ECLI:NL:RBALK:2005:AT9742
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.F.B. van Zutphen
- A.J. Dondorp
- Ph. Burgers
- Rechtspraak.nl
Interlocutoir vonnis over beperkt anoniem horen van AIVD-getuigen in economische strafzaak
In deze strafzaak heeft de rechtbank Alkmaar op 20 juli 2005 een tussenvonnis gewezen over de wijze van horen van twee AIVD-getuigen. De officier van justitie verzocht om deze getuigen beperkt anoniem te horen vanwege hun operationele werkzaamheden, terwijl de verdediging dit verzoek primair afwees en subsidiair stelde dat de getuigen achter gesloten deuren gehoord konden worden.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 290, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, het vragen naar bepaalde personalia kan worden achterwege gelaten indien er een gegrond vermoeden bestaat dat de getuige in de uitoefening van zijn beroep wordt belemmerd. Gezien de aard van het werk van de AIVD-medewerkers achtte de rechtbank het verzoek van de officier van justitie toewijsbaar onder de voorwaarde dat vooraf een schriftelijke bevestiging van de directeur Staatsveiligheid wordt overgelegd.
De rechtbank bepaalde dat de AIVD-getuigen onder hun codenamen, domicilie kiezende bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, achter gesloten deuren zullen worden gehoord. Zij kunnen vermomd verschijnen en het publiek kan de zitting alleen via een geluidsverbinding volgen met stemvervorming. Tevens wees de rechtbank het verzoek van de officier van justitie af om de verdediging vooraf de vragen aan de getuigen te doen toekomen.
De behandeling van de zaak wordt voortgezet op 19 oktober 2005, waarbij de genoemde maatregelen zullen worden toegepast. Ook werd de oproeping van een rechercheur van de FIOD ECD vastgesteld voor een latere zitting. Dit vonnis betreft een belangrijke afweging tussen de belangen van openbaarheid en bescherming van operationele getuigen in strafzaken.
Uitkomst: De rechtbank wijst onder voorwaarden toe dat twee AIVD-getuigen beperkt anoniem worden gehoord met beschermende maatregelen.