ECLI:NL:RBALK:2006:AZ1619

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
14 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
201493 CV EXPL 05-5882 (NB)
Instantie
Rechtbank Alkmaar
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onterecht betekende dagvaarding en vernietiging verstekvonnis in civiele procedure

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Alkmaar op 14 juni 2006 uitspraak gedaan in een verzetprocedure. De opposant, zonder vaste woon- of verblijfplaats, was in verzet gekomen tegen een verstekvonnis dat op 9 november 2005 was uitgesproken in een geschil met de Noordelijke Dagblad Combinatie (NDC). De opposant betwistte dat de inleidende dagvaarding op de juiste wijze was betekend, aangezien deze aan zijn (toenmalige) echtgenote was overhandigd. De deurwaarder had verklaard dat de echtgenote had aangegeven dat de opposant niet op dat adres woonde en dat zij de dagvaarding de volgende dag aan hem zou overhandigen. De kantonrechter oordeelde dat de betekening niet correct was, omdat de opposant op dat moment gescheiden leefde en geen vaste woon- of verblijfplaats had. Hierdoor was de dagvaarding niet geldig betekend, wat de rechter bevestigde aan de hand van de relevante artikelen uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De kantonrechter concludeerde dat, hoewel de betekening niet correct was, er geen bewijs was dat de opposant in zijn verdediging was geschaad. Om proceseconomische redenen werd er echter rekening gehouden met deze onregelmatigheid bij de proceskosten. De NDC had in haar vordering onvoldoende bewijs geleverd dat de opposant opdracht had gegeven voor het plaatsen van advertenties, wat leidde tot de afwijzing van de vordering. De rechter verklaarde het verzet van de opposant gegrond en vernietigde het verstekvonnis, waarbij NDC werd veroordeeld in de proceskosten van de opposant. Dit vonnis werd uitgesproken door mr. L. van der Heijden, kantonrechter, in aanwezigheid van de griffier.

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR
Sector Kanton
Locatie Alkmaar
Zaaknr/rolnr.: 201493 CV EXPL 05-5882 (NB)
Uitspraakdatum: 14 juni 2006
Vonnis in de zaak van:
[opposant]
zonder vaste woon- en verblijfplaats
opposant
verder ook te noemen: [opposant]
gemachtigde: mr. K. Meijer, advocaat te Alkmaar
tegen
de stichting
Noordelijke Dagblad Combinatie
gevestigd en kantoorhoudende te Groningen
geopposeerde
verder ook te noemen: NDC
gemachtigde: B.V. Algemeen Financieel Incassobedrijf "A.F.I." te Leeuwarden.
Het procesverloop
[Opposant] is bij dagvaarding van 13 december 2005 in verzet gekomen tegen het op 9 november 2005 tussen partijen uitgesproken verstekvonnis onder rolnr. 197354 CV EXPL 05-4784 en heeft tegen de vordering van NDC verweer gevoerd.
Vervolgens is gediend van antwoord en repliek in oppositie.
De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.
Ten slotte is heden uitspraak bepaald.
De vaststaande feiten
Als niet of onvoldoende weersproken, staat het volgende vast.
1. NDC is uitgeefster van diverse dag- en weekbladen. In dat kader plaatst zij in opdracht advertenties in haar uitgaven.
Het geschil
2. Bij verstekdagvaarding van 12 oktober 2005 vordert NDC bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, betaling door [opposant] van een bedrag van € 886,05, te vermeerderen met 1% rente per maand over € 693,01 vanaf de dag der dagvaarding tot de dag van voldoening, met veroordeling van [opposant] in de kosten van het geding. NDC legt hieraan, zakelijk samengevat, ten grondslag dat zij eind 2003 en begin 2004 in opdracht van [opposant] een aantal advertenties in haar uitgaven heeft geplaatst. Ondanks aanmaning en sommatie is [opposant] in gebreke gebleven het verschuldigde bedrag aan NDC te voldoen, zodat zij op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden tevens aanspraak maakt op rente en buitengerechtelijke incassokosten.
3. Bij verzetdagvaarding vordert [opposant] hem te ontheffen van het tegen hem uitgesproken verstekvonnis, met veroordeling van NDC in de kosten van dit verzet. Op zijn verweer zal bij de beoordeling, voor zover van belang, worden ingegaan.
De beoordeling
4. Als meest verstrekkend verweer heeft [opposant] aangevoerd dat de inleidende dagvaarding nietig is, nu deze hem niet in persoon is betekend maar aan zijn echtgenote. Op het moment van betekening van de dagvaarding leefde hij gescheiden van zijn echtgenote en leidde hij, zonder vaste woon- of verblijfplaats, een zwervend bestaan. De dagvaarding heeft hem, naar [opposant] aanvoert, nimmer bereikt. Volgens de deurwaarder die de dagvaarding heeft betekend heeft de (toenmalige) echtgenote van [opposant] tegenover hem verklaard dat [opposant] niet woonachtig was op dat adres, dat er op dat moment een echtscheidingsprocedure liep, dat [opposant] de volgende dag bij haar op bezoek zou komen om op de kinderen te passen en dat zij de dagvaarding alsdan aan hem zou overhandigen.
Op grond van het bepaalde in artikel 46 eerste lid in samenhang met artikel 54 eerste en tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zou dit (alleen dan) geen geldige betekening opleveren indien zou blijken dat [opposant] op een ander adres was ingeschreven dan wel zonder vaste woon- of verblijfplaats zou zijn. [Opposant] heeft ten bewijze van zijn stelling dat hij zonder vaste woon- of verblijfplaats was een kopie van een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie, gedateerd 13 december 2005, overgelegd. Hieruit kan worden opgemaakt dat [opposant] met ingang van 30 maart 2004 is vertrokken naar "Onbekend", met als laatste adres een briefadres van een opvangcentrum voor thuis- en daklozen. Gezien het voorgaande moet het ervoor worden gehouden dat de inleidende dagvaarding niet juist is betekend.
Nu niet is gebleken dat [opposant], die tijdig in verzet is gekomen van het verstekvonnis, hierdoor in zijn verdediging is geschaad, zal om proceseconomische redenen dit geen ander gevolg hebben dan dat de kantonrechter hiermee rekening zal houden bij de proceskosten.
5. [Opposant] heeft betwist dat hij opdracht heeft gegeven aan NDC tot het plaatsen van advertenties. Dit verweer zal de kantonrechter gegeven het hiernavolgende onbesproken laten.
6. [Opposant] heeft aangevoerd dat NDC niet heeft voldaan aan haar stelplicht, waardoor [opposant] in zijn mogelijkheden van verweer beperkt is. Met [opposant] is de kantonrechter van oordeel dat NDC bij dagvaarding onvoldoende gegevens heeft verstrekt. Dit verzuim kan echter later worden hersteld. NDC heeft bij conclusie van repliek de vordering alsnog nader onderbouwd met een viertal (slecht leesbare) kopieën van facturen een kopieën van stukken uit kranten. Onduidelijk is echter welke werkzaamheden ten grondslag liggen aan de overgelegde facturen. Zeker nu [opposant] gemotiveerd verweer heeft gevoerd tegen de vordering, had NDC hiermede niet kunnen volstaan. Dit leidt tot de conclusie dat NDC haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat de vordering moet worden afgewezen.
7. Uit het vorenstaande volgt dat het verzet van [opposant] gegrond is en dat het verstekvonnis dient te worden vernietigd met inbegrip van de daarbij uitgesproken proceskostenveroordeling.
8. Als de in het ongelijk gestelde partij zal NDC in de kosten van deze verzetprocedure worden veroordeeld, waaronder begrepen de kosten van de verzetdagvaarding nu de verstekdagvaarding niet op de juiste wijze aan [opposant] was betekend.
De beslissing
De kantonrechter:
Verklaart het verzet gegrond en vernietigt het vonnis op 9 november 2005 tussen NDC als eisende partij en [opposant] als gedaagde partij bij verstek gewezen, met inbegrip van de bij voorraad uitvoerbare veroordeling in de proceskosten.
Opnieuw rechtdoende:
Wijst de vordering van NDC af.
Veroordeelt NDC in de proceskosten, die tot heden voor [opposant] worden vastgesteld op een bedrag van € 85,60 voor verschotten en een bedrag van € 200,00 voor salaris van de gemachtigde van [opposant], waarover NDC geen BTW verschuldigd is.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van der Heijden, kantonrechter, en op 14 juni 2006 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier
De kantonrechter