ECLI:NL:RBALK:2007:BA9466
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk ouderlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aan vader
De vader verzocht bij de rechtbank Alkmaar om wijziging van het gezamenlijk ouderlijk gezag over zijn minderjarige kind, geboren in Alkmaar, en verzocht het eenhoofdig gezag aan hem toe te kennen. De moeder verzette zich tegen dit verzoek, maar verscheen niet op de zitting. De Raad voor de Kinderbescherming bracht een rapport uit waarin werd geadviseerd het gezag aan de vader toe te kennen, omdat de moeder niet in staat werd geacht haar ouderlijke taken adequaat te vervullen.
De moeder kampte met psychische problemen, vertoonde gewelddadig gedrag tegenover het kind en de vader, werkte in de prostitutie in aanwezigheid van het kind en had meerdere detenties achter de rug. Zij weigerde hulpverlening te accepteren. De vader daarentegen toonde een positieve ontwikkeling en accepteerde hulp. De rechtbank stelde vast dat voortzetting van het gezamenlijk gezag schadelijk zou zijn voor het kind.
Op grond van artikel 251 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek en jurisprudentie van de Hoge Raad werd het gezamenlijk gezag beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de vader toegewezen. De rechtbank motiveerde dit met het belang van het kind voor een stabiel, veilig en rustig opvoedingsklimaat, en de noodzaak om de veiligheid van het kind te waarborgen gezien de agressieve houding van de moeder.
De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken op 30 mei 2007 door kinderrechter W.C. Oosterbroek.
Uitkomst: Het gezamenlijk ouderlijk gezag wordt beëindigd en het eenhoofdig gezag wordt aan de vader toegekend.