ECLI:NL:RBALK:2007:BB4865
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag wegens onvoldoende deugdelijkheid vordering schadevergoeding
De Combi voerde verbouwingswerkzaamheden uit aan een perceel te Amsterdam, waarna de buurman, [gedaagde], schade claimde. Na een bodemprocedure wees de rechtbank Amsterdam een beperkte schadevergoeding toe, die door [gedaagde] in hoger beroep werd aangevochten. Het hof vernietigde het vonnis voor zover het de hoogte van de schade betrof en verwees de zaak naar de schadestaatprocedure.
Op basis van het hofarrest legde [gedaagde] conservatoir beslag op de vorderingen van De Combi ter zekerheid van een bedrag van €415.000. De Combi vorderde in kort geding opheffing van het beslag en een verbod op verdere beslagen, stellende dat zij aan haar betalingsverplichting had voldaan en dat de vordering onvoldoende deugdelijk was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het hof geen oordeel had gegeven over de causaliteit van de schade, waardoor onzekerheid over de omvang van de vordering bestond. Gezien de eerdere beoordeling door de rechtbank dat bepaalde schadeposten niet toewijsbaar waren en het ontbreken van nieuwe feiten, was niet summierlijk gebleken dat de vordering deugdelijk was. Daarom werd het conservatoir beslag opgeheven en werd [gedaagde] verboden verdere beslagen te leggen, onder oplegging van een dwangsom.
De voorzieningenrechter veroordeelde [gedaagde] tevens in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt opgeheven wegens onvoldoende deugdelijkheid van de vordering en een verbod op verdere beslagen wordt opgelegd.