ECLI:NL:RBALK:2007:BB5723

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
11 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
96723 / ES RK 07-849
Instantie
Rechtbank Alkmaar
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 253aa BW Boek 1Art. 827 RvArt. 828 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding geregistreerd partnerschap met nevenvoorzieningen en minderjarige kinderen

De rechtbank Alkmaar behandelde het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap tussen de vrouw en de man, aangegaan op 15 december 2005 te Den Helder. De vrouw verzocht tevens nevenvoorzieningen te treffen, waaronder een uitkering tot levensonderhoud en de verdeling van de gemeenschap van goederen.

De rechtbank oordeelde dat de ontbinding van het geregistreerd partnerschap niet onrechtmatig of ongegrond was en wees deze toe. Ook de nevenvoorzieningen met betrekking tot de levensonderhoudsuitkering en de verdeling van de gemeenschap van goederen werden toegewezen. De man had geen verweer gevoerd.

Echter, ten aanzien van de nevenvoorzieningen die betrekking hadden op de minderjarige kinderen van partijen, verklaarde de rechtbank de vrouw niet-ontvankelijk. Dit omdat de rechter zonder wettelijke grondslag geen beslissing kan nemen over nevenvoorzieningen betreffende minderjarigen. De rechtbank benoemde een notaris en advocaten voor de verdeling van de gemeenschap en stelde de uitkering aan de vrouw vast op €606 bruto per maand.

De beschikking werd uitgesproken door mr. H.E.C. de Wit, tevens kinderrechter, op 11 oktober 2007.

Uitkomst: Ontbinding geregistreerd partnerschap toegewezen; vrouw niet-ontvankelijk in nevenvoorzieningen voor minderjarige kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK TE ALKMAAR
Sector civiel recht
BB
zaak- en rekestnummer: 96723 / ES RK 07-849
datum: 11 oktober 2007
Beschikking van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van burgerlijke zaken
in de zaak van:
NAAM VERZOEKSTER,
wonende te Den Helder,
verzoekende partij,
procureur mr. drs. G. van der Kwaak-Knol,
tegen:
NAAM GEREKWESTREERDE,
wonende te Den Helder,
gerekwestreerde,
niet verschenen.
Partijen zullen verder ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Ter griffie van deze rechtbank is op 3 augustus 2007 het inleidende verzoekschrift van de vrouw ingekomen waarin wordt verzocht tussen partijen, Nederlanders, ontbinding van het geregistreerd partnerschap uit te spreken.
Voorts is hierbij verzocht nevenvoorzieningen als bedoeld in artikel 827 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te treffen.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
Er is een verklaring van de man ingekomen waaruit blijkt dat hij kennis heeft genomen van het verzoekschrift en dat hij geen verweer zal voeren.
DE BEHANDELING VAN DE ZAAK
Het ingediende verzoekschrift met overgelegde bescheiden voldoet aan de in artikel 815 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vermelde voorschriften.
De rechtbank heeft de in deze beschikking vermelde voornamen en geslachtsnamen van partijen en de datum en plaats van de partnerschapsregistratie, alsmede voornamen, geboortedatum en -plaats van hun minderjarige kinderen overgenomen uit de desbetreffende bescheiden.
De verzochte ontbinding van het geregistreerd partnerschap is de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorgekomen en kan derhalve worden toegewezen.
Tijdens het geregistreerde partnerschap zijn geboren de minderjarigen:
[naam minderjarige 1], geboren in de gemeente Den Helder op [geboortedatum], [naam minderjarige 2], geboren in de gemeente Den Helder op [geboortedatum], en
[naam minderjarige 3], geboren in de gemeente Den Helder op [geboortedatum]. Ingevolge de bepalingen van artikel 253aa van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek blijven de ouders gezamenlijk belast met het gezag over deze minderjarigen.
Ook de nevenvoorzieningen met betrekking tot de uitkering tot levensonderhoud van de vrouw en de verdeling van de gemeenschap van goederen zijn de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorgekomen en kunnen derhalve worden toegewezen.
In afwijking van het bepaalde in artikel 828 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, daarbij verwijzende naar een uitspraak van de rechtbank Den Haag, heeft de vrouw verzocht nevenvoorzieningen te treffen ten aanzien van de minderjarigen.
De rechtbank zal de vrouw op grond van het bepaalde in artikel 828 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet-ontvankelijk verklaren in de nevenvoorzieningen ten aanzien van de minderjarigen, nu het de rechtsvormende taak van de rechter te buiten gaat om ten aanzien van de nevenvoorzieningen betrekking hebbende op minderjarigen een beslissing te geven zonder dienaangaande in de wet opgenomen rechtsgronden.
DE BESLISSING
De rechtbank :
Spreekt tussen partijen, die op 15 december 2005 in de gemeente Den Helder een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, ONTBINDING VAN HET GEREGISTREERD PARTNERSCHAP uit.
Verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in de nevenvoorzieningen ten aanzien van de minderjarigen.
Bepaalt dat de man aan de vrouw een uitkering tot haar levensonderhoud zal betalen van [euro] 606,-- bruto per maand telkens bij vooruitbetaling te voldoen met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking.
Bepaalt dat partijen met elkaar over zullen gaan tot verdeling van de goederengemeenschap en benoemt, tenzij partijen binnen acht dagen na inschrijving van deze beschikking anders overeenkomen, notaris mr. E.M.T. Arrindell te Den Helder, respectievelijk de ambtelijke bewaarder van haar protocol om op een door deze te bepalen tijd en plaats de verdeling te bewerkstelligen.
Benoemt voorts mrs. M. Gerritsen en K. Buck, advocaten te Den Helder, tot onzijdige personen om de vrouw, respectievelijk de man, te vertegenwoordigen bij de verdeling, indien de vrouw, respectievelijk de man, daartoe niet meewerkt of wegblijft.
Verklaart deze beschikking, behoudens ten aanzien van de ontbinding van het geregistreerd partnerschap, uitvoerbaar bij voorraad.
coll.:
Deze beschikking is gegeven door mr. H.E.C. de Wit, lid van gemelde kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van DONDERDAG 11 oktober 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.