ECLI:NL:RBALK:2005:AV1130
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J. van de Sande
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding huurovereenkomst wegens onderverhuur kamer ondanks contractueel verbod
Woningcorporatie Intermaris vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde 1] wegens het zonder toestemming onderverhuren van een kamer aan [gedaagde 2]. Intermaris beroept zich op het contractuele verbod op onderverhuur en stelt dat dit de woningverdeling schaadt. [Gedaagde 1] betwist dit en wijst op de betaalde huur, het ontbreken van klachten en de financiële noodzaak van [gedaagde 2].
De kantonrechter oordeelt dat artikel 7:244 BW Pro van regelend recht is en dat Intermaris de toestemming tot onderverhuur contractueel mag afhankelijk stellen. Vaststaat dat [gedaagde 1] zonder toestemming een deel van de woning verhuurt, wat een tekortkoming is. Echter, de rechter vindt dat deze tekortkoming onvoldoende rechtvaardigt tot ontbinding, mede omdat kamerbewoning onder de gegeven omstandigheden een goede en door de overheid gestimuleerde tijdelijke oplossing is.
Intermaris' argumenten over eerlijke woningverdeling en bewonerskennis overtuigen niet. De rechter stelt dat Intermaris de toestemming aan voorwaarden had kunnen verbinden. De vordering tot ontbinding wordt afgewezen en Intermaris wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen en Intermaris wordt veroordeeld in de proceskosten.