ECLI:NL:RBALK:2007:BB5929
Rechtbank Alkmaar
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering recht van overpad wegens onvoldoende belang
Eiser vordert dat gedaagde wordt veroordeeld tot het verwijderen of verplaatsen van een damwand die het recht van overpad belemmert, met een alternatieve vordering tot het toestaan van een noodweg en subsidiair een verklaring voor recht dat een recht van overpad is gevestigd door verjaring. Eiser stelt dat het pad door gedaagde is versmald, waardoor het gebruik met landbouwmachines wordt belemmerd en dat hij een spoedeisend belang heeft vanwege een koper die de koopovereenkomst wil ontbinden als het recht van overpad niet duidelijk is.
Gedaagde betwist het belang van eiser, wijst erop dat eiser zijn bedrijf heeft beëindigd en het perceel heeft verkocht. Tevens voert gedaagde aan dat de koper het perceel wil afnemen en het vruchtgebruik al uitoefent, waardoor er geen belemmering is voor de levering. Eiser weigert echter medewerking aan een feitelijk onderzoek om dit te verifiëren.
De voorzieningenrechter overweegt dat het recht van overpad tussen partijen vaststaat, maar dat eiser onvoldoende belang heeft bij de vordering omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de koper de koopovereenkomst zal ontbinden. Door de weigering tot medewerking aan nader onderzoek is het belang onvoldoende onderbouwd. Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt eiser veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot verwijdering of verplaatsing damwand en bevestiging recht van overpad afgewezen wegens onvoldoende belang.