ECLI:NL:RBALK:2006:AY9752
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning nieuwe voorwaardelijke machtiging op grond van Wet BOPZ voor betrokkene met schizofrenie
De rechtbank Alkmaar behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een nieuwe voorwaardelijke machtiging voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie van het gedesorganiseerde type. Betrokkene was niet verschenen op twee zittingen, ondanks kennis van de data. De rechtbank baseerde zich op overgelegde stukken, verhoren en inlichtingen, en stelde vast dat betrokkene gevaar voor zichzelf vormt, waaronder suïciderisico en ernstige zelfverwaarlozing.
Hoewel betrokkene het behandelingsplan niet had ondertekend, werd vastgesteld dat dit plan na overleg met hem was opgesteld en dat hij de daarin opgenomen voorwaarden momenteel naleeft. De behandelaar gaf aan dat betrokkene de voorwaarden waarschijnlijk zal blijven naleven indien een nieuwe voorwaardelijke machtiging wordt verleend, maar zal stoppen zonder deze machtiging.
De rechtbank anticipeerde op een wetsvoorstel dat de regeling van de voorwaardelijke machtiging zou verruimen en oordeelde dat aan de toekomstige wettelijke criteria werd voldaan. Op basis hiervan werd het verzoek toegewezen en een nieuwe voorwaardelijke machtiging verleend voor de periode van 15 september 2006 tot 15 september 2007, onder de voorwaarden van het behandelingsplan.
De rechtbank hield rekening met de artikelen 8, 9, 14a en 14c van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ). Tijdens de zitting waren aanwezig de advocaat van betrokkene, de psychiater en de case-manager. Betrokkene gebruikt medicatie volgens voorschrift, accepteert hulp van GGZ, case manager, ambulante woonbegeleiding en thuiszorg, en laat deze hulpverleners toe in zijn woning.
Uitkomst: De rechtbank verleent een nieuwe voorwaardelijke machtiging voor 12 maanden onder voorwaarden van het behandelingsplan.