ECLI:NL:RBALK:2005:AX9348
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vordering meerinkomen en OV-boete studiefinanciering 2001
Eiser heeft studiefinanciering ontvangen krachtens de Wet studiefinanciering 2000 en werd door de Informatie Beheer Groep (IB-Groep) een vordering van €535,04 opgelegd wegens meerinkomen over 2001, plus een OV-boete van €460,08 voor januari tot en met augustus 2001. Eiser maakte bezwaar tegen deze vordering en stelde dat de winst na september 2001 ten onrechte werd meegerekend, dat de winst zonder zijn verzoek werd herleid tot maandbedragen en dat de vordering pas na drie jaar werd vastgesteld.
De rechtbank overwoog dat de wettelijke bepalingen in artikel 3.17 van de Wsf 2000 duidelijk voorschrijven dat het toetsingsinkomen het totaal is van het inkomen over het gehele kalenderjaar, vermenigvuldigd met de maanden waarin studiefinanciering werd ontvangen. De winst werd correct herleid tot 8/12e van het jaar, wat in het voordeel van eiser was. De termijn van drie jaar voor vaststelling van de vordering werd als redelijk beoordeeld gezien de afhankelijkheid van gegevens van de Belastingdienst.
De rechtbank verwierp de grieven van eiser en oordeelde dat er geen aanleiding was om de hardheidsclausule toe te passen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vordering wegens meerinkomen en OV-boete wordt ongegrond verklaard.