ECLI:NL:RBALK:2007:BB8951

Rechtbank Alkmaar

Datum uitspraak
14 november 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 06/1182
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:72 AwbArt. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrechtWet waardering onroerende zaken
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling WOZ-waarde woning op €280.000 na beroep tegen te hoge waardering

Eiser stelde beroep in tegen de uitspraak op bezwaar van de gemeente Castricum waarin de WOZ-waarde van zijn woning was vastgesteld op €293.000 voor het tijdvak 2005-2006. Verweerder erkende ter zitting dat deze waarde te hoog was en stelde voor de waarde vast te stellen op €280.000, waarmee eiser akkoord ging.

De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde zelf de WOZ-waarde vast op €280.000. Tevens bepaalde de rechtbank dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar, waardoor geen nieuwe uitspraak op bezwaar nodig is.

De rechtbank wees de proceskosten toe aan eiser tot een bedrag van €71,38, bestaande uit reiskosten en verletkosten, maar wees een vergoeding voor tijdverzuim bij de taxatie af omdat deze in opdracht van verweerder was verricht en niet tot de proceskosten van eiser behoort.

Verder werd de gemeente Castricum veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €38,00. De uitspraak biedt een duidelijke afbakening van welke kosten in bestuursrechtelijke procedures voor vergoeding in aanmerking komen en bevestigt de bevoegdheid van de rechtbank om zelf in de zaak te voorzien bij vernietiging van een uitspraak op bezwaar.

Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €280.000 en de gemeente Castricum wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK ALKMAAR
Sector Bestuursrecht
Zaaknummer: 06/1182 WOZ
Uitspraak van de enkelvoudige kamer
in de zaak van:
[eiser],
wonende te Limmen,
eiser,
tegen
de heffingsambtenaar van de gemeente Castricum,
verweerder.
Ontstaan en loop van de zaak
Bij beschikking gedateerd 31 maart 2005 heeft verweerder ter uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van eisers onroerende zaak aan [adres] te Limmen (hierna: eisers woning) voor het tijdvak 2005-2006 vastgesteld op € 340.000,00 waarbij is uitgegaan van 1 januari 2003 als waardepeildatum.
Het hiertegen door eiser gemaakte bezwaar heeft verweerder bij uitspraak op bezwaar van 15 maart 2006 gegrond verklaard en daarbij heeft hij de WOZ-waarde van eisers woning vastgesteld op € 293.000,00.
Tegen deze uitspraak heeft eiser beroep ingesteld bij brief van 3 april 2006.
De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 september 2007, waar eiser in persoon is verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door R. Nihot, WOZ-taxateur bij Tog Nederland.
De rechtbank heeft het onderzoek ter terechtzitting geschorst teneinde eiser in de gelegenheid te stellen een specificatie van de proceskosten aan de rechtbank te doen toekomen.
Onder toepassing van het bepaalde in artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank bepaald, nadat partijen daarvoor toestemming hadden gegeven, dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.
Motivering
1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Castricum van 15 maart 2006, waarin de WOZ-waarde van eisers woning is vastgesteld op € 293.000,00. Ter zitting heeft verweerder erkend dat die waarde te hoog is en verklaard dat de WOZ-waarde van eisers woning dient te worden vastgesteld op € 280.000,00. Eiser heeft ter zitting verklaard zich te kunnen vinden in een WOZ-waarde van € 280.000,00.
2. De rechtbank stelt - gezien het voorgaande - vast dat tussen partijen niet langer in geschil is dat verweerder de WOZ-waarde van eisers woning in de uitspraak op bezwaar te hoog heeft vastgesteld en dat de WOZ-waarde van eisers woning dient te worden vastgesteld op € 280.000,00. De rechtbank zal daarom het beroep gegrond verklaren, de bestreden uitspraak op bezwaar vernietigen en met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak voorzien door de WOZ-waarde van eisers woning voor het tijdvak 2005-2006 vast te stellen op € 280.000,00. De rechtbank zal verder bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar, zodat verweerder geen nieuwe uitspraak op bezwaar hoeft te doen.
3. De rechtbank acht termen aanwezig om verweerder met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb te veroordelen in de proceskosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) begroot op € 71,38, bestaande uit een bedrag van € 3,62 aan reiskosten (acht strippen) en een bedrag van € 67,76 aan verletkosten (vier uren à € 16,94 wegens tijdverzuim door het bijwonen van de zitting en de heen- en terugreis).
De overige gevorderde kosten komen op grond van het Besluit niet voor vergoeding in aanmerking. Daartoe overweegt de rechtbank dat de geclaimde kosten gemoeid met het tijdsbeslag voor het opstellen van het beroepschrift en de bestudering van de stukken als voorbereidende handelingen moeten worden aangemerkt, waarvoor geen vergoeding kan worden toegekend. Ook voor de geclaimde portokosten kan, aangezien die niet zijn vermeld in de limitatieve opsomming in artikel 1 van Pro het Besluit, geen vergoeding worden toegekend. Een vergoeding voor tijdverzuim van eiser wegens het aanwezig zijn gedurende de in het kader van de beroepsprocedure door Tog Nederland verrichte taxatie kan evenmin worden toegekend. Die taxatie is immers verricht in opdracht van verweerder en opgesteld ter onderbouwing van verweerders standpunt. De kosten als gevolg van eisers tijdverzuim ten behoeve van die taxatie zijn dus niet gemaakt voor eisers procesvoering en behoren daarmee niet tot eisers proceskosten.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt verweerders uitspraak op bezwaar van 15 maart 2006;
- stelt de WOZ-waarde van eisers woning voor het tijdvak 2005-2006 vast op € 280.000,00;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de gemeente Castricum aan eiser het griffierecht ten bedrage van € 38,00 vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de aan de zijde van eiser redelijkerwijs gemaakte proceskosten ten bedrage van € 71,38;
- wijst de gemeente Castricum aan als de rechtspersoon die de proceskosten moet
vergoeden;
- bepaalt dat de betaling van € 71,38 dient te worden gedaan aan eiser.
Deze uitspraak is gedaan op 14 november 2007 door mr. drs. W.P. van der Haak, rechter, in tegenwoordigheid van mr. C. van Steenoven, griffier.
griffier rechter
Tegen deze uitspraak kunnen partijen hoger beroep instellen. Hoger beroep wordt ingesteld door binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak een brief (beroepschrift) en een kopie van deze uitspraak te zenden aan het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.