ECLI:NL:RBALK:2007:BB2260

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
22 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
93569
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:120 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank Alkmaar verklaart overeenkomst tot betaling bij abortus nietig wegens strijd met goede zeden

Eiseres en Gedaagde hadden een affectieve relatie en woonden samen in een woning waarvan Gedaagde eigenaar was. Eiseres beëindigde op 7 februari 2002 haar zwangerschap. Eiseres vorderde betaling van een bedrag van €100.777,48 plus kosten van Gedaagde, stellende dat zij een overeenkomst hadden gesloten waarin Gedaagde zou betalen indien zij de zwangerschap zou beëindigen.

Gedaagde betwistte het bestaan van een dergelijke overeenkomst en stelde dat, indien die al zou bestaan, deze nietig was wegens strijd met de goede zeden en openbare orde. De rechtbank oordeelde dat het niet nodig was om vast te stellen of de overeenkomst daadwerkelijk was gesloten. Veronderstellenderwijs aangenomen dat de overeenkomst bestond, was deze nietig omdat zij in strijd was met de goede zeden.

De rechtbank motiveerde dat de Wet afbreking zwangerschap voorziet in zorgvuldige besluitvorming omtrent abortus, en dat het koppelen van een financiële vergoeding aan het beëindigen van een zwangerschap de vrijwilligheid en zorgvuldigheid van die beslissing kan ondermijnen. Daarom is de overeenkomst onzedelijk en kan deze niet als grondslag dienen voor de vordering van Eiseres.

De rechtbank wees de vordering af en veroordeelde Eiseres tot betaling van de proceskosten aan Gedaagde. Dit vonnis werd uitgesproken door rechter E.M. van der Linde op 22 augustus 2007.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af omdat de overeenkomst nietig is wegens strijd met de goede zeden.

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR
Sector civiel recht
JCV/EvdL
zaak- en rolnummer: 93569/ HA ZA 07-179
datum: 22 augustus 2007
Vonnis van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken
in de zaak van:
toev.nr. 2CS2699
EISERES,
wonende te [woonplaats],
EISERES bij dagvaarding van 26 januari 2007,
procureur: mr. C.H.P. de Boer,
advocaat: mr. J.C.M. Bonnier te Wijchen,
tegen:
GEDAAGDE,
wonende te [woonplaats], gemeente Zijpe,
GEDAAGDE,
procureur: mr. P.T.M. van Diepen.
Partijen zullen verder worden genoemd "Eiseres" respectievelijk "Gedaagde".
HET VERLOOP VAN HET GEDING
Eiseres heeft gesteld en gevorderd overeenkomstig de dagvaarding, waarbij vier producties zijn overgelegd.
Gedaagde heeft een conclusie van antwoord genomen, waarbij zes producties zijn overgelegd.
Op 25 april 2007 heeft de rechtbank een in deze zaak tussen partijen gewezen vonnis uitgesproken. Ter uitvoering van dat vonnis heeft op 9 juli 2007 een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald. De inhoud van al deze stukken geldt als hier ingelast.
DE FEITEN
Tussen partijen staat het volgende vast:
Partijen hebben in de periode 1997 tot 1 december 2001 een affectieve relatie gehad.
Tijdens deze relatie waren partijen woonachtig in de woning gelegen aan [adres] (hierna: de woning), waarvan Gedaagde de eigenaar was.
Op 7 februari 2002 heeft Eiseres haar zwangerschap laten beëindigen.
HET GESCHIL
Eiseres heeft gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Gedaagde zal veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Eiseres te betalen een bedrag van euro 100.777,48, vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten ad euro 2.139,14, alsmede vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:120 Burgerlijk Pro Wetboek over de hoofdsom, te rekenen vanaf 10 november 2006 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Gedaagde in de kosten van deze procedure.
Eiseres heeft daaraan - verkort en zakelijk weergegeven - het navolgende ten grondslag gelegd.
Partijen hebben een overeenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten waarin zij zijn overeengekomen dat Gedaagde aan Eiseres de helft van de overwaarde van de woning zou betalen indien Eiseres haar zwangerschap zou laten beëindigen. Aangezien Eiseres haar verplichting is nagekomen, dient Gedaagde aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De overeenkomst is niet in strijd met de goede zeden, omdat abortus provocatus in Nederland is gelegaliseerd.
Gedaagde heeft de vordering en de onderbouwing daarvan weersproken.
Gedaagde ontkent de overeenkomst met Eiseres te hebben gesloten. Daarnaast stelt hij, dat als een dergelijke overeenkomst gesloten zou zijn, de overeenkomst nietig is wegens strijd met de goede zeden en de openbare orde.
DE BEOORDELING VAN HET GESCHIL
Voor de beoordeling van de zaak behoeft niet te komen vast te staan dat de overeenkomst is gesloten. Indien veronderstellenderwijs wordt aangenomen dat partijen de overeenkomst hebben gesloten, is de rechtbank van oordeel dat deze overeenkomst nietig is wegens strijd met de goede zeden.
In Nederland is aanvaard dat onder bepaalde voorwaarden, welke zijn vastgelegd in de Wet afbreking zwangerschap, een zwangerschap mag worden afgebroken. Beëindiging van een zwangerschap wordt namelijk als een dermate ernstige en ingrijpende maatregel beschouwd, dat de in hierboven genoemde wet omschreven voorwaarden er zorg voor dienen te dragen dat de besluitvorming hieromtrent zorgvuldig plaatsvindt en de vrouw in vrijwilligheid tot haar besluit komt.
De overeenkomst waarin een besluit tot het beëindigen van een zwangerschap wordt gekoppeld aan betaling van een geldsom, kan tot gevolg hebben dat een vrouw door overwegingen van financieel voordeel wordt geleid bij het nemen van een beslissing die met inachtneming van de hierboven gegeven uitgangspunten ten aanzien van besluitvorming en vrijwilligheid behoort te worden genomen. De onzedelijkheid van de overeenkomst is daarom niet in het feit gelegen dat Eiseres haar zwangerschap heeft laten beëindigen, maar dat zij zich in ruil voor betaling hiertoe heeft verplicht.
Aangezien de overeenkomst nietig is, kan deze niet dienen als grondslag voor de vordering van Eiseres. De rechtbank zal daarom haar vordering afwijzen met veroordeling van Eiseres tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [gedaagde].
DE BESLISSING
De rechtbank:
Wijst de vordering af.
Verwijst Eiseres in de kosten van het geding, tot heden aan de zijde van Gedaagde begroot op euro 1.136,00 aan verschotten en op euro 2.842,00 aan salaris van de procureur.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.M. van der Linde en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 22 augustus 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.