ECLI:NL:RBALK:2006:AZ1602
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J. van de Sande
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van opzettelijk knoeien met financiële administratie
In deze zaak vorderde de werkgever dat de werknemer aansprakelijk werd gesteld voor ernstige benadeling van de liquiditeitspositie door knoeien met de financiële administratie. De kantonrechter bekeek getuigenverklaringen en bewijsstukken, waaronder verklaringen van administratief personeel en een externe deskundige.
Uit de verklaringen bleek dat er wel fouten en onjuiste factureringen waren, maar dat deze niet aan de werknemer konden worden toegerekend als opzettelijk of bewust roekeloos handelen. De werknemer had zelf erkend dat er fouten waren, maar stelde dat de directeur hiervan op de hoogte was en bewust koos deze niet te melden.
De kantonrechter concludeerde dat niet was komen vast te staan dat de werknemer de vereiste opzet of bewuste roekeloosheid had zoals bedoeld in art. 7:661 BW Pro. De vordering werd daarom afgewezen en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de werkgever wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.