ECLI:NL:RBALK:2005:AU4207

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
12 oktober 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
83248/FA RK 05-759
Instantie
Rechtbank Alkmaar
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 204 lid 1 onder e Boek 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verklaring voor recht van huwelijksgelijkwaardige band en nauwe persoonlijke betrekking voor erkenning kind

Verzoeker had van medio 1973 tot eind 1979/begin 1980 een affectieve relatie met mevrouw A., waarvan de laatste jaren als samenwoners. Uit deze relatie werd in 1979 een zoon geboren die verzoeker bewust niet erkende vanwege afspraken over verzorging.

Na het verbreken van de relatie herstelde verzoeker de contacten met zijn zoon, met wie hij een sterke persoonlijke band ontwikkelde. Verzoeker is ernstig ziek en wil zijn zoon alsnog erkennen, maar dit is juridisch niet mogelijk vanwege zijn huwelijk met een andere vrouw sinds 1990.

Op grond van artikel 204 lid 1 onder Pro e BW verzocht verzoeker de rechtbank te verklaren dat zijn relatie met mevrouw A. gelijkstaat aan een huwelijk en dat er een nauwe persoonlijke betrekking met zijn zoon bestaat. De rechtbank achtte dit aannemelijk op basis van verklaringen van verzoeker, mevrouw A., de zoon en de huidige echtgenote van verzoeker.

De rechtbank oordeelde dat het belang van het kind prevaleert boven dat van de echtgenote en wees het verzoek toe. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

Uitkomst: De rechtbank verklaart dat tussen verzoeker en zijn voormalige partner een huwelijksgelijkwaardige band bestond en dat er een nauwe persoonlijke betrekking met het niet erkende kind bestaat.

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR
Sector civiel recht
zaak- en rekestnummer: 83248/FA RK 05-759
datum: 12 oktober 2005
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [plaatsnaam],
verzoeker,
procureur mr. M.A. Rensen.
HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Ter griffie van deze rechtbank is op 30 september 2005 het verzoekschrift ingekomen er toe strekkende dat voor recht wordt verklaard dat aannemelijk is dat tussen verzoeker en [mevrouw A.] een band heeft bestaan die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen en/of dat tussen verzoeker en [naam zoon] een nauwe persoonlijke betrekking bestaat.
Bij het verzoekschrift zijn verklaringen gevoegd van [mevrouw A.] en [naam zoon] voornoemd, alsmede van de huidige echtgenote van verzoeker [naam huidige echtgenote verzoeker].
Bij brief van 5 oktober 2005 heeft mr. Rensen nog nadere informatie verschaft.
Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.
DE BEHANDELING VAN DE ZAAK
Het verzoek is gegrond op artikel 204 lid 1 onder Pro e Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Verzoeker legt het volgende aan zijn verzoek ten grondslag.
Hij heeft vanaf (medio) 1973 tot eind 1979/begin 1980 een affectieve relatie gehad met [mevrouw A.] (verder: [mevrouw A.]). De eerste jaren is er sprake geweest van een LAT-relatie. De laatste drie à vier jaar van hun relatie hebben zij samengewoond als waren zij gehuwd te [plaats- en straatnaam]. Uit die relatie is op 15 september 1979 te Amsterdam een zoon geboren, [naam zoon] (verder: [naam zoon]). Verzoeker heeft, blijkens de overgelegde geboorteakte, de aangifte van de geboorte gedaan. Reeds tijdens de zwangerschap van [mevrouw A.] zijn er relationele problemen ontstaan. Korte tijd na de geboorte van [naam zoon] hebben partijen hun relatie verbroken.
Verzoeker heeft destijds, in overleg met [mevrouw A.], bewust de keuze gemaakt [naam zoon] niet te erkennen. Zij hadden namelijk afgesproken dat de verzorging en opvoeding van [naam zoon] geheel door [mevrouw A.] zou geschieden en dat verzoeker daar geen enkele bemoeienis mee zou hebben. Ongeveer tweeënhalf jaar na het verbreken van de relatie tussen partijen heeft verzoeker de contacten weer hersteld. Hieruit is een zeer regelmatig contact tussen verzoeker en [naam zoon] ontstaan. In het kader daarvan was [naam zoon] tijdens zijn jongere jaren tenminste een weekend per maand bij verzoeker. Nadat [naam zoon] naar de middelbare school gegaan was vonden de contacten op onregelmatige basis plaats, maar de contacten waren nog wel uitgebreid. Daarbij heeft zich in de loop der jaren tussen verzoeker en [naam zoon] een sterke persoonlijke band ontwikkeld. Verzoeker heeft [naam zoon] daarbij altijd als zoon beschouwd en behandeld.
Verzoeker is begin 2005 ernstig ziek geworden. Hij had longkanker. Nadat bestralingen en operaties aanvankelijk succesvol bleken is een aantal weken geleden geconstateerd dat verzoeker tumoren in de hersenen heeft, welke niet behandelbaar zijn. Verzoeker wenst een testament te maken waarin zijn kinderen gelijkelijk behandeld worden. De notaris heeft verzoeker te kennen gegeven dat [naam zoon], ten gevolge van het ontbreken van een erkenning, juridisch niet als zijn kind beschouwd wordt. Verzoeker heeft daarop te kennen gegeven dat hij [naam zoon] alsnog wil erkennen en de notaris verzocht terzake een akte op te maken.
Aangezien verzoeker op 10 april 1990 in het huwelijk is getreden met [naam huidige echtgenote verzoeker], zou tengevolge van dit huwelijk een erkenning nietig zijn, tenzij door de rechtbank wordt vastgesteld dat aannemelijk is dat tussen verzoeker en [mevrouw A.] een band heeft bestaan die voldoende met een huwelijk op één lijn valt te stellen of dat tussen verzoeker en [naam zoon] een nauwe persoonlijke betrekking bestaat.
De rechtbank is van oordeel dat uit voormelde stellingen van verzoeker, welke stellingen worden ondersteund door de verklaring van [mevrouw A.], aannemelijk is geworden dat tussen verzoeker en [mevrouw A.] een band heeft bestaan die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen. Eveneens is naar het oordeel van de rechtbank uit voormelde stellingen van de man, welke stellingen worden ondersteund door de verklaring van [naam zoon], aannemelijk geworden dat tussen verzoeker en [naam zoon] een nauwe persoonlijke betrekking bestaat.
Wellicht ten overvloede merkt de rechtbank op dat de huidige echtgenote van verzoeker, [naam huidige echtgenote verzoeker], hoewel zij een verklaring heeft overgelegd waaruit blijkt dat zij volledig instemt met het onderhavige verzoek, in deze procedure geen belanghebbende is, aangezien het belang van [naam zoon] bij het ontstaan van een juridische afstammingsband dient te prevaleren boven het belang van de echtgenote van verzoeker.
Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het verzoek kan worden toegewezen.
DE BESLISSING
De rechtbank:
Verklaart voor recht dat tussen [verzoeker]:
- en [mevrouw A.] een band heeft bestaan die in voldoende mate met een huwelijk op één lijn valt te stellen;
- en [naam zoon] een nauwe persoonlijke betrekking bestaat.
Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F.G.H. Beckers, lid van gemelde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 oktober 2005 in tegenwoordigheid van A.M. Bergen, griffier.