ECLI:NL:RBALK:2006:AZ2987
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering herziening WAO-uitkering wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid
Eiser ontvangt sinds 27 april 1988 een WAO-uitkering, laatstelijk berekend op 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid. Hij meldt per 24 maart 2005 een toename van zijn arbeidsongeschiktheid. Verweerder besluit op 30 mei 2005 deze herziening niet door te voeren en verklaart het bezwaar ongegrond op 11 oktober 2005. Eiser stelt dat er wel sprake is van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak en dat een arbeidsdeskundige beoordeling had moeten plaatsvinden.
De rechtbank stelt vast dat verweerder terecht artikel 37, tweede lid, van de WAO toepast, dat bepaalt dat herziening niet plaatsvindt als de toename kennelijk uit een andere oorzaak voortkomt dan de oorspronkelijke. Uit medische rapportages blijkt dat de vermeende toename voortkomt uit een andere oorzaak (val van de trap) en dat er geen toename van beperkingen is vastgesteld.
De rechtbank wijst het beroep af omdat de medische onderbouwing van verweerder deugdelijk is en er geen aanleiding is om aan te nemen dat het onderzoek onzorgvuldig was. Ook is een arbeidsdeskundige beoordeling niet verplicht bij toepassing van artikel 37, tweede lid, WAO. Het beroep wordt ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering tot herziening van de WAO-uitkering wegens ontbreken van toegenomen beperkingen.