ECLI:NL:RBALK:2005:AU4207
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verklaring voor recht van huwelijksgelijkwaardige band en nauwe persoonlijke betrekking voor erkenning kind
Verzoeker had van medio 1973 tot eind 1979/begin 1980 een affectieve relatie met mevrouw A., waarvan de laatste jaren als samenwoners. Uit deze relatie werd in 1979 een zoon geboren die verzoeker bewust niet erkende vanwege afspraken over verzorging.
Na het verbreken van de relatie herstelde verzoeker de contacten met zijn zoon, met wie hij een sterke persoonlijke band ontwikkelde. Verzoeker is ernstig ziek en wil zijn zoon alsnog erkennen, maar dit is juridisch niet mogelijk vanwege zijn huwelijk met een andere vrouw sinds 1990.
Op grond van artikel 204 lid 1 onder Pro e BW verzocht verzoeker de rechtbank te verklaren dat zijn relatie met mevrouw A. gelijkstaat aan een huwelijk en dat er een nauwe persoonlijke betrekking met zijn zoon bestaat. De rechtbank achtte dit aannemelijk op basis van verklaringen van verzoeker, mevrouw A., de zoon en de huidige echtgenote van verzoeker.
De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind prevaleert boven dat van de echtgenote en wees het verzoek toe. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat tussen verzoeker en zijn voormalige partner een huwelijksgelijkwaardige band bestond en dat er een nauwe persoonlijke betrekking met het niet erkende kind bestaat.