ECLI:NL:RBALK:2007:BA9476
Rechtbank Alkmaar
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot onmiddellijke terugkeer van kinderen wegens geestelijk gevaar
In augustus 2005 verhuisden twee Nederlandse ouders met hun kinderen naar Land om daar een horecabedrijf te exploiteren. Kort na aankomst gingen de ouders uit elkaar en namen beiden een deel van de verzorging van de kinderen op zich. De moeder keerde in december 2006 met de kinderen terug naar Nederland zonder toestemming van de vader, die daarop de Centrale Autoriteit inschakelde voor teruggeleiding.
De Centrale Autoriteit verzocht de rechtbank om onmiddellijke terugkeer van de kinderen naar Land op grond van het Haags Kinderontvoeringsverdrag. De moeder voerde verweer dat Land niet de gewone verblijfplaats van de kinderen was en dat terugkeer de kinderen in een ondragelijke situatie zou brengen. De rechtbank oordeelde dat Land wel degelijk de gewone verblijfplaats was en dat de terugkeer in beginsel gelast moest worden.
Echter, de rechtbank stelde dat een gedwongen terugkeer de kinderen bloot zou stellen aan geestelijk gevaar en onherstelbare schade zou veroorzaken vanwege hun loyaliteitsconflict, gedragsproblemen en moeizame communicatie tussen ouders. Daarom werd het verzoek van de Centrale Autoriteit afgewezen en werd de onmiddellijke terugkeer niet gelast.
Uitkomst: Het verzoek tot onmiddellijke terugkeer van de kinderen naar Land wordt afgewezen wegens risico op geestelijk gevaar.