ECLI:NL:RBALK:2007:BA3927
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- H. Warnink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschil over concurrentiebeding en geheimhoudingsbeding na beëindiging arbeidsovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen een ex-werknemer en zijn voormalige werkgever over de vraag of de werknemer is ontslagen uit het concurrentiebeding na beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 31 januari 2007. De werknemer stelde dat hij vrij was om per 1 februari 2007 in de koffiehandel te werken, maar de werkgever betoogde dat hij niet aan de voorwaarde had voldaan om uit het concurrentiebeding te worden ontslagen, omdat hij zich niet loyaal had opgesteld en vertrouwelijke informatie had gedeeld.
De voorzieningenrechter overwoog dat uit de overeenkomst volgt dat ontslag uit het concurrentiebeding alleen geldt indien de werknemer zijn werkzaamheden loyaal en naar behoren verricht. Het is voldoende aannemelijk dat de werknemer adressen en prijsinformatie van de werkgever naar derden heeft verzonden, wat in strijd is met het geheimhoudingsbeding en niet loyaal is. Ook het op non-actief stellen was niet in strijd met goed werkgeverschap.
De rechter vond dat het concurrentiebeding nog steeds van kracht is, maar matigde de duur tot zes maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst, gelet op het belang van de werkgever en de omstandigheden van de werknemer. De vorderingen van de werkgever tegen mede-gedaagden werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het concurrentiebeding wordt beperkt tot zes maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst en de werknemer wordt veroordeeld tot staking van concurrerende werkzaamheden gedurende die periode.