ECLI:NL:RBALK:2006:AW2869
Rechtbank Alkmaar
- Hoger beroep
- R.F.B. van Zutphen
- M.E.J. van Lieshout-Segers
- R.M. Steinhaus
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beslissing rechter-commissaris over inverzekeringstelling en advocaattoegang tijdens politieverhoor
Op 7 maart 2006 oordeelde de rechter-commissaris dat de inverzekeringstelling van verdachte onrechtmatig was omdat de advocaat niet was toegelaten tot het politieverhoor en geen overleg met verdachte kon voeren. De rechter-commissaris besloot tot invrijheidstelling, maar beval tegelijkertijd rauwelijks de bewaring. Het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank overwoog dat de rechter-commissaris buiten het kader van de rechtmatigheidstoetsing was getreden door het optreden van de autoriteiten tijdens het verhoor mee te wegen in de beoordeling van de vrijheidsbeneming. De rechtbank benadrukte dat de toetsing door de rechter-commissaris zich beperkt tot de rechtmatigheid van de vrijheidsbeneming zelf en dat andere procesverzuimen door de zittingsrechter moeten worden beoordeeld.
De rechtbank verklaarde het hoger beroep gegrond en herstelde het oordeel door te verklaren dat de inverzekeringstelling niet onrechtmatig was. De advocaattoegang tijdens het verhoor en de eventuele schending van procesrechten kunnen door de zittingsrechter worden beoordeeld, waarbij sancties zoals niet-ontvankelijkheid of bewijsuitsluiting kunnen worden overwogen.
De rechtbank benadrukte het belang van het gesloten stelsel van rechtsmiddelen omtrent vrijheidsbeneming en dat de rechter-commissaris alleen kan toetsen aan de rechtmatigheid van de vrijheidsbeneming in enge zin. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de beschikking van de rechter-commissaris vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het hoger beroep gegrond en herstelt het oordeel dat de inverzekeringstelling niet onrechtmatig is.