ECLI:NL:RBALK:2005:AU0369
Rechtbank Alkmaar
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij geschil over gezamenlijke huishouding en terugvordering bijstand
Verzoekster en verzoeker maakten bezwaar tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Andijk waarbij de bijstandsuitkering van verzoekster werd beëindigd en een bedrag van €10.863,85 werd teruggevorderd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met verzoeker. Tevens werd verzoeker als meeprofiterende partner hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de terugvordering.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoekster en verzoeker hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en dat sprake was van wederzijdse verzorging, hetgeen voldoet aan de definitie van gezamenlijke huishouding volgens de WWB. De door verzoekster aangevoerde kennismakingsperiode werd niet gevolgd, omdat hiervoor een aanvraag en toestemming van verweerder vereist is. Ook werd geoordeeld dat de observaties door de sociale recherche proportioneel waren en niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro.
Hoewel het besluit formeel een gebrek vertoonde door de beëindiging van de bijstand niet met terugwerkende kracht te effectueren, was dit herstelbaar in de bezwaarfase. De voorzieningenrechter vond dat verweerder in redelijkheid had besloten tot beëindiging van de bijstand en terugvordering van het ten onrechte ontvangen bedrag vanaf 1 maart 2005. Ook de aansprakelijkheid van verzoeker als meeprofiterende partner werd bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding wordt afgewezen.