ECLI:NL:RBALK:2005:AT9367
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- L.J.L. Koster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verwijdering windturbine op terrein ECN
ECN vordert in kort geding de verwijdering van een windturbine die door Hollandia wordt geëxploiteerd op grond die ECN in gebruik heeft. ECN stelt dat de exploitatie berust op een huurovereenkomst die zij met inachtneming van een redelijke termijn heeft opgezegd, en dat de turbine zonder recht of titel aanwezig is. Hollandia betwist dit en voert onder meer een arbitrageclausule aan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bevoegdheidsverweer wordt gepasseerd, maar dat er aanzienlijke onduidelijkheden bestaan over de rechtsverhouding tussen ECN en Hollandia, met name of Hollandia in de rechten van NedWind is getreden. Ook is de opzegtermijn van zes weken onredelijk kort gezien de aard en levensduur van de windturbine en de investeringen van Hollandia.
Gezien de ingrijpende aard van het verwijderen van de turbine en de onzekerheden over de juridische situatie kan de vordering niet worden toegewezen. Ook de subsidiaire vordering tot verwijdering per 1 januari 2006 wordt afgewezen. ECN wordt veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vordering tot verwijdering van de windturbine wordt afgewezen vanwege onduidelijkheden over de rechtsverhouding en onredelijkheid van de opzegtermijn.