ECLI:NL:RBALK:2005:AV9156
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.E. Polak
- R.C. Schlingemann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening huurgeschil na brandschade bedrijfsruimte
In deze zaak vorderden verhuurders bij wijze van voorlopige voorziening dat huurders hoofdelijk werden veroordeeld tot betaling van huurpenningen en het gehuurde weer in gebruik zouden nemen, onder dreiging van een dwangsom. De huurders hadden de huurovereenkomst ontbonden op grond van artikel 7:210 BW Pro vanwege een brand die het gehuurde onbruikbaar maakte.
De kantonrechter stelde vast dat het gehuurde na de brand minstens drie maanden volledig onbruikbaar was en dat het genot geheel onmogelijk was geworden. Echter, er was onvoldoende bewijs dat de huurders het gebrek aan de verhuurder hadden gemeld of dat de verhuurder verplicht was tot herstel. Ook was onvoldoende aannemelijk dat de brand aan de huurders was toe te rekenen.
Daarom kon de kantonrechter niet aannemen dat de huurders ten onrechte een beroep hadden gedaan op ontbinding van de huurovereenkomst. De vordering tot voorlopige voorziening werd afgewezen en de verhuurders werden veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak werd verwezen naar een latere rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: De vordering tot voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat onvoldoende vaststaat dat de huurovereenkomst voortduurt en het beroep op ontbinding onterecht is.