ECLI:NL:RBALK:2007:BA2856
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verwijzing zaak onderhandse verkoop naar rechtbank Amsterdam
Verzoekster, ING Bank N.V., heeft op 6 april 2007 een verzoekschrift ingediend bij de rechtbank Alkmaar voor toestemming tot onderhandse verkoop van een onroerende zaak gelegen te Graft, gemeente Graft-De Rijp. Vervolgens heeft verzoekster verzocht om de behandeling van deze zaak te verwijzen naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam, met het oog op economische gronden en de locatie van de geplande veiling.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 270 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering alleen verwezen kan worden indien de oorspronkelijk aangezochte voorzieningenrechter niet bevoegd is. Aangezien de onroerende zaak volledig in het arrondissement Alkmaar is gelegen, is de voorzieningenrechter van die rechtbank bevoegd. Verzoekster beroept zich op een toelichting bij artikel 548 Rv Pro en artikel 520 Rv Pro, die betrekking hebben op situaties waarin onroerende zaken in meerdere arrondissementen liggen. Dit is hier niet het geval.
Verzoekster stelt dat de rechtbank Amsterdam mede bevoegd zou zijn omdat de veiling daar plaatsvindt en de economische opbrengst daar zou worden gerealiseerd. De voorzieningenrechter stelt dat dit hoogstens leidt tot medebevoegdheid van de rechtbank Amsterdam, maar niet tot onbevoegdheid van de rechtbank Alkmaar. Daarom wordt het verzoek tot verwijzing afgewezen en zal het verzoek tot onderhandse verkoop door de rechtbank Alkmaar worden behandeld.
Uitkomst: Het verzoek tot verwijzing van de behandeling naar de rechtbank Amsterdam wordt afgewezen omdat de rechtbank Alkmaar bevoegd is.