK:2004:AR4955
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Loonvordering werknemer na onterecht gestopt loon door werkgever
Werknemer trad op 17 juni 2002 in dienst bij werkgever voor zes maanden tegen een uurloon van 6,04 euro. Vanaf 15 november 2002 stopte werkgever met het betalen van loon, waarna werknemer het loon vorderde bij de kantonrechter. Werkgever stelde dat werknemer zelf ontslag had genomen door niet op het werk te verschijnen en gezagsondermijning.
De kantonrechter oordeelde dat het niet verschijnen van werknemer op 17 november 2002 niet duidelijk en ondubbelzinnig aangaf dat hij het dienstverband wilde beëindigen. Dit werd mede ondersteund door het feit dat werknemer na een telefoongesprek met de directeur de sleutels van de winkel en het alarm moest inleveren, wat als ontslag werd geïnterpreteerd.
De rechtbank stelde vast dat werkgever ten onrechte de loonbetaling had gestaakt en wees de vordering van werknemer toe, inclusief loon, vakantievergoeding, vakantiebijslag, een gematigde wettelijke verhoging en wettelijke rente. Tevens werd werkgever veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en aanverwante vergoedingen aan werknemer.