ECLI:NL:RBALK:2005:AU0071
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Berekening schadevergoeding na arbeidsongeval met blijvende beperkingen
Op 31 mei 1991 raakte eiser betrokken bij een ernstig arbeidsongeval waarbij hij onder meer een verbrijzeling van de eerste lendenwervel en een rechter armfractuur opliep. Na intensieve medische behandeling en revalidatie hervatte hij gedeeltelijk zijn werkzaamheden, maar werd uiteindelijk voor 80-100% arbeidsongeschikt verklaard.
De kantonrechter beoordeelt de medische rapporten, waaronder een deskundigenrapport van een neurochirurg, waarin wordt vastgesteld dat een deel van de klachten niet direct aan het ongeval gerelateerd is. De rechter gaat uit van een gedeeltelijk causaal verband en verwerpt aftrek wegens eerdere klachten en verwachte vervroegde uittreding.
Verder wordt de berekening van de schadevergoeding besproken, waarbij het aantal overuren en het uurloon centraal staan. De kantonrechter stelt dat het gemiddelde aantal overuren uit 1990 en 1991 als uitgangspunt geldt en dat werkelijke lonen moeten worden gebruikt voor de periode na het ongeval. Ook wordt geoordeeld dat de doorbetaalde loonsuppletie en AAW/WAO-uitkering geen volledige compensatie bieden voor gederfde verdiensten.
De kantonrechter acht een immateriële schadevergoeding van €13.500 billijk en wijst op het belang van verdere bewijsstukken en een comparitie voor de afhandeling van resterende geschilpunten. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en een comparitie.
Uitkomst: De kantonrechter houdt verdere beslissing aan en verwijst naar een comparitie na nadere bewijsstukken.