ECLI:NL:RBALK:2006:AX4059
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verwijzing naar relatief bevoegde rechtbank bij consumentenovereenkomst en relatieve onbevoegdheid
In deze zaak vordert DSB Bank N.V. tegen twee gedaagden, waarvan één zonder bekende woon- of verblijfplaats en de ander woonachtig te Tilburg, een uitspraak. De rechtbank beoordeelt de relatieve bevoegdheid op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en stelt vast dat het hier een consumentenovereenkomst betreft.
Volgens artikel 110 lid 1 Rv Pro moet de rechter ook ambtshalve de relatieve bevoegdheid toetsen. De forumkeuze in algemene voorwaarden is in consumentenzaken niet bindend (art. 108 lid 2 Rv Pro). Daarom geldt de hoofdregel van artikel 99 Rv Pro dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd is. Voor gedaagde 2 is dat de rechtbank Breda, gezien zijn woonplaats Tilburg.
Gedaagde 1 heeft geen bekende woon- of verblijfplaats, waardoor artikel 99 Rv Pro niet direct een bevoegd rechter aanwijst. Artikel 107 Rv Pro bepaalt dat als één rechter bevoegd is ten aanzien van één gedaagde, deze ook bevoegd is voor de andere gedaagde, mits er samenhang is tussen de vorderingen. De rechtbank Alkmaar oordeelt dat dit hier niet leidt tot bevoegdheid van de rechtbank Alkmaar, omdat artikel 109 Rv Pro, dat de restrechter aanwijst, restrictief moet worden toegepast.
De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Breda. De procedurele gevolgen van deze verwijzing worden volgens artikel 110 lid 2 Rv Pro geregeld, waarbij de partijen de zaak bij de rechtbank Breda opnieuw aanhangig moeten maken.
Uitkomst: De rechtbank Alkmaar verklaart zich relatief onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Breda.