Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBALK:2006:AU9533

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
11 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
78569/HA ZA 05-129
Instantie
Rechtbank Alkmaar
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 lid 2 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van instantie wegens faillissement Intulogic B.V.

In deze civiele procedure tussen Intulogic B.V. en DFW Europe B.V. heeft de rechtbank Alkmaar het ontslag van de instantie verleend aan DFW Europe B.V. nadat Intulogic B.V. failliet werd verklaard. Na een tussenvonnis waarbij Intulogic werd toegelaten tot het leveren van tegenbewijs, heeft Intulogic de rechtbank geïnformeerd over haar faillissement, waarna het geding werd geschorst.

DFW heeft vervolgens de curator van Intulogic opgeroepen om het geding over te nemen, maar de curator heeft niet gereageerd. DFW verzocht daarop ontslag van de instantie, wat door de rechtbank werd toegekend. De rechtbank oordeelde dat het faillissement van Intulogic niet ten nadele van DFW mag strekken en dat Intulogic als de in het ongelijk gestelde partij moet worden beschouwd.

De rechtbank veroordeelde Intulogic ambtshalve in de proceskosten, begroot op een totaal van €12.755,18. Hiermee werd het geding beëindigd zonder dat de vordering van Intulogic werd toegewezen.

Uitkomst: Ontslag van instantie verleend en Intulogic veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR
Sector civiel recht
zaak- en rolnummer: 78569/HA ZA 05-129
datum (bij vervroeging): 11 januari 2006
Vonnis van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INTULOGIC B.V.,
gevestigd en kantoor houdende te Breukelen,
EISERES bij dagvaarding van 5 januari 2005,
procureur mr. H.R.M. Jenné,
advocaat mr. L.F. Jagtenberg te Hoofddorp,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DFW EUROPE B.V.,
gevestigd en kantoor houdende te Heerhugowaard,
GEDAAGDE,
procureur mr. M.A. Rensen.
Partijen zullen verder worden genoemd "Intulogic" respectievelijk "DFW".
HET VERDERE VERLOOP VAN HET GEDING
Voor het eerdere procesverloop verwijst de rechtbank naar het tussenvonnis van 19 oktober 2005, waarbij Intulogic is toegelaten tot het leveren van tegenbewijs en iedere verdere beslissing is aangehouden.
Ter rolle van 2 november 2005 heeft de procureur van Intulogic de rechtbank medegedeeld dat Intulogic in staat van faillissement was verklaard. De rechtbank is verzocht het geding te schorsen, welk verzoek is gehonoreerd.
Bij exploot van 10 november 2005 heeft DFW de curator, aangesteld in het faillissement van Intulogic, opgeroepen ter rolzitting van 14 december 2005 teneinde het geding van Intulogic over te nemen.
Ter rolle van 14 december 2005 is komen vast te staan dat de curator aan deze oproep geen gehoor zal geven. Ter rolle van gelijke datum heeft DFW ontslag van de instantie gevraagd.
De curator heeft hierop niet gereageerd.
DE VERDERE BEHANDELING VAN DE ZAAK
Nu is gesteld noch gebleken dat het gevraagde ontslag van de instantie dient te worden geweigerd, zal dit worden verleend.
De rechtbank zal Intulogic ambtshalve veroordelen in de kosten van het geding. Daartoe wordt overwogen dat door het ontslag van instantie een einde wordt gemaakt aan het geding zonder dat de vordering van de inmiddels gefailleerde Intulogic is toegewezen. In zoverre kan Intulogic worden aangemerkt als de in het ongelijk gestelde partij. Dat zij in staat van faillissement is geraakt, is een omstandigheid die niet ten nadele van haar wederpartij mag strekken.
DFW kan de door haar gemaakte proceskosten als een concurrente vordering ter verificatie indienen.
DE BESLISSING
De rechtbank:
- verleent ontslag van de instantie;
- verwijst Intulogic in de kosten van het geding, tot heden aan de zijde van DFW begroot op Euro 4.727,68 aan verschotten en Euro 8.027,50 aan salaris procureur.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. A.C. Haverkate en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 11 januari 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.