ECLI:NL:RBALK:2006:AY6912
Rechtbank Alkmaar
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende motivering en onjuiste toepassing Huisvestingsverordening
Eiseres diende een aanvraag in voor een urgentieverklaring omdat zij na haar echtscheiding de echtelijke woning moest verlaten en dringend woonruimte nodig had. Verweerder wees het verzoek af, stellende dat echtscheiding geen zelfstandige grond is voor urgentie volgens het uitvoeringsvoorschrift. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat de afwijzing onvoldoende gemotiveerd was en dat haar medische situatie en die van haar dochter niet juist waren beoordeeld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder de Huisvestingsverordening niet correct had toegepast door uitsluitend te verwijzen naar de bijlage bij het uitvoeringsvoorschrift, die voorbeelden bevat die niet als afwijzingscriteria mogen dienen. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom niet werd voldaan aan de criteria voor noodsituatie, buiten eigen schuld en medische of sociale indicatie.
Verder was niet duidelijk waarom het advies van de G.G.D.-arts en de psychische problemen van de dochter niet tot een andere beoordeling leidden. De motivering van het besluit voldeed niet aan artikel 7:12 Awb Pro. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat eiseres inmiddels over woonruimte beschikte en geen spoedeisend belang bestond.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuwe beslissing moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de urgentieverklaring wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.