ECLI:NL:RBALK:2007:AZ8093
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- J.M. Vrakking
- Rechtspraak.nl
Vordering afgifte urn as pleegmoeder na crematie en geschil over asbestemming
De pleegzoon vorderde in kort geding de afgifte van de urn met de as van zijn overleden pleegmoeder om haar as te kunnen begraven. De echtgenoot van de overledene vorderde in reconventie eveneens de afgifte van de urn om de as over zee te kunnen verstrooien. De echtgenoot had het verlof voor crematie aangevraagd bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, wat op grond van artikel 18 van Pro de Wet op de lijkbezorging betekent dat hij bevoegd is de asbestemming te bepalen.
De pleegzoon stelde dat de overledene begraven wilde worden en dat de crematie op basis van een niet door haar ondertekend formulier onrechtmatig was. De echtgenoot stelde daartegenover dat de overledene zelf een uitvaartwensenformulier had ingevuld en ondertekend waarin crematie en verstrooiing over zee waren vastgelegd. De rechtbank oordeelde dat de pleegzoon onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de echtgenoot niet overeenkomstig de wens van de overledene zou handelen.
De rechtbank wees de vordering van de pleegzoon af en kende de vordering van de echtgenoot toe, waarbij Yarden werd bevolen de urn aan de echtgenoot af te geven. De proceskosten werden verdeeld waarbij de pleegzoon de kosten van Yarden moest dragen en de kosten tussen pleegzoon en echtgenoot werden gecompenseerd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering van de pleegzoon wordt afgewezen en de urn wordt aan de echtgenoot afgegeven voor verstrooiing over zee.