ECLI:NL:RBALK:2006:AZ7361
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van der Perk
- A.J. Dondorp
- P. van Steijnen
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na drugshandelveroordeling
De rechtbank Alkmaar behandelde op 1 december 2006 de vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor overtredingen van de Opiumwet. Veroordeelde was niet verschenen op de eerste zitting, waarna de behandeling werd aangehouden. Op de vervolgzitting was hij wel aanwezig met zijn raadsman.
De officier van justitie baseerde de vordering op het voordeel dat veroordeelde had genoten uit de strafbare feiten waarvoor hij was veroordeeld, waarbij kosten voor een auto en een kleine hoeveelheid cocaïne als betaling niet werden meegerekend. Veroordeelde erkende het bedrag van €1.350,- te hebben ontvangen, maar stelde dat autokosten in mindering moesten worden gebracht.
De rechtbank oordeelde dat de autokosten geen verband hielden met de ten laste gelegde feiten en daarom buiten beschouwing moesten blijven. Ook de waarde van de cocaïne werd niet meegenomen vanwege onduidelijkheid. Na beoordeling van de stukken en verklaringen stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €1.350,- en legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen.
De maatregel werd opgelegd op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Hiermee werd voldaan aan de wettelijke vereisten voor ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel na een drugshandelveroordeling.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €1.350,- ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.