ECLI:NL:RBALK:2005:AT8257
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens diefstal niet gerechtvaardigd wegens geringe ernst
Een werknemer, werkzaam als chauffeur, werd op 14 september 2004 op staande voet ontslagen wegens diefstal nadat hij een waterbroes had meegenomen die bestemd was voor vernietiging bij een opdrachtgever. De werknemer erkende het meenemen, maar stelde dat hij geen kwaad in de zin had en dat het ontslag een te zware maatregel was.
De kantonrechter stelde vast dat de werknemer op heterdaad was betrapt en dat het meenemen van de waterbroes zonder toestemming plaatsvond. Wel werd erkend dat de waterbroes weinig waarde had en bestemd was voor afval. De kantonrechter oordeelde dat hoewel de werkgever een strikt ontslagbeleid mag voeren, het ontslag op staande voet in dit geval te zwaar was vanwege de geringe ernst van het vergrijp en de bijzondere omstandigheden.
De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van een schadevergoeding ter hoogte van het loon over de opzegtermijn, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. Tevens werd de werkgever veroordeeld tot het verstrekken van een bruto-netto specificatie en tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Ontslag op staande voet wegens het meenemen van een waterbroes was te zwaar en werkgever is veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.