ECLI:NL:RBALK:2006:AX3985
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Werkgever mag werknemer niet eenzijdig vakantiedagen opleggen tijdens non-activiteit
De zaak betreft een werknemer die tijdens een reorganisatie door haar werkgever werd vrijgesteld van werkzaamheden en waarbij de werkgever eenzijdig de opname van openstaande vakantiedagen wilde opleggen in de resterende contractduur.
De werknemer weigerde hiermee in te stemmen en vorderde betaling van de openstaande vakantiedagen. De werkgever beriep zich op de toepasselijke CAO die overleg voorschrijft, maar geen instemming vereist.
De kantonrechter oordeelt dat de CAO in dit opzicht in strijd is met de dwingendrechtelijke wettelijke regeling in artikel 7:638 lid 2 BW Pro, die bepaalt dat de werkgever de vakantie vaststelt in overeenstemming met de wensen van de werknemer, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten.
Verder is onvoldoende gebleken dat de werkgever daadwerkelijk overleg heeft gevoerd met de werknemer over de vakantiedagen. Daarom is de vordering van de werknemer tot betaling van de vakantiedagen toegewezen, inclusief wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging, maar zonder vergoeding voor incassokosten.
De werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van vakantiedagenvergoeding wegens onrechtmatige eenzijdige vaststelling vakantiedagen.